Terwijl de hulpdiensten in Los Angeles hun handen vol hebben aan het bestrijden van de branden, speuren vrijwilligers naar leven – niet menselijk, maar dierlijk. ‘Mensen vluchten in alle haast, hun huisdieren blijven weerloos achter’.
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Hij woont in New York.
‘O mijn God! O mijn God!’ Heather Crowe schrikt op en zet het, schijnbaar uit het niets, op een lopen. Haar paardenstaart zwiept, as stuift weg onder haar laarzen. ‘Ik hoor dieren’, roept ze. ‘Jij ook?’ Nu sprint ze. ‘Ja! Zeker! Er leeft hier iets, ze leven!’
De roffel van een overvliegende blushelikopter overstemt haast alles. Verderop is de brandweer met kettingzagen in de weer. De wind loeit. Maar inderdaad, dáár, onder al dat lawaai: gepiep. Of is het gekakel?
‘Dat zou alles goedmaken’, zegt Crowe (37). ‘Na de ellende die wij vandaag hebben gezien.’
Samen met collega’s Meggan Oksness (40) en Jared Krimsky (27) doorkruist Crowe brandend Los Angeles. Zij speuren tussen de ruïnes naar tekenen van leven — niet menselijk, maar dierlijk. Een reddingsmissie voor achtergelaten huisdieren. Maar wel eentje die, zo langzamerhand, begint te lijken op een bergingsmissie.
Terwijl de autoriteiten in Los Angeles handen tekort komen om de historische natuurbranden te bestrijden — het verwoeste gebied is inmiddels groter dan buurstad San Francisco — voelen steeds meer burgers zich geroepen om de gaten te vullen die de hulpdiensten laten liggen.
Californië is de Amerikaanse staat met de grootste politie- en brandweermacht, de meeste artsen, waar burgers meer belasting betalen dan elders. De overheid is hier relatief sterk — helemaal vergeleken met veel andere plekken in het land, waar de publieke voorzieningen steeds verder worden uitgekleed. Maar bij een ramp van deze schaal is de overheid, ook hier, ontoereikend.
Dus komen burgers zelf in actie. Zij rijden rond met laadbakken vol waterflessen, kleding en melkpoeder. Stellen hun huizen open voor geëvacueerden. Anderen besluiten zelf hun wijk te bewaken, waar de autoriteiten dat nalaten.
De gepensioneerde Wayne Clarvoe (62) slaapt al een week in zijn truck voor de deur van een verlaten bejaardentehuis: de bewoners zijn geëvacueerd, hun spullen niet. ‘Er probeerde al iemand in te breken’, zegt Clarvoe. ‘Ik was er nu om hem te verjagen. Liever zou ook ik naar veilig gebied vertrekken, maar wie bewaakt de boel dan?’ Hij heeft maar een zwart petje met ‘Security’ op zijn hoofd gezet. ‘Wáár is de politie?’
Los Angeles boekt de afgelopen dagen eindelijk wat vooruitgang in de strijd tegen het vuur. De branden blijven groeien, maar wel langzamer. Het officiële dodental ligt nu op 27 mensen. Dat loopt vermoedelijk nog op. Het gevaar is verre van geweken.
De meeste evacuatiezones blijven ontoegankelijk. Volgens de autoriteiten duurt dit nog ‘minstens een week’. Opvangplekken en hotels zitten stampvol, duizenden geëvacueerden leven uit tentjes of hun auto’s. Daar liggen talloze Californiërs nachtenlang wakker van de gedachte aan hun huisdieren, voor hen onbereikbaar, die in de brandzone zijn achtergebleven.
Mensen als Heather Crowe bekommeren zich om hen: die andere inwoners van Los Angeles, tijdens een ramp als deze vaak als eerste vergeten. ‘Mensen vluchten in alle haast’, zegt Crowe. ‘Vervolgens kunnen ze niet meer terug. Die dieren blijven weerloos achter. Mensenleed krijgt voorrang van de autoriteiten, dus bellen burgers ons.’
De dag begint zwaar. In Altadena, een gedecimeerde buitenstad van Los Angeles, staat nauwelijks een gebouw nog overeind. In een van de ruïnes is de politie in de weer met lijkzakken. ‘Kijk’, zegt Crowe, een paar huizen verderop. Daar, op de grond, ligt een geblakerd, gietijzeren uithangbord met ‘Cat Sanctuary’.
Crowe en haar collega’s zijn gevraagd om in Altadena te kijken wat er resteert van het lokale kattenasiel. Dat blijkt weinig.
Met een blik voer in haar hand — ‘Kitty, kitty, kitty’ — speurt Crowe naar leven. Ze vindt dood. Het ene na het andere verkoolde kattenlijkje doemt op tussen de resten. Crowe turft ze op haar telefoon. ‘Zo krijgen de eigenaren in elk geval uitsluitsel.’
Vrijwilligers als Crowe krijgen van de politie vaak wél toegang tot de evacuatiezone. Zo wisten dierenwelzijnsorganisaties rond Los Angeles — op eigen risico — al ruim zeshonderd huisdieren in veiligheid te brengen. Maar hoe langer de branden aanhouden, hoe kleiner die kans wordt.
‘Als de dieren niet sterven in de vlammen of aan rookvergiftiging’, zegt Heather Crowe, ‘dan zijn honger en dorst de volgende boosdoeners.’ Haar truck is tot de nok gevuld met blikken dierenvoer. Die blijven in de meeste gevallen dicht.
Een somberte dreigt over de groep te vallen. Het gáát maar door: dode honden, katten, ze vinden zelfs een paard, aangedrukt tegen een verwrongen buitenverblijf, gestorven in galop. ‘Zo moeilijk om te zien’, verzucht vrijwilliger Jared Krimsky. ‘Niemand die even het hek heeft opengedaan om dit dier tenminste nog een kans te geven.’
Maar dan hoort Crowe geluid, en begint ze opeens te rennen.
Het piepen blijkt afkomstig uit een schuur, wonderbaarlijk intact, in een verder platgebrand stuk woonwijk. ‘Hier komt het vandaan!’ zegt Crowe, terwijl ze een houten deurtje openduwt. Binnen treft ze een geïmproviseerde ren vol bont uitgedoste kippen. Zijdehoentjes, tientallen, ze krijsen in koor. Sommige hebben zwarte schroeiplekken in hun verendek of beschadigde pootjes — maar ze leven, allemaal.
‘Hoe bestáát het’, jubelt Heather Crowe. ‘Dit zijn de allerkwetsbaarste dieren, kippen gaan zo gemakkelijk dood.’ Ze schudt haar hoofd. ‘En juist zij hebben deze hel als enige doorstaan!’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant