Filmmaker Tallulah Schwab (Een dorsvloer vol confetti, 2014) begon twintig jaar geleden al met het schrijven van Mr. K. Hoe kwam het ambiteuze project uiteindelijk toch tot wasdom? En hoe was het om met cultacteur Crispin Glover samen te werken?
schrijft voor de Volkskrant over film.
Filmmaker Tallulah Schwab (51) zat laatst bij de dokter in de spreekkamer, keek omhoog en zag iets eigenaardigs. ‘Twee meter boven de grond zie ik daar een deur in de muur, mét ladder’, zegt ze. ‘Ik moest natuurlijk over medische dingen praten, maar ik zei tegen die dokter: nou, dat is een interessante deur. Zegt-ie: jaha, interessant hè. En toen zei hij niks meer! Ik ben niet iemand die meteen doorvraagt. Ik ben Noors – niet zo direct als een Nederlander. Maar mijn fantasie slaat dan wél op hol. Zo’n deur op die plek slaat toch nergens op? Waarom zou je daar met een ladder naartoe moeten?’
Ze geeft toe: het echte antwoord is vermoedelijk wat saaier dan haar fantasie. Maar na haar bezoek aan de dokter daalde het besef nog maar eens in dat de werkelijkheid soms buitengewoon bevreemdend kan zijn. Surrealisme is overal om ons heen, als we het maar willen zien.
Schwab – geboren in Noorwegen en op haar 18de geëmigreerd naar Amsterdam – heeft haar wonderlijke tweede bioscoopfilm Mr. K volgestopt met deuren. Het titelpersonage, een goochelaar die tijdens zijn tournee aanklopt bij een oud hotel en verzeild raakt in een veredeld doolhof, treft ze in allerlei soorten en maten. Deuren die een ingang zijn maar geen uitgang. Kamerdeuren die hem confronteren met hotelgasten van het zonderlingste soort. Deuren die dienen als barricade tegen kwaadwillenden. Zelfs deuren die toegang verlenen tot ruimten waarvan het bestaan ons verstand te boven gaat.
Het is met al die deuren in Mr. K een komen en gaan van mensen. Veel van de chaos en verwarring in de film ontleende ze aan de verhalen van Franz Kafka. ‘In Het slot (waarin het hoofdpersonage ‘K.’ wordt genoemd, red.) worden twee mensen ingezet om de hoofdpersoon te volgen. Als de deur wordt dichtgedaan, komen ze gewoon door het raam naar binnen. Dat vind ik zó geestig, van die mensen die je niet kunt kwijtraken.’
Het hotel in Mr. K is net als in hotelfilmklassiekers als The Shining en Barton Fink een plek als een levend organisme. Het gangenstelsel lijkt voortdurend te veranderen. De goochelaar in Mr. K, gespeeld door Hollywood-cultacteur Crispin Glover (vooral bekend als de vader van Michael J. Fox in de eerste Back to the Future), dient de schijnbaar ongeschreven regels van deze plek uit te vogelen om aan de greep van het gebouw te ontkomen.
Wie Schwab kent van haar sterke bioscoopdebuut Een dorsvloer vol confetti (2014), naar de roman van Franca Treur over een meisje dat zich probeert los te maken van haar diep religieuze Zeeuwse boerenfamilie, zal zich bij het zien van Mr. K mogelijk even achter de oren krabben. ‘Dorsvloer is realistischer’, zegt ze. ‘Al is het bij vlagen ook een wat uitvergroot realisme.’ Ze ziet ondanks de verschillen ook een overkoepelende thematiek. ‘Ieder mens leeft volgens een eigen waarheid. En een waarheid is nooit helemaal waar – er zijn altijd verschillende perspectieven.’
Mr. K, afgelopen najaar bekroond met de Méliès d’Argent op het Imagine Filmfestival Amsterdam, gaat over de hunkering naar waarheid, zegt ze. En over ons onvermogen de volledige waarheid te achterhalen. Het hotel is een plek die de kijker zelf van betekenis mag voorzien. Is het een metafoor voor een laat-kapitalistische samenleving? De ervaring van een vluchteling in een nieuwe, onbekende wereld? Klimaatverandering? Elke visie is juist. Zo schetst de film langzamerhand een uitgebreid beeld van een samenleving waarin iedereen zich terugtrekt in de eigen bubbel, met ieder een eigen versie van de waarheid.
Schwabs fascinatie voor een plek die zich lastig laat doorgronden komt voort uit haar eigen ongemak met sociale situaties, zegt ze. ‘Als ik naar een sociale gelegenheid ga, heb ik het gevoel dat het leuk zou moeten zijn. Dat zie ik in elk geval bij anderen: mensen hebben er lol in. Maar voor mij is het werk. Praten over koetjes en kalfjes gaat niet vanzelf. Ik zie zelfs op het schoolplein mensen heel natuurlijk sociaal doen. Mijn hele leven vraag ik mij af wat op deze plekken de regels zijn.’
Schwab praat medio december in een helder afgebakende context aan een klein tafeltje in een koffiebar in Amsterdam. Een dag na het interview vertrekt ze met haar gezin – vriend en collega-filmmaker Martin Koolhoven en hun twee zoons van 14 en 16 – naar haar familie in Noorwegen om de kerstdagen door te brengen.
Wat níét aan de basis lag van Mr. K zijn haar herinneringen aan de zomer van 1992, toen ze als tiener naar Nederland verhuisde en toch echt een nieuw bestaan in een onbekende wereld moest opbouwen. ‘Die verhuizing heb ik nooit als ongemakkelijk ervaren. Ik vond het tijd om meer van de wereld te zien en stond verder niet stil bij de eventuele gevolgen van mijn wens. Ik kwam op de Filmacademie en daar was het duidelijk waar het over ging: iedereen wilde films maken, net als ik. Mijn hartsvriendin ging mee. Dat maakte alles heel fijn en veilig.’
Het regisseren maakte ze zich soepel eigen. Schwab ‘blijkt in vingeroefening Nachttrein sterke thrillerscènes te kunnen maken’, schreef Volkskrant-criticus Peter van Bueren destijds over haar afstudeerfilm in 1996.
Ze volgde daarop een regieopleiding aan de Toneelschool Amsterdam en maakte een handvol korte films. De opvallendste was De man in de linnenkast (2003), waarmee ze vroeg in haar carrière een voorliefde voor surrealistische cinema etaleerde. Ook nu vormde de werkelijkheid een inspiratie. ‘Mijn tante had een buurman die vreselijk de weg kwijt was. Op het moment waarop hij zou worden opgehaald door de ggz had hij zich opgesloten in een kast. Hij stak daar zijn eigen ogen uit, bevangen door een heel weirde, kinderlijke logica: als ik hen niet zie, zien zij mij niet. Het is me altijd bijgebleven: dat de wereld in je hoofd zó kan veranderen.’
Die gebeurtenis bewerkte ze tot haar tien minuten durende film over een alleenstaande man die een troosteloos appartement betrekt waar de linnenkast een portaal lijkt te zijn naar een paradijselijke, zonovergoten tuin. Maar de hemel transformeert tot hel als hij wordt aangevallen door een zwerm agressieve kraaien, als een variant op Alfred Hitchcocks The Birds.
De man in de linnenkast wekte de interesse van filmproducenten van naam. Kees Kasander, de vaste producent van de Engelse regisseur Peter Greenaway, vroeg haar om ideeën. ‘Ik kwam bij hem op bezoek en pitchte het ene na het andere filmplan. Ik wist precies welk idee bij welk op jonge filmmakers gerichte financieringsprogramma paste. Tot hij vroeg: maar wat wil jíj maken? Dat had op dat moment niemand mij gevraagd.’
Geïnspireerd legde ze zodoende, meer dan twintig jaar voor de uiteindelijke première van Mr. K, de eerste hand aan het scenario. Een groot, ingewikkeld en ambitieus project voor een debutant, bleek bij nader inzien. De beoogde producent viel tijdelijk uit door ziekte en het lukte Schwab niet een nieuwe compagnon te zoeken. ‘Bij het Filmfonds bleef wel wat interesse, maar er was ook terughoudendheid. Wat ik wilde, kenden ze niet.’
Mr. K werd geparkeerd en Schwab besloot haar carrière met kleinere stapjes op te bouwen. Televisiefilms Blindgangers (2006) en Mimoun (2013) werden gevolgd door de tv-serie Taart (2014) en Treurverfilming Dorsvloer vol confetti.
Geregeld werd ze door producenten gevraagd hoe het ook alweer zat met dat scenario van die ambitieuze, nooit gemaakte film. De interesse zwol de afgelopen jaren aan – de thematiek over eigen waarheidsbubbels leek allesbehalve aan actualiteitswaarde te hebben ingeboet. ‘Het werd tijd, dacht ik.’
De productie kwam op gang en de grootste troef – het binnenhalen van de gerenommeerde zonderlingenspecialist Crispin Glover – bleek haalbaar. ‘Crispin is geïnteresseerd in surrealisme en wil graag spelen in films die anders zijn, off the charts. We spraken met elkaar en hij was meteen enthousiast. Hij is geen A4-persoon: absoluut niet standaard. Er schuilt iets irrationeels in hem. Het komt soms naar boven, maar je weet nooit precies wanneer. Zo is hij in het echt, en hij is geweldig in staat die eigenschap over te brengen op zijn personage. Alleen al zijn uitstraling brengt een bepaalde spanning met zich mee.’
Makkelijk was het niet om met Glover te werken, zegt Schwab. De acteur zei inmiddels dat hij met Schwab voor 90 procent op één lijn zat. 10 procent was aftasten.
Schwab: ‘Ik kon hem af en toe wel achter het behang plakken. Hij mij ook, denk ik. Ik ben iemand die duidelijk kan zijn: het moet zo en zo. Ik weet dat een creatief proces niet altijd soepel hoeft te gaan. Als je botst, wil dat zeggen dat je allebei gepassioneerd bent. Het maken betékent wat.’
Waar ze het in elk geval volledig over eens waren, is de keuze voor een zo multi-interpretabel mogelijk verhaal. Ze plukte inmiddels de vruchten van die aanpak tijdens vraaggesprekken met het publiek op festivals in Korea, Toronto en Amsterdam. ‘Ik geloof dat de film heel erg uitnodigt tot persoonlijke interpretaties. Ik ben geen filosoof die antwoorden op een dienblaadje serveert. Ik ben razend nieuwsgierig naar alle interpretaties die nog zullen komen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant