De capaciteit van het stroomnet wordt in de komende tien jaar verdubbeld. Dat moet de capaciteitsproblemen oplossen die nu bijvoorbeeld de bouw van nieuwe woningen tegenhouden. Maar het duurt nog wel een paar jaar voordat het effect van die uitbreiding merkbaar wordt.
Nederland is de afgelopen jaren in hoog tempo verduurzaamd. Op de daken van een derde van alle woningen liggen zonnepanelen. Daarnaast zijn er op verschillende plekken grote windmolenparken aangelegd.
Maar daardoor zit in heel Nederland het stroomnet vol. Het gevolg daarvan is dat bijvoorbeeld nieuwe woningen niet op het stroomnet aangesloten kunnen worden. Daardoor loopt de oplossing van de woningcrisis vertraging op.
"De energietransitie is met al die zonnepanelen en windparken eenzijdig ingezet", concludeert hoogleraar duurzame energie Ronald Huisman van de Erasmus Universiteit Rotterdam. "Er is daarbij te weinig gekeken naar andere effecten, zoals de gevolgen voor de capaciteit op het stroomnet."
Zo is er volgens de hoogleraar bij de plaatsing van zonnepanelen en aanleg van windparken onvoldoende nagedacht over energieopslag. Dat geldt ook voor het in balans brengen van de vraag en het aanbod. Huisman: "De eenzijdigheid waarmee de energietransitie is ingezet, verklaart deels waardoor we nu verrast zijn door capaciteitsproblemen op het stroomnet."
De uitbreiding van de capaciteit van het stroomnet komt nu op gang. Netbeheerder TenneT investeert tussen 2025 en 2035 naar verwachting een astronomisch bedrag van 111 miljard euro in het hoogspanningsnet. Dat is het deel van het stroomnet waarmee elektriciteit over grote afstanden wordt getransporteerd.
In de eerste zes maanden van 2024 investeerde TenneT al 30 procent meer in het stroomnet dan een jaar eerder. Daarvoor trok de beheerder ook zeshonderd nieuwe medewerkers aan.
Uiteindelijk moet de capaciteit van het stroomnet volgens TenneT in heel Nederland verdubbelen en op sommige plekken zelfs verdrievoudigen. Maar die uitbreiding kost veel tijd, waardoor de krapte op het stroomnet de komende jaren zal blijven bestaan.
Op de foto hieronder vervangen medewerkers van TenneT hoogspanningskabels. Via nieuwe kabels kan meer elektriciteit getransporteerd worden.
Ook regionale netbeheerders, zoals Liander, Enexis en Stedin, voeren de investeringen in en het tempo van de capaciteitsuitbreiding op. Deze netbeheerders gaan over de zogenoemde midden- en laagspanningsnetwerken. Op dat deel van het stroomnet zijn woningen en bedrijven aangesloten.
Enexis heeft bijvoorbeeld een nieuwe manier ontwikkeld om stroomverdeelstations te bouwen. Daardoor kan de netbeheerder op jaarbasis 120 van die verdeelstations gaan plaatsen. Tot voor kort kon Enexis maar tien verdeelstations per jaar bouwen.
"Het uiteindelijke doel van de energietransitie is dat je zonne-energie op Kerstavond kunt gebruiken", legt hoogleraar Huisman uit. "Dat bereik je door de opslag van duurzaam opgewekte energie op orde te hebben en het verbruik van energie aan te passen."
Ook op dat vlak ziet Huisman voorzichtige bewegingen. Zo maken netbeheerders afspraken met grote stroomverbruikers, zodat die hun verbruik aanpassen op de beschikbaarheid van elektriciteit en de capaciteit op het net. Daardoor wordt de capaciteit van het stroomnet efficiƫnter benut.
Maar ook consumenten dragen steeds vaker hun steentje bij. Bijvoorbeeld met (plug-in)thuisbatterijen. "Ik hoor steeds mensen zeggen dat ze onafhankelijk van het stroomnet willen zijn", zegt Huisman. Door de introductie van terugleverkosten is er een financiƫle prikkel om opgewekte energie zelf te gebruiken of op te slaan in een thuisaccu. Dat ontlast het stroomnet.
Source: Nu.nl economisch