Met de verwoesting van de Pacific Palisades is ook ruim een eeuw cultuurgeschiedenis verdwenen. Rob van Scheers, die er als biograaf van Paul Verhoeven regelmatig kwam, neemt ons mee, van de eerste filmstudio tot de favoriete hangplek van beroemde kunstenaars.
schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.
Wat doe je als het rampzalige nieuws over Los Angeles via CNN je huiskamer binnenzeilt? Dan denk je als zijn biograaf toch eerst en vooral aan Paul Verhoeven, die precies in het zwaarst getroffen gebied woont: de fraaie tuinwijk Pacific Palisades. En probeer je te appen, heel voorzichtig, de situatie valt maar lastig in te schatten.
‘Dag, Paul. Wat een toestand in de Palisades. Alles oké, hoop ik?’
‘Verdreven uit ons huis.’
De avond erop nog maar een keer een appje om te informeren hoe het gaat, en of hij soms zijn verhaal kwijt wil.
‘Ja, maar mijn hoofd staat er niet naar. Eerst kijken hoe dit afloopt.’
Via een woordvoerder van zijn productiekantoor komt nog wel naar buiten dat Paul en Martine Verhoeven op dinsdag 7 januari met hun twee honden veilig zijn ondergebracht bij vrienden.
Maar het armageddon dat de Pacific Palisades trof, heeft zijn wijk geheel in as gelegd. Voor buitenstaanders een van de minder bekende wijken van Los Angeles, er komen maar weinig toeristen. En dat terwijl er ruim een eeuw cultuurgeschiedenis te vinden valt.
Het door Los Angeles opgeslokte dorp Hollywood heeft de naam, de faam en het logo. Strandwijk Malibu staat bekend als een wat decadente kunstenaarskolonie achter een soort IJzeren Gordijn, met al die hekwerken. Maar het echte culturele hart van Los Angeles klopte in de Palisades, daar liggen de verhalen – en dan met name als het gaat over de opkomst van de Amerikaanse filmindustrie.
Rond 1911 trok de filmwereld vanuit New York naar Californië, omdat de grond er goedkoper was en de weersomstandigheden beter. Pionier was Thomas H. Ince (1880-1924), die er Inceville optrok, de eerste moderne filmstudio. Dat deed hij op een gebied van zo’n 75 vierkante kilometer, dat liep van het strand van de Stille Oceaan tot aan de Santa Monica Mountains.
Een ruig, goeddeels onontgonnen gebied, de Pacific Palisades. Het was duizenden jaren het jachtterrein van de inheemse Tongva’s geweest, in de 19de eeuw volgde een Mexicaanse periode, en nu streek de ontluikende filmindustrie er neer.
Met gepaste trots zie je producer, regisseur en scenarist Ince poseren op de snapshots uit die tijd. Na een investering van 35 duizend dollar – destijds een gigantisch bedrag – was alles voorhanden in zijn revolutionaire aan-de-lopende-band-filmfabriek, de allereerste in zijn soort.
Dan moet je denken aan: meerdere filmsets, zodat diverse producties gelijktijdig konden worden gedraaid. Een compleet Japans dorp, een eigen veestapel, een protestants stadje van de kolonisten, het kon niet op. Daarnaast kleedkamers, een rekwisietenafdeling, een laboratorium om het materiaal te ontwikkelen en een enorme kantine voor zijn personeel. Al na twee jaar telde Inceville zevenhonderd werknemers, en de specialiteit van het huis was de western.
In zijn zucht naar perfectie huurde de filmmaker – die later als bijnaam The Creator of the Hollywood Studio System meekreeg – daar graag rondreizende wildwestshows voor in, inclusief de toenmalige kasmagneetcowboy William S. Hart, en als het zo uitkwam ook een groot aantal oorspronkelijke bewoners, en ze bleven allemaal logeren.
Aanvankelijk scoorde Inceville hit na hit. Daartoe behoorden westerns als War on the Plains (1912) en Custer’s Last Fight (1912), maar helaas deed de groots opgezette flop Civilization (1916) Ince de das om. Deze anti-oorlogsfilm, met talloze figuranten en een buitenissig budget, maar vooral met veel productieproblemen, dwong de filmmagnaat zijn studio door te verkopen aan zijn ster William Hart.
Later vertelde Ince hoe hij buiten de zomermist van Los Angeles gerekend had: May grey. June gloom, een terugkerend verschijnsel waarbij de zon schuilgaat achter wolken en zware mist, omstandigheden die de buitenscènes bemoeilijkten, net als de woestijnwinden Santa Ana. Ook als ‘Hartville’ zou de studio het niet redden, en in 1922 werden de poorten voorgoed gesloten.
Niet dat ze er dan in LA een plaquette neerzetten, met een QR-code vol info, op de locatie waar nu aan 17300 Pacific Palisades visrestaurant Gladstones is gevestigd: ‘Ooit begon hier Inceville.’
Gelukkig bestaan er nog wel een handvol foto’s van de filmfabriek. En iets van die sfeer van de vroegste dagen van Hollywood vind je terug in de episch opgezette zwarte komedie Babylon (2022) van regisseur Damien Chazelle, met Brad Pitt en Margot Robbie in de hoofdrol.
En toen vlogen de Palisades in brand. Smeulend vuur, ja, dat gebeurt daar op de flanken van de heuvels en in de canyons wel vaker. Maar dat de verwoestingen de stad zouden binnentrekken had bijna niemand voorzien. Wéér die Santa Ana-jachtwinden, met de kracht van een orkaan, en de gevolgen zijn rampzalig.
Malibu werd aangevallen, waar filmmakers en muzikanten als Robert Redford, James Cameron, Barbra Streisand en Beck wonen. De Hollywood Hills, thuishaven voor Sharon Stone en David Lynch. Maar de Palisades hadden het nog wel het zwaarst, de berichten op CNN klonken steeds somberder.
Tot voor kort was het een betere buitenwijk op een klif, met uitzicht op zee en wuivende palmbomen. De strak aangeharkte grasveldjes grenzen aan fraaie houten huizen die zo lijken weggeplukt uit een Spielberg-vertelling over suburbia, en niet zelden staat er een rode jeep voor de deur. Gentrificatie die nog binnen een eeuw werd voltooid.
Na het vertrek van Inceville zagen protestantse methodisten wel wat in deze plek in de luwte. Ze kochten het land in 1922, en bouwden aan een religieuze commune. Maar toen in 1925 de zandweg die Sunset Boulevard heette werd geasfalteerd, geraakten de Palisades uit hun isolement. De eerste villa’s verschenen, gebouwd met fortuin uit de roaring twenties. Aansluitend werden de Palisades in de jaren dertig een geliefd ballingsoord voor uit nazi-Duitsland gevluchte schrijvers en filosofen, onder wie Thomas Mann, Bertolt Brecht, Lion Feuchtwanger en Theodor Adorno. Weimar aan zee, noemden ze het zelf.
Kunstenaars van diverse pluimage voelden zich aangetrokken tot het mediterrane klimaat. Het werd een enclave, met de schilder Edward Hopper, de schrijvers Henry Miller en Aldous Huxley, en als je geluk had kon je Igor Stravinsky door een open raam piano horen spelen. Ronald Reagan woonde er tijdens zijn acteursjaren trouwens ook, in deze wijk waar menige villa door het bureau van architect Frank Lloyd Wright (1867-1959) werd opgetrokken.
Dat is zo gebleven. Tot de populatie van de Palisades – met haar 23 duizend inwoners – behoren bekende gezichten als Jennifer Aniston, Bradley Cooper, Matt Damon, Jamie Lee Curtis, Anthony Hopkins en Tom Hanks, en dus Paul Verhoeven.
Tijdens het werken aan zijn biografie kwam ik er vaak. Op de (van hem geleende, oude) racefiets, een ritje van een paar mijl vanaf mijn hotel Carmel in Santa Monica, via Pacific Coast Highway omhoog bij Sunset Boulevard – waar op de hoek het hoofdkwartier van Inceville stond, nu een meditatietuin – een paar fikse klimmetjes, enkele slingerbochten naar links en dan kom je uit in zijn rustige straatje.
Na wat omzwervingen sinds zijn vertrek uit Nederland in 1985 is hij daar met zijn vrouw Martine en hun twee dochters in 1988 terechtgekomen. Martine had het huis gekozen: een subtiel grijs en wit geschilderd, ruim bemeten houten huis met puntdak plus zwembad en gietijzeren hekken voor de deur.
Precies zoals je je ‘Hollywood’ voorstelt, eigenlijk. De belendende garage was gepromoveerd tot archiefruimte, waar ik me een weg zocht tussen scenario’s, knipsels, foto’s, storyboards, dagboekjes, contracten, briefwisselingen, oorkondes, prijzen, enzovoort.
Nu moet voor zijn villa worden gevreesd, net als voor het onvervangbare archief. En dan schiet toch even door je hoofd dat het jongetje dat opgroeide tijdens de Tweede Wereldoorlog in Den Haag, en het bombardement op het Bezuidenhout meemaakte, nu op 86-jarige leeftijd andermaal in zo’n inferno is beland.
De Palisades zullen nooit meer hetzelfde zijn. Het grote witte houten Ranch House met 31 kamers vol memorabilia van de beroemde vaudeville-komiek en rodeoster Will Rogers (1879-1935) ging in vlammen op. De Villa Aurora, de ontmoetingsplaats voor Duitse bannelingen en een plek waar Charlie Chaplin ook graag kwam, lijkt volgens de laatste informatie op het nippertje gespaard gebleven.
Net als de geliefde villa’s van Frank Lloyd Wright, zo meldt de Los Angeles Times opgelucht, maar voor het beroemde brutalistische Robert Bridges House van architect Robert Bridges geldt dat dan weer niet. De middelbare school, de synagoge en nog talloze andere landmarks... allemaal wég.
Na de catastrofale gebeurtenissen kunnen we bijna spreken over een totaal verdwenen wereld. CNN weet inmiddels te melden dat gisse projectontwikkelaars al dumpprijzen bieden op de verschroeide kavels, en zij er ongetwijfeld weer nieuwe panden zullen plaatsen, maar die verborgen cultuurgeschiedenis – juist de charme van de Pacific Palisades – krijg je nooit meer terug.
De branden in Los Angeles hebben vermoedelijk heel wat kunst vernietigd in privéhuizen. Zo heeft een galeriehouder dertig werken van Andy Warhol verloren die hij thuis had hangen. Ook zijn tientallen ateliers, een galerie en een kunstenaarskolonie in as gelegd. De grote musea bleven tot nu toe gevrijwaard van schade, al was het even spannend bij een van de gebouwen van het prestigieuze Getty Museum.
Het vuur heeft ook huizen verwoest die architectonische waarde hebben. De krant Los Angeles Times telde er zes. Panden die zijn ontworpen door de beroemdste architecten, zoals Frank Lloyd Wright, lopen niet onmiddellijk gevaar. In Pacific Palisades, waar de grootste brand woedt, naderde het vuur de villa die de Duitse schrijver en Nobelprijswinnaar Thomas Mann liet bouwen. Dat liep – voorlopig – goed af. Meer zorgen bestaan er over Villa Aurora, het huis van een andere schrijver uit Duitsland, Lion Feuchtwanger. Zijn voormalige woning heeft een kostbare bibliotheek en ligt in de vuurzone. Bij een brand in 2018 in het nabijgelegen Malibu gingen 24 duizend bijzondere fotoboeken van de fotografie-expert Manfred Heiting verloren.
Ook verbrand in Pacific Palisades: honderdduizend partituren van de Oostenrijkse-Amerikaanse componist Arnold Schönberg. Dat was de handelsvoorraad van Belmont Music Publishers, een uitgeverij die in 1965 is opgericht om zijn muziek te verspreiden. Larry Schoenberg, een zoon van de componist, meldde dat er niets over is van de uitgeverij. ‘De volledige inventaris van verkoop- en verhuurmaterialen, bestaande uit enkele manuscripten, originele partituren en gedrukte werken, is in de vlammen verloren gegaan.’ Hij noemt het verlies ‘een diepe culturele klap’. Veel muziekgezelschappen komen mogelijk zonder bladmuziek van Schönberg te zitten.
Eveneens tot de grond afgebrand is het Bunny Museum, dat aan de hand van zestigduizend objecten de geschiedenis vertelt van konijnen en hazen in onder meer reclame, kunst en vermaak. De oprichters, een echtpaar, zijn meteen begonnen met een geldinzameling om een nieuw museum te kunnen stichten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant