Is Donald Trump de keiharde onderhandelaar met een feilloos instinct voor zaken, die altijd binnensleept wat hem voor ogen staat? Het staakt-het-vuren in Gaza, nog vóór zijn inauguratie van maandag, duidt daarop. Toch is zijn conduitestaat allesbehalve vlekkeloos.
‘Deals zijn mijn kunstvorm. Andere mensen schilderen mooi op doek of schrijven prachtige poëzie. Ik houd van deals sluiten, bij voorkeur grote deals. Daar ga ik goed op’, schrijft Donald Trump in The Art of the Deal, de memoires waarmee hij zich in 1987 aan de wereld presenteerde als de koning van alle dealmakers, op de apenrots van de vastgoedwereld van Manhattan waar alleen de agressiefste alfamannetjes overleven.
Nu hij maandag in het Witte Huis terugkeert, wordt hij alom omschreven als de dealmaker. Uit een deze week verschenen peiling van de denktank European Council on Foreign Relations bleek dat een groot deel van de wereld Trump als een vredestichter ziet. De aarzelende aanpak van zijn voorganger Joe Biden heeft niets opgeleverd. Misschien heeft president Trump wel succes in Oekraïne en Gaza, door de partijen zo agressief onder druk te zetten dat zij wel moeten instemmen met een akkoord. Het staakt-het-vuren in Gaza laat in elk geval zien dat hij aanzienlijk meer greep op de Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft dan Biden.
Maar is Trump wel zo’n goede dealmaker als hij zelf zegt? In zijn eerste termijn sloot hij met veel bombarie deals met Noord-Korea en China, die bij nader inzien weinig tot niets hebben opgeleverd. In Afghanistan sloot hij een vredesakkoord dat de deur openzette voor de machtsovername van de Taliban. De Abraham-akkoorden tussen Israël en een aantal Arabische landen waren onmiskenbaar een diplomatiek succes, maar Trumps systematische negeren van de Palestijnse kwestie droeg volgens critici bij aan het bloedbad van 7 oktober en de daaropvolgende oorlogen.
Het beeld van Trump als de grote dealmaker is gecreëerd door Donald Trump zelf, in zijn boek The Art of the Deal. Voor The Art of the Deal was Trump een niet bijzonder grote projectontwikkelaar in New York, die de (roddel-)pers amuseerde met zijn extravagante levensstijl en niet-aflatende bereidheid verslaggevers te voorzien van ongezouten en provocerende uitspraken. The Art of the Deal, dat 48 weken in de bestsellerlijst van The New York Times stond, schiep de mythische Donald Trump, de keiharde onderhandelaar met een feilloos instinct voor zaken, die steevast hoog inzet, blijft doorduwen en binnensleept wat hem voor ogen staat.
De eigenlijke schrijver van het boek was een ghostwriter, de jonge journalist Tony Schwartz. Toen Trump politiek doorbrak, kreeg hij enorme spijt. Hij had Trump leren kennen als een leugenaar die verslaafd was aan aandacht. Maar als ghostwriter moest hij een aantrekkelijk portret van hem schilderen. Zo droeg hij bij aan de mythe van Donald J. Trump, de geniale dealmaker. ‘Ik had lipstick op een varken aangebracht’, zei hij in 2016 tegen het tijdschrift The New Yorker.
The Art of the Deal staat vol kleine en grote onwaarheden, maar het meest misleidend is het beeld dat Trump over een feilloos zakeninstinct beschikt. In werkelijkheid koerste hij na verschijning van het boek af op een financiële catastrofe. In 1993 ging een van zijn casino’s bankroet, de eerste van zes faillissementen die over een bedrijf van Trump werden uitgesproken. In de Trump-biografie Confidence Man beschrijft New York Times-journalist Maggie Haberman zijn professionele carrière als een ‘reeks bijna-doodervaringen’.
Maar Trump maakte telkens een doorstart en leerde een belangrijke les, aldus Haberman: ‘Zijn persoonlijke merk was belangrijker dan wat er op zijn balans stond, het beeld van kracht en succes had meer betekenis dan enig onderliggend feit.’
Als president hanteerde Trump het perspectief van de vastgoedmagnaat. De wereld is een nulsomspel: het verlies van de een is de winst van de ander. Doorslaggevend is de leverage, de middelen waarmee je de ander onder druk kunt zetten. ‘Leverage is de grootste kracht die je kunt hebben. Leverage is iets hebben dat de ander wil. Of beter nog, nodig heeft. Of, het allerbeste, niet zonder kan’, schreef hij in The Art of the Deal.
De Verenigde Staten hebben de grootste leverage over partijen die Amerika nodig hebben voor hun verdediging, zoals Europa, Zuid-Korea of Israël. Het zal Trump ook weinig moeite kosten om Oekraïne aan de onderhandelingstafel te dwingen. Maar hoeveel leverage heeft hij over de Russische president Vladimir Poetin, die zich verzekerd weet van de steun van China? Om Poetin tot concessies te dwingen moet Trump aannemelijk maken dat hij Oekraïne anders met volle kracht zal blijven steunen, iets waar hij helemaal geen zin in heeft.
Er ligt een verontrustende waarheid ten grondslag aan Trumps absurde uitspraak dat hij de oorlog in Oekraïne binnen 24 uur kan beëindigen, schreef de Zweedse ex-premier Carl Bildt in het tijdschrift Foreign Policy. ‘Trump heeft duidelijk geen tijd voor lange en ingewikkelde diplomatieke processen’, aldus Bildt. Hij noemt de deal die Trump in 2020 met de Taliban sloot een zorgwekkend voorbeeld.
De chaotische evacuatie van Kabul in 2021 bracht president Biden in politieke moeilijkheden. Maar de opmars van de Taliban werd mogelijk gemaakt door de deal die Trump eerder sloot. Natuurlijk was vrede in Afghanistan hard nodig en was het moeilijk om een deal te sluiten met alle Afghaanse partijen. Misschien was het wel nooit gelukt, aldus Bildt. ‘Maar Trump deed geen enkele poging en besloot een overgave aan de Taliban te tekenen – met een paar cosmetische, niet afdwingbare beloften, in een halfhartige poging om het gezicht te redden’, aldus Bildt. Zo werden alle niet-fundamentalistische partijen aan hun lot overgelaten.
In Europa bestaat de angst dat Trump een snelle deal wil die Oekraïne – vroeg of laat – op vergelijkbare wijze zal uitleveren aan Poetin. Dat hoeft niet te gebeuren. Misschien wil hij geen zwakke indruk maken tegenover Poetin. Misschien werkt zijn aanpak: in de rauwe wereld van de geopolitiek kan dreigen effectief zijn.
Maar zijn staat van dienst als dealmaker geeft geen aanleiding tot groot optimisme. Trump is een product van de populaire cultuur, van de reality-tv die een losse verhouding tot de waarheid heeft. Primair is de beeldvorming van Donald Trump als de grote dealmaker. Als die deals later niets hebben opgeleverd of zelfs rampzalig blijken uit te pakken, geeft hij anderen de schuld. Met dit recept kon een vastgoedhandelaar uit New York de machtigste man ter wereld worden.
Donald Trump schreef in 2018 geschiedenis door als eerste zittende Amerikaanse president ooit aan tafel te gaan met een Noord-Koreaanse leider. De Verenigde Staten beschouwen Noord-Korea immers als een vijandelijke staat, die niet mag worden gelegitimeerd met een presidentiële handdruk.
In 2017 was het crisis. Nadat Noord-Korea langeafstandsraketten had getest die de VS kunnen bereiken, scholden Kim Jong-un en Trump elkaar publiekelijk uit, voor ‘ouwe gek’ (aldus Kim) en ‘raketmannetje’ (volgens Trump). Toen Kim in 2018 naar een ontmoeting met de Amerikaanse president hengelde, zag Trump dat helemaal zitten.
Daarvan profiteerde Kim al voordat de eerste top in 2018 in Singapore een feit was. Met het vooruitzicht van zijn ontmoeting met Trump werd Kim plotseling in Moskou en Beijing op het hoogste niveau onthaald.
Na hun eerste ontmoeting in Singapore dacht Trump Kim zover te hebben dat hij zijn kernwapens opgaf. Kim had hem om de vinger gewonden door te spreken over het streven naar een ‘kernwapenvrij Koreaans schiereiland’. Deze standaardformulering staat echter niet voor eenzijdige ontmanteling van het Noord-Koreaanse atoomprogramma, maar voor wederkerige ontwapening, waarbij de Amerikaanse militaire bescherming van bondgenoot Zuid-Korea ook wordt afgebouwd.
Dat had Trump kunnen weten, als hij de diplomaat die al langer besprekingen met Pyongyang voerde niet had buitengesloten. Trump vertrouwde op zijn persoonlijke chemie met Kim, met als uitkomst een baanbrekende deal waarbij Noord-Korea zijn kernwapens inleverde in ruil voor economische hulp.
Bij de tweede top in Hanoi in 2019 bood Kim slechts sluiting van een verouderde kerncentrale aan in ruil voor opheffing van de Amerikaanse sancties tegen Noord-Korea. De top mislukte. Na een fotomoment van Kim en Trump aan de grens tussen Noord- en Zuid-Korea ging Trumps Noord-Korea-diplomatie als een nachtkaars uit.
Als zelfbenoemde ‘tarieven-man’ wist Donald Trump in 2018 zeker dat hij de verhoudingen met China naar zijn hand kon zetten. Eerst zou hij Beijing met een ‘gemakkelijk te winnen’ handelsoorlog op de knieën dwingen, waarop de Chinezen een deal zouden accepteren om voor recordbedragen Amerikaanse goederen te kopen.
Zo dacht Trump in één klap de scheefgegroeide handelsbalans met China recht te trekken, Amerikaanse boeren en fabrikanten rijk te maken met Chinese miljoenenorders en een einde te maken aan oneerlijke handelspraktijken zoals diefstal van Amerikaans intellectueel eigendom.
Voordat die deal er lag, sloegen Beijing en Washington elkaar al twee jaar lang om de oren met tarieven die schadelijk waren voor de Amerikaanse economie. Trump maakte bijvoorbeeld in China gemaakte auto-onderdelen, die autofabrikanten in de Verenigde Staten nodig hebben voor hun Amerikaanse productielijnen, duurder. Daarop kwam Beijing met hogere tarieven voor uit de VS geïmporteerde auto’s.
Dat was een dubbele dreun voor in de VS gevestigde autofabrikanten. In plaats van daar uit te breiden, hevelden merken als Tesla hun Amerikaanse productielijnen deels over naar andere landen, zodat ze de Chinese markt niet kwijtraakten. Ook de Amerikaanse landbouwsector leed onder de tarievenoorlog.
Vlak voor de pandemie verplichtte Beijing zich, in wat Trump een ‘historische deal’ noemde, om uiterlijk eind 2021 voor 200 miljard dollar extra Amerikaanse goederen te kopen. De deal liep echter niet zoals gedacht, doordat covid-19 de wereldeconomie lamlegde. Ook waren veel Amerikaanse bedrijven hun vertrouwde Chinese klanten kwijtgeraakt. Die hadden leveranciers buiten de VS gezocht, omdat zakendoen met Amerikanen door de handelsoorlog duur en lastig was geworden.
Uiteindelijk nam China slechts 58 procent af van wat in Trumps deal overeengekomen was, waarmee de Amerikaanse export naar China niet eens het niveau van vóór de handelsoorlog haalde. Laat staan dat er sprake was van groei. Tot op de dag van vandaag zitten Washington en Beijing elkaar dwars met heffingen en exportbeperkingen. Een gezonde economische relatie met China is ver weg.
De Abraham-akkoorden tussen Israël, de Verenigde Arabische Emiraten, Soedan, Marokko en Bahrein waren in september 2020 een onmiskenbaar diplomatiek succes voor Donald Trump. De toenadering tussen Israël en de Arabische wereld leek een veelbelovende route naar vrede en welvaart in de regio. Die ontwikkeling leek nog eens te worden versterkt door de onderhandelingen over een akkoord tussen Israël en Saoedi-Arabië.
De Israëlisch-Arabische toenadering werd echter doorkruist door het bloedbad dat Hamas op 7 oktober 2023 aanrichtte. Volgens veel waarnemers speelden de Abraham-akkoorden en de toenadering tussen Israël en Saoedi-Arabië hierbij een rol. Hamas vreesde dat de Palestijnse kwestie vergeten zou worden.
In zijn eerste termijn was Trump sterk op de hand van Israël, ten koste van de Palestijnen. In januari 2020 stelde hij een vredesplan voor dat volgens hem een ‘laatste kans’ was voor de Palestijnen. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu sprak van ‘de deal van de eeuw’.
De meeste analisten vonden echter dat Israël werd bevoordeeld en de Palestijnen stiefmoederlijk behandeld. Van het vredesplan kwam niets terecht, maar het gaf wel inzicht in de werkwijze van Trump. Hij trok zich niets aan van internationaal recht, maar liet zich leiden door de krachtsverhoudingen ter plekke. Het sterke Israël won, de zwakke Palestijnen moesten zich maar schikken in hun lot. ‘De boodschap aan de Palestijnen is: jullie hebben verloren, zet je er over heen’, schreef het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant