Home

Opinie: Fijn, een nieuwe cao, maar de echte oorzaak van het lerarenlek wordt wéér niet aangepakt

Plofklassen vol ordeproblemen en nakijkwerk in de avonduren: zonder werkdrukafspraken geen cao, zeiden onderwijsvakbonden afgelopen jaar. Toch is die nieuwe cao is er nu,met daarin slechts de afspraak dat er verder zal worden gesproken over werkdrukafspraken.

Er is een nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs! Leden van de VO-raad en de achterban van de onderwijsvakbonden hebben ingestemd met het onderhandelaarsakkoord. ‘Dat is goed nieuws’, meldt de website van FNV. Het resultaat is dat inkomensverlies door inflatie volledig wordt gecompenseerd, en dat is natuurlijk belangrijk. Maar van wat ik van collega’s hoor in de personeelskamer en op sociale media, voelt het het behaalde resultaat voor veel leraren als een gemiste kans om de structurele problemen in het onderwijs aan te pakken. De werkelijke reden voor het lerarenlek wordt weer niet aangepakt.

Leraren ervaren namelijk meer werkdruk én hebben meer burn-outklachten dan werknemers in andere sectoren. Niet voor niets kapt een kwart van de startende docenten er binnen vijf jaar alweer mee, werkt bijna 50 procent van alle leraren parttime en stopt meer dan de helft vóórdat ze de pensioenleeftijd hebben bereikt. De hoge werkdruk – voortdurend overwerken en altijd moeten aanstaan – is dé oorzaak van de uitstroom van leraren.

Bij het stuklopen van eerdere onderhandelingen benoemde de vakbond AOb nog dat het oplossen van de hoge werkdruk ‘op de eerste, tweede en derde plaats’ stond. Vakbond CNV voerde zelfs campagne door op de noodknop te drukken: zonder concrete werkdrukafspraken geen cao. Het is dan ook merkwaardig dat het uiteindelijke resultaat teleurstellend blijft steken op ‘gesprekken om het taakbeleid te beoordelen en herzien’. Die mogelijke herziening zou vervolgens pas met de ingang van het schooljaar 2028-2029 volledig afgerond zijn, wat betekent dat de broodnodige verlichting nog jaren op zich laat wachten.

Plofklassen

Nu is voor de klas staan niet alleen kommer en kwel. Zo mag ik iedere dag vertellen over de pracht van de Nederlandse taal en literatuur. En daarbij kom ik dan in aanraking met unieke individuen die gek genoeg bijvoorbeeld benieuwd zijn naar mijn favoriete chipssmaak. Daar staat tegenover dat ik in overvolle lokalen moet lesgeven aan soms wel 34 (!) scholieren van verschillende niveaus, om aan het einde van het uur mijn boeltje weer te pakken en te verhuizen naar het volgende station.

Over dit artikel

Jeff van der Linden is docent Nederlands op het Grotius College in Heerlen.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Dit soort plofklassen bemoeilijken het lesgeven en verhogen de werkdruk, maar een handjevol ongemotiveerde – soms zelfs ongemanierde – leerlingen draagt evenmin bij aan het werkplezier. Het gebrek aan visie op veel scholen is schrijnend. Zo meldde 45 procent van de respondenten op onderwijssurveyapp Teacher Tap dat het ontbreken en/of niet handhaven van duidelijke, schoolbrede gedragsregels het beduidend moeilijker maakt om orde te houden. Die ordeproblemen hebben volgens de docenten een sterke invloed op de uitval van leraren.

En de grote hoeveelheid verlofdagen in het onderwijs dan? Die is natuurlijk niet verkeerd. Maar in werkelijkheid gaat het niet zozeer om vrije dagen als om lésvrije dagen. Het werk is namelijk nooit echt af. Ook tijdens de schoolvakanties wordt er gewerkt: studieplanners maken, toetsen ontwikkelen of die ene taak waarvoor we uiteindelijk uiteraard allemaal het onderwijs in zijn gegaan: correctiewerk.

Die zogenaamde vakantie-uren worden overigens gewoon verdiend, want de normwerkweek voor een fulltimedocent ligt boven de 40 uur. In de praktijk vaak zelfs vér daarboven. Om 07.30 uur aanwezig zijn voor printwerk en andere voorbereidingen is bijvoorbeeld geen uitzondering. Dit geldt dan weer niet voor pauzes, die zijn wél zeldzaam (nee, surveilleren op het schoolplein ís geen pauze). En ik schreef het al eens eerder: de opslagfactor. Tijd voor lesvoorbereidingen en nakijkwerk is er niet op school, die gaat in werkelijkheid pas in na het avondeten. Mails beantwoorden na schooltijd, toetsen nakijken in de avonduren en lessen voorbereiden op vrije dagen; allemaal gemeengoed in het onderwijs.

Gewoon lesgeven

Docenten hebben simpelweg niet genoeg tijd om hun werk goed te kunnen uitvoeren. Ze kunnen bijvoorbeeld nauwelijks even afstand nemen van de dagelijkse hectiek om kritisch te kijken naar de kwaliteit van hun lessen. Het zou dan ook goed zijn het beroep aantrekkelijk te maken door de werkdruk te verminderen. Verhoog dus de opslagfactor, verklein de klassen en laat scholen stoppen met oeverloze onderwijsvernieuwingen. Zorg dat docenten zich kunnen richten op het primaire proces: gewoon lesgeven, en daar horen ook gedegen voorbereidingen bij.

Met een ernstig tekort aan personeel lijkt meer tijd voor docenten op het eerste gezicht misschien niet de meest logische stap, maar het is de enige maatregel die de uittocht van docenten kan stoppen én kan leiden tot meer aanwas. Het is de enige oplossing voor het almaar groter wordende lerarentekort. Zélfs als die tijd eventueel ten koste zou gaan van de lestijd voor scholieren.

De vakbonden hebben de laatste jaren zonder meer puik werk verricht door goede salarissen te bewerkstelligen. Maar omdat er niets wordt gedaan om docenten binnenboord te houden, blijft het lerarenlek een voldongen feit. De oorzaken van de torenhoge werkdruk, de werkelijke redenen voor het lerarenlek – grote klassen, weinig tijd, eindeloze verandering en verantwoording – worden namelijk wéér niet aangepakt. En dat is geen goed nieuws.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next