Home

Vermogens nog steeds scheef verdeeld, rijkste 10 procent bezit meer dan de helft

De vermogens in Nederland zijn nog steeds scheef verdeeld. De rijkste 10 procent van de huishoudens heeft meer dan de helft van alle bezit in handen, de onderkant zit met schulden.

is economieredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over grote bedrijven, ongelijkheid en lobby.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat de vermogens van huishoudens in tien groepen heeft verdeeld. Begin 2023 had de 10 procent meest vermogende huishoudens 56 procent van alle bezit in handen. Dat totale vermogen was toen ruim 2.600 miljard euro. Daarbij gaat het om onroerend goed, bank- en spaarrekeningen en aandelen en obligaties, minus de schulden.

De rijkste 1 procent bezit bijna een kwart van al het vermogen. Helemaal aan de bovenkant had de rijkste 0,1 procent 10 procent van het totaal. Dat betekent dat 82 duizend huishoudens samen ruim 260 miljard euro aan bezit hadden.

Aan de onderkant van de vermogensladder is het beeld heel anders. De 10 procent minst vermogende huishoudens had gezamenlijk meer schulden dan bezittingen. Hun ‘negatieve vermogen’ was 38 miljard euro. De twee groepen daarboven hadden een vermogen van rond de 0 euro.

Dip huizenmarkt

Het beeld van begin 2023 was vergelijkbaar met een jaar eerder. Dat komt volgens CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen door een dip op de huizenmarkt in 2022, toen de prijzen veel minder hard stegen. In dat jaar ging de waarde van de eigen woning (na aftrek van de hypotheekschuld) met slechts 1 procent omhoog, tegen 37 procent een jaar eerder.

Bijna zes op de tien huishoudens hadden begin 2023 een eigen woning. Voor ‘gewone’ huishoudens is dat veruit het belangrijkste bestanddeel van het vermogen. Alleen de rijkste 10 procent heeft zoveel ander vermogen – een belang in het eigen bedrijf bijvoorbeeld – dat de huizenprijzen voor die groep veel minder zwaar telt.

Gewone huishoudens profiteren relatief dus veel meer van stijgende woningprijzen dan de bovenste 10 procent’, zegt Van Mulligen. ‘Als woningprijzen hard stijgen daalt de vermogensongelijkheid, bij stagnerende of dalende woningprijzen juist niet.’

Woonkloof

Dat ‘dempende’ effect op de vermogenskloof van de sterk gestegen huizenprijzen is ook in de cijfers te zien. In 2015 had de rijkste 10 procent volgens het CBS nog 70 procent van al het vermogen, in 2023 was dat gezakt naar 56 procent. De rijkste 1 procent bezat in 2015 bijna een derde (32 procent) van het totale vermogen, wat gezakt is naar bijna een kwart (23 procent).

Bijkomend voordeel van de dip op de woningmarkt in 2022 was dat de ‘woonkloof’ tussen huizenbezitters en huurders niet nóg groter werd. Het verschil in vermogen tussen mensen met en zonder eigen huis liep zelfs iets terug. Overigens zijn de huizenprijzen sinds begin 2023 weer sterk gaan stijgen, dus dat effect zal van korte duur zijn geweest.

De onderste 10 procent met schulden bestaat vooral uit werknemersgezinnen (waar het inkomen uit loondienst het belangrijkst is, 69 procent) en zelfstandigen (10 procent). In de twee groepen daarboven zijn het vooral mensen met een uitkering.

Aan de bovenkant was ook het eigen bedrijf belangrijk. Bij de 10 procent rijkste huishoudens was een belang in de eigen bv goed voor 30 procent van het vermogen. Bij de rijkste 1 procent was dat meer dan de helft (54 procent).

De rijkste 10 procent bestaat voor ruim een kwart uit zelfstandigen. Een derde is werknemer, 40 procent is gepensioneerd. In deze hoogste groep was iemands vermogen minimaal 680 duizend euro. Bij de zelfstandigen was het doorsnee-vermogen ruim 1,3 miljoen euro.

Bij de rijkste 1 procent is ongeveer de helft zelfstandige en een derde gepensioneerd.

Luister ook naar onze podcast

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next