Home

Zijn werknemers en werkgevers het altijd eens over pensioenmatiging?

Over loonmatiging zijn werkgevers en werknemers hopeloos verdeeld. De vakbonden vinden dat de lonen in veel sectoren in een economie die zo concurrerend is als die van Nederland best omhoog kunnen, zeker gezien de stijgende winsten en fikse personeelstekorten. Maar de werkgevers vrezen dat Nederland zich dan uit de markt prijst en de inflatie verder stijgt.

Maar over pensioenmatiging zijn ze het wel altijd eens. In de paritair samengestelde besturen van de pensioenfondsen wordt er zelden geruzied. Er zijn 3,4 miljoen Nederlanders met een AOW-uitkering waarvan er 2,8 miljoen een pensioenuitkering hebben. Maar zij blijven al jaren achter.

Deels is dat niet zo erg. Veel 67-plussers hebben een riant pensioen waarmee ze niet veel beter weten te doen dan een tweede huis kopen, campers en boten aanschaffen – en die na enkele jaren veelal met verlies verkopen – luxe cruises maken, prijzige koffie en wijn drinken op het terras en hun kinderen op de woningmarkt helpen.

Maar voor een deel is het wel degelijk een probleem, want nergens is de ongelijkheid zo groot als onder gepensioneerden. En voor de minimalisten wordt het elk jaar moeilijker, ondanks het feit dat de aandelenbeleggingen van de pensioenfondsen nog nooit zo goed hebben gerendeerd.

De pensioenfondsen hebben altijd een excuus voor matiging. De rekenrente is te laag, de dekkingsgraad is onvoldoende of de ouderdom en uitkeringsduur neemt sneller toe dan verwacht. Het nieuwste excuus is de onzekerheid rond de overgang naar het nieuwe ‘casinopensioen’.

Gepensioneerden gaan er in 2025 in koopkracht op achteruit. Het laatste inflatiecijfer tot december was 4,1 procent. En daarvan krijgen de gepensioneerden van de vijf grootste fondsen maar een heel klein deel gecompenseerd.

Het ABP is nog het meest royaal. Dat verhoogt de pensioenen deze maand met 1,84 procent, hoewel het twee maanden geleden nog de bedoeling was die met 3,56 procent te laten stijgen. Bij het pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) en pensioenfonds Metaal & Techniek (PMT) gaan de uitkeringsgerechtigden op de nullijn. Beide fondsen zeggen nog onder de dekkingsgraad van 110 procent te zitten en hebben geen ruimte.

Bij het bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid (BPFBouw) bedraagt de dekkingsgraad een riante 127 procent. Maar de pensioenuitkering stijgt met slechts 0,75 procent. Bij pensioenfonds MetalElektro (PME) komt er bij een dekkingsgraad van 113 procent 0,3 procent bij.

De pensioenfondsen moeten de pensioenen voor 1 januari 2028 overzetten naar het nieuwe stelsel. Van de vijf grote pensioenfondsen zullen er vier (PFZW, PMT, BPFBouw en PME) die stap al op 1 januari 2026 zetten, over nog geen twaalf maanden. Het ABP volgt een jaar later.

De fondsen denken dat de overgang gepaard gaat met tegenvallers. Zo kunnen de beleggingsopbrengsten lelijk gaan tegenvallen als de aandelenbeurs – gekscherend het casino genoemd – na jaren van stijging ineens keldert.

De fondsen willen zich daarvoor indekken. En daarom keren de beheerders van pensioenfondsen de winsten niet uit, net alsof het casino de winsten aan de roulettetafel inhoudt.

Wat voor de een matiging is, voelt voor de ander als diefstal.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next