Sinds deze week is een klein eiland in de Atlantische Oceaan de trotse eigenaar van de meest afgelegen elektrische laadpaal ter wereld. Sint-Helena wil een boost geven aan elektrisch rijden om uiteindelijk volledig CO2-neutraal te worden.
Op een parkeerplaats met uitzicht op donkere vulkanische kliffen en een felblauwe zee plaatsen drie mannen in werkkleding een zwarte laadpaal, die meteen voor de camera getest wordt. De veelbesproken laadpaal is het resultaat van een bijzondere samenwerking tussen de regering van Sint-Helena, het Noorse laadbedrijf Easee en automerk Subaru. De bedrijven zien het als kans om de mythe te doorbreken dat elektrisch rijden alleen geschikt is voor steden of dichtbevolkte gebieden.
Ter ere van de installatie verscheepte Subaru een elektrische auto naar Sint-Helena. Daarmee komt het totaal aantal elektrische auto’s op een van de meest afgelegen eilanden ter wereld op welgeteld vijf stuks (de eigenaren moesten tot nu toe thuis opladen). Voor veel inwoners van het Brits overzees gebied is het nog moeilijk voor te stellen dat er binnenkort een hele vloot rondrijdt, maar dat is precies de bedoeling van de regering.
Op dit moment zijn de vierduizend inwoners van het vulkanische eiland voor hun elektriciteit sterk afhankelijk van de import van diesel en benzine, een enorme kostenpost. Sint-Helena, tot de opening van een vliegveld in 2016 alleen bereikbaar per boot, is vooral bekend omdat de verbannen Franse keizer Napoleon er zijn laatste jaren moest slijten. Het ligt in het zuiden van de Atlantische Oceaan en het dichtstbijzijnde vasteland is Namibië, zo’n tweeduizend kilometer verderop.
De regering werkt al langer aan een plan om volledig over te stappen op groene energie. Het eiland beschikt over genoeg lege ruimte, veel zon en veel wind. ‘We hebben zo’n twaalf zonuren per dag, bijna het hele jaar door’, zegt Mark Brooks, minister van Financiën en Economische Ontwikkeling. ‘Eigenlijk hebben we ideale omstandigheden voor zonne- en windenergie.’
Op de rotsen langs de randen van het eiland zijn de afgelopen jaren windturbines en kleine velden met zonnepanelen verschenen. De volgende stap naar een dieselvrije toekomst is de promotie van elektrisch rijden. De regering ziet het aanleggen van een netwerk van laadpalen als eerste stap. Het doel is om dit jaar een grote hoeveelheid tweedehands elektrische auto’s te importeren en deze tegen een gesubsidieerde prijs te verkopen.
De benodigde investeringen zijn een uitdaging voor het door schulden geteisterde eiland, maar op de lange termijn moet het juist veel geld gaan schelen. Op dit moment is de regering jaarlijks zes miljoen euro kwijt aan de import van fossiele brandstoffen, ongeveer één zevende van de pot geld die het eiland van Groot Brittanië krijgt.
Ook auto-eigenaren kunnen flink kosten besparen. Eigenaar van een elektrische auto Tara Wortley heeft uitgerekend dat ze voorheen ongeveer 8 tot 9 euro per dag uitgaf aan haar dieselauto, terwijl haar dagelijkse kosten nu maar zo’n 20 cent zijn. Volgens haar is de houding van mensen ten opzichte van elektrische auto’s snel aan het veranderen.
‘We zijn al een hele tijd afhankelijk van diesel en benzine, maar sinds de overheid investeert in windturbines en zonnepanelen om bij te dragen aan onze elektriciteitsopwekking, is de blik van mensen verruimd over wat er beschikbaar is’, zegt Wortley tegen persbureau AP. ‘Ik denk dat er nog steeds wat scepsis heerst over de vraag of hernieuwbare energiebronnen en elektrische voertuigen deel uitmaken van de toekomst van Sint-Helena. Maar er zijn nu elektrische voertuigen op het eiland en ze werken. Ik denk dat de blik van mensen verandert.’
Voor de betrokken bedrijven is het project ook meer dan een stunt. Ze willen bewijzen dat elektrisch rijden op zulke afgelegen plekken even goed kan werken. ‘Elektrische auto’s zijn net zo relevant in een rurale omgeving als in de stad’, zegt Lorraine Bishton, directeur van Subaru in Engeland en Ierland tegen Euronews. ‘En om eerlijk te zijn, als je een elektrisch voertuig kunt gebruiken in deze omgeving, dan kan het echt overal.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant