Home

Bali bezwijkt onder zijn populariteit: befaamde rijstterrassen maken plaats voor bungalows

is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont op Bali.

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Noël van Bemmel ziet dat Bali zijn magie verliest onder druk van de toenemende stroom toeristen.

Veel Indonesiërs beginnen dromerig te kijken als ik vertel dat ik in Denpasar woon en werk. ‘Ah Bali…, kamu beruntung! (Je hebt geluk).’

Wie geld heeft in Indonesië boekt regelmatig een weekendtrip naar het vakantie-eiland om even te ontsnappen aan de smog, drukte en stress van Groot-Jakarta (30 miljoen inwoners). Daar blazen ze uit in een voordelig vakantieresort met kidsclub.

De rest van de Indonesiërs heeft slechts mooie dingen gehoord over Bali, net als de rest van de wereld: het imago van het ‘Eiland der Goden’ is ijzersterk. Het bestaat eigenlijk al sinds Nederland vijftig jonge Balinese danseressen naar de Koloniale Tentoonstelling in Parijs stuurde (1931). Zij betoverden het publiek in een nagebouwd tempeldecor. Onbewust droegen ze bij aan het beeld van Nederland als vooruitstrevende koloniale macht.

Maar de magie lijkt nu toch op te raken. Scroll langs #bali en je ziet filmpjes van dronken toeristen die crashen met hun scooter, getatoeëerde sportschooltypes die vechten in nachtclubs, en narcotica-agenten die drugslabs oprollen in bekende badplaatsen als Uluwatu.

Het virale filmpje dat wellicht het meest bijdroeg aan de omslag: een toen-en-nu-filmpje van de befaamde Canggu-shortcut. Ooit was dat een tegelpad door groene rijstvelden nabij een slaperig vissersdorpje, inmiddels is het een drukke asfaltbaan tussen horecazaken en huizenhoge reclameborden. Zelfs de scooters komen niet meer vooruit. Het had zo een file in Jakarta kunnen zijn.

Afgelopen jaar trok Bali 6,2 miljoen buitenlandse toeristen en dit jaar wordt dat record naar verwachting verder aangescherpt. Het betreft vooral gezinnen uit Australië, India en China die een goedkope strandvakantie boeken, of westerse jongeren die op zoek zijn naar betaalbare luxe en dito nachtclubs. Daar komen minstens 10 miljoen binnenlandse toeristen bij.

Je zou zeggen: dat moet net te managen zijn. Amsterdam trekt bijvoorbeeld 20 miljoen bezoekers per jaar (inclusief dagjesmensen), terwijl Bali ongeveer zo groot is als de provincie Friesland. Toch lijkt een kritische grens bereikt.

De sfeer werd grimmig toen ruim twee jaar geleden veel Russen en Oekraïners op Bali arriveerden. Ze waren op de vlucht voor de oorlog tussen hun landen. Deze twintigers en dertigers gingen – tot ontsteltenis van de Balinezen – illegaal werken in de horeca, of als gids, surfleraar of sekswerker. Hun advertenties op Instagram werden gedeeld door boze bewoners en leidden uiteindelijk tot uitzettingen door de immigratiedienst.

Veel Balinezen zijn ook geschokt door de verandering van het landschap. De befaamde rijstterrassen maken plaats voor eindeloze rijen betonnen vakantiebungalows. Ook zijn er steeds meer designwinkels en themarestaurants die voor hen onbetaalbaar zijn.

‘We willen rijstvelden niet zien veranderen in villa’s of naaktclubs’, gromde de invloedrijke minister van ontwikkeling Luhut Binsar Pandjaitan een halfjaar geleden. Hij kondigde nieuw beleid aan om de kwaliteit van de toeristen op Bali op te krikken en de lokale cultuur en banen te beschermen.

Niet veel later kondigde het provinciebestuur van Bali een mogelijke verhoging van de toeristenbelasting aan (van 10 naar 50 euro) en een tijdelijke bouwstop voor sommige regio’s.

De nieuwe president Prabowo Subianto stelt voor een tweede internationale luchthaven te bouwen in het noordoosten van het eiland om de toeristenstroom beter te spreiden. Eigenlijk is dat nog het enige deel van Bali waar het prettig vertoeven is.

Mijn beleefde voorstel aan het Indonesische ministerie van Toerisme en de buitenlandse touroperators: vergeet Bali en verspreid binnen- en buitenlandse toeristen over de rest van Indonesië. Het is een archipel van 17 duizend eilanden over een lengte van 5.000 kilometer. Dat is de afstand Amsterdam-Teheran.

Telkens als ik voor de krant door Indonesië reis (door het vulkaanlandschap van Java, de regenwouden van Kalimantan, de specerij-eilanden van de Molukken) denk ik: waar zijn toch de toeristen? Overal in Indonesië zijn bewoners gastvrij en behulpzaam voor buitenlanders, ook in het streng Islamitische en wonderschone Atjeh.

De enige reden dat ik zelf in Denpasar woon (2 miljoen inwoners) is de snel bereikbare luchthaven van Bali met dagelijkse budgetvluchten naar heel Zuidoost-Azië. Maar nog even, zo vrees ik, en ik oogst bezorgde blikken als ik vertel waar ik woon.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next