Met code geel vanwege dichte mist voor het zuiden en oosten van het land, heeft Nederland vrijdag de week uitgeluid. In het weekeinde wordt nog meer mist verwacht. Hoe kan dat eigenlijk, we hoorden toch steeds mínder mist te hebben?
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Het beste is het nog te zien door langs een rechte spoorbaan of verkeersweg te turen. Is het zicht minder dan 1.000 meter? Dat is nu wat experts definiëren als mist. Kunt u langs een weg maar twee hectometerpaaltjes ver zien? Dichte mist, de grens van weercode geel. Minder dan 50 meter? Zeer dichte mist, u kunt alleen nog maar stapvoets rijden.
En ja, legt hoogleraar atmosfeerwetenschap Pier Siebesma (TU Delft) desgvraagd uit, ‘mist is niets anders dan een wolk op het aardoppervlak’. Zo simpel ligt dat.
De vorming ervan is ‘te vergelijken met de condensvorming op je slaapkamerraam’, aldus Siebesma. ‘Er is ’s nachts niet meer vocht in je kamer dan overdag. Maar door de afkoeling van het raam ontstaat daar plaatselijk een hoge relatieve luchtvochtigheid, en krijg je condensvorming op de ramen.’
Kort en goed: de lucht koelt af, moet zijn vocht kwijt, en zo ontstaan er minuscule, zwevende druppeltjes, die de lucht ondoorzichtig maken, net als de opstijgende stoom uit een waterketel. Staat er weinig wind, dan blijft de ‘stoom’ hangen en ontstaat mist.
Dat gebeurt vooral op heldere nachten, doordat het aardoppervlak dan meer warmte kan uitstralen en snel afkoelt, en met name in de herfst en de winter, doordat de nachten dan langer zijn, zodat de afkoeling langer doorgaat.
Wat er nu gebeurt, is niets nieuws onder de vale zon, zegt KNMI-meteoroloog Lone Mokkenstorm over de huidige situatie. ‘Het komt relatief vaak voor dat we een paar uurtjes code geel hebben uitstaan wegens mist.’
Twee keer zette het KNMI de weerseinen zelfs op oranje of rood wegens mist. In 2019 werd het wegens zeer dichte mist op oudejaarsdag code rood in Friesland, Groningen en Drenthe. In 2021 was het code oranje in Utrecht en Zuid-Holland op nieuwjaarsdag.
Intussen houdt de huidige mist al dagen aan, met alle overlast van dien. Door een hardnekkig hogedrukgebied in de buurt van ons land is de atmosfeer stabiel, en kan de koude lucht boven de grond niet goed mengen met de drogere lucht erboven, duidt Mokkenstorm. ‘Er zit een koude plaklaag van koude, vochtige lucht opgesloten onder in de atmosfeer’, zoals ze dat zegt.
Het gevolg: al dagenlang mist, steeds weer opnieuw. ‘De ervaring leert dat het in deze tijd van het jaar hardnekkig kan zijn.’ Boven wegen lost de mist wat eerder op: verkeer warmt de lucht op en zorgt voor meer turbulentie, waardoor de luchtlagen zich er plaatselijk wat meer vermengen.
Iets wonderlijks heeft het ook. Sinds de jaren zeventig is het aantal ‘mistdagen’ (met minstens één uur mist) gehalveerd, zegt Siebesma, die de afname van mist destijds wetenschappelijk vaststelde. Dat heeft ermee te maken dat de lucht steeds schoner werd.
Waterdamprijke, afkoelende lucht zet zijn vocht het liefst af op zogeheten aerosolen, minuscule deeltjes roet en verontreiniging. ‘Denk aan de Great Fog van Londen in 1814.’ In de roetrijke lucht van het vroeg-industriële Engeland ontstond toen een legendarische, dagenlange mist, die zo dik was dat koetsen van de weg raakten en voetgangers verdwaalden en van de kades vielen.
Zo erg wordt het in ons land niet. Zaterdag zal de mist wat afnemen, verwacht Mokkenstorm. De atmosfeer wordt dan wat instabieler, waardoor de hogere, drogere luchtlagen weer wat meer kunnen inmengen, met als gevolg minder kans op mist. Al staat er voor zondag en maandag toch ook weer mist in de verwachting. ‘Het wordt dan wel wat lokaler.’
Voor de verre toekomst verwachten experts overigens weinig verandering in het aantal mistdagen. In de klimaatscenario’s van het KNMI blijft het aantal mistdagen min of meer gelijk, ook terwijl de wereld verder opwarmt. De grote slag – minder luchtvervuiling – werd immers in het laatste kwart van de vorige eeuw al gemaakt.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant