Europa heeft nog steeds een sterke positie in Afrika, als handelspartner en investeerder. Maar het zal zijn partners als gelijken moeten gaan behandelen.
De Franse president Emmanuel Macron liet zich onlangs weer eens van zijn hautaine kant zien, toen hij de buitenlandse ambassadeurs in Parijs toesprak. ‘Ze zijn ons vergeten te bedanken. Het geeft niet, dat komt wel met de tijd’, zei hij over de Afrikaanse landen waar de afgelopen jaren het Franse leger is ingezet om plaatselijke leiders te helpen.
Zijn paternalistische toon viel totaal verkeerd in Afrika, waar een sterk anti-Franse stemming heerst. Mali, Niger en Burkina Faso stuurden Franse militairen het land uit en binnenkort zijn deze ook niet meer welkom in Senegal, Tsjaad en Ivoorkust.
De verhouding tussen Frankrijk en zijn voormalige koloniën is verziekt. Na de dekolonisatie hield Frankrijk een stevige vinger in de pap in Françafrique. Tussen 1964 en 2014 werd het Franse leger 52 keer ingezet, doorgaans om een bevriende leider te beschermen tegen een couppoging. Frankrijk hield dictators in het zadel, in ruil voor grondstoffen en een voorkeursbehandeling voor het Franse bedrijfsleven.
Deze geschiedenis heeft in Franstalig Afrika geleid tot een sterke anti-Franse stemming, die gemakkelijk geëxploiteerd kan worden door populistische politici en militaire junta’s die steun bij het volk zoeken. Het machtsverlies van Frankrijk in Afrika kan echter niet louter worden verklaard door de fouten in de koloniale en postkoloniale tijd.
In een kantelende wereldorde is Europa van zijn voetstuk gevallen. Afrikaanse landen hebben de keuze. Voor militaire bescherming kunnen zij aankloppen bij Rusland, voor investeringen bij China. Veel Afrikaanse leiders doen graag zaken met China, dat geen lastige vragen over democratie en mensenrechten stelt.
Europa vinden zij hypocriet. Het zwaait graag met de vinger, maar vergeet de mensenrechten als zijn eigen belang in het geding is. Zo wordt de Tunesische dictator Kais Saied betaald om migranten tegen te houden. De oorlog in Gaza heeft de morele positie van Europa verder verzwakt, omdat het niets heeft gedaan tegen het excessieve geweld van het Israëlische leger.
De terugkeer van Donald Trump versterkt deze ontwikkeling. Ook hij praat niet over democratie en mensenrechten, maar behartigt keihard de Amerikaanse belangen. In deze transactionele wereld kunnen de landen van het mondiale Zuiden kiezen met wie ze zaken willen doen.
Deze ontwikkeling valt in sommige opzichten te betreuren. Veel Afrikaanse landen maken zich schuldig aan grove schendingen van de mensenrechten. Het Europese discours over mensenrechten is vaak hypocriet, maar als het wegvalt dreigt niemand zich meer druk te maken over de rechten van vrouwen, homo’s of politieke opposanten. Maar Europa heeft Afrika nodig, voor grondstoffen, voor de beheersing van migratie en de strijd tegen het jihadisme.
Het heeft nog altijd een sterke positie in Afrika, als belangrijkste handelspartner en investeerder. Maar als het die positie wil behouden, zal het een beleid moeten voeren dat de economische ontwikkeling van Afrika veel krachtiger bevordert. Het zal met zijn partners in Afrika moeten omgaan als gelijken, ‘op ooghoogte’, zoals de Duitse bondskanselier Olaf Scholz ooit zei.
Als Europa zich arrogant toont, zoals president Macron, zal de koloniale erfenis als een boemerang terugkeren, waardoor de positie van Europa verder wordt verzwakt.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant