Home

Gevangenen helpen Los Angeles uit de brand. ‘Alles beter dan de cel’

Eenheid ‘Alder #20’ lijkt een brandweerbrigade als veel andere in Los Angeles, maar achter de feloranje uniformen gaat een groep veroordeelde criminelen schuil dat in ruil voor strafvermindering de samenleving dient. ‘Dit voelt als een tweede kans’.

is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Hij woont in New York.

Nog vier maanden te gaan. Dan heeft Andrew Harris zijn gevangenisstraf van tien jaar (‘iets met een vuurwapen’) eindelijk voltooid. ‘Het is tijd’, zegt Harris. ‘Ik ben er klaar voor.’ En dan, met een ruk aan het koord, wekt de gevangene zijn kettingzaag tot leven.

Dorre planten spatten in snippers uiteen. Op een gouden heuvelrug buiten Los Angeles, brandende woestijnzon, hakken Harris (55) en zijn ploeggenoten dwars door de dichte vegetatie. Hun cipier kijkt tevreden toe.

Dit is eenheid ‘Alder #20’. Van een afstandje lijken ze, gewoon, brandweerlieden. Maar hun feloranje uniformen verraden iets anders.

De staat Californië, verwikkeld in een krachtmeting met steeds hevigere bosbranden, stelt de inwoners van zijn overvolle gevangenissen tegenwoordig voor een keuze. Gevangenen kunnen strafvermindering verdienen, en een handjevol dollars — als zij bereid zijn daarvoor hun leven te wagen.

‘Zwaar en zéér gevaarlijk werk’, zegt brandweerman/gevangene Andrew Harris. ‘Ik ben helemaal gesloopt. Maar ik zal je zeggen: alles beter dan de cel.’

Geen middel geschuwd

In de strijd tegen de historische natuurbranden, die in acht dagen al zo’n 16.000 hectaren in as legden, schuwt Los Angeles geen middel. Legervliegtuigen scheren met bluswater over de walmende heuvels. Vanuit heel de VS, Canada en Mexico worden brandweerlui ingevlogen. Private firma’s krijgen miljoenen betaald om extra manschappen te leveren.

Maar het is niet genoeg. De branden intussen groeien. ‘Het gevaar is verre van geweken’, aldus Kristin Crowley, commandant van de Los Angeles Fire Department.

Het dodental is opgelopen tot zeker 24, met evenzoveel vermisten. Tienduizenden gebouwen zijn verwoest. De schade dreigt de 100 miljard dollar te overstijgen; een van de duurste rampen uit de Amerikaanse geschiedenis.

Inmiddels zijn tevens zo’n negenhonderd Californische gevangenen ingezet om het vuur te helpen bestrijden. Van de drie brandweermannen die dezer dagen blussen in Los Angeles, is ongeveer één op de drie een veroordeeld crimineel. Ze zijn te herkennen aan hun oranje outfits.

Terwijl zij klokje rond werken, verslechteren de natuurlijke omstandigheden met de minuut. Seizoensgebonden Santa Ana-winden van soms ruim 100 kilometer per uur — ze hielden zich een paar dagen koest — steken rond Los Angeles opnieuw de kop op. Het gevolg is rampzalig.

Vierde, vijfde, zesde kans

‘Opschieten!’, brult Andrew Harris boven de grom van zijn kettingzaag. ‘Go, go, go!’ De mannen van Alder #20 hebben haast. Ze werken recht in het pad van het vuur. Nu al plukt de warme wind aan de struiken, as schiet in pluimen over de droge ondergrond. De lucht voelt steeds verstikkender. Elk moment kan de boel ook hier in lichterlaaie komen te staan.

De gevangenen vormen een rij en werpen de afgezaagde takken in estafette de heuvel af. Zo creëren ze een onbrandbare barrière tussen de gortdroge vegetatie en de rand van Altadena, de gehavende buitenwijk waar afgelopen dagen de meeste doden vielen.

‘Ik kom hiervandaan’, zegt gevangene Marcus Mattox (39). Er hangt as in zijn zwarte baard. ‘Een paar straten verder groeide ik op. Dit is de eerste keer sinds mijn arrestatie dat ik hier terug ben. Ik kan het niet geloven. Al die verwoesting...’

Mattox zit vast, zegt hijzelf, wegens ‘vluchten voor de politie’. Na een wilde achtervolging door het nabijgelegen Santa Cruz werd hij ingerekend. Hij heeft nog acht maanden te gaan. Toen Mattox de kans kreeg om die tijd te verkorten, twijfelde hij geen seconde. ‘Dit voelt als een tweede kans’, zegt hij. ‘Of eigenlijk een derde.’ Zijn ploeggenoten lachen. ‘Oké, een vierde, vijfde, zesde kans.’

Exploitatie

De gevangenen krijgen twee dagen strafvermindering per werkdag. Ze worden uitgesloten wanneer ze zijn veroordeeld voor zedenmisdrijven, ontsnappingspogingen of — uiteraard — brandstichting. Vijf jaar celstraf voor de boeg is het maximum. Anders zou de verleiding te groot zijn om, hier in de chaos, te verdwijnen in de wildernis.

Fysieke fitheid is vereist. De gevangenen ondergaan vier dagen brandtraining. De risico’s zijn reëel. Afgelopen jaren raakten meer dan duizend gevangenen gewond, vier kwamen om het leven.

Critici noemen dit programma exploitatie. Gevangenen zonder andere mogelijkheid tot vroegere vrijlating zouden worden aangemoedigd om onverantwoorde risico’s te nemen. Financiële vergoeding staat daar nauwelijks tegenover.

Het minimumloon in Californië is 16,50 dollar per uur. De gevangenen verdienen 10 dollar per dag. Bij noodsituaties komt daar een dollar per dag bovenop.

‘Nee’, zegt Mattox, ‘dit doe je niet voor het geld.’ Verder willen hij en zijn ploeggenoten daar niets kritisch over kwijt. ‘Beter niet in de krant.’

Race tegen de klok

De tijd dringt. In het hart van Altadena, een paar kilometer bergafwaarts, beginnen veilig verklaarde ruïnes opnieuw te smeulen in de oprukkende wind. De straten raken bezaaid met sintels ter grootte van granaten. Achtergebleven burgers, zoals de 62-jarige Wayne Clarvoe, proberen de aandacht te trekken van voorbijrazende brandweerwagens. ‘Straks brandt de rest ook af!’

Maar de brandweer kan niet overal zijn. De begroeide frontlinie, hoog in de heuvels, krijgt voorrang. Daar racen de mannen van Alder #20 tegen de klok: voor de burgers van Los Angeles en, uiteindelijk, hun eigen vrijlating. Wat er dan komt? Andrew Harris aarzelt niet. Als hij zijn straf over vier maanden heeft uitgezeten, voegt hij zich bij de Californische brandweer. Maar dan formeel. Als ze hem willen hebben.

‘Je moet beseffen’, zegt Harris, ‘ik heb nooit een creditcard of rijbewijs gehad. Geen echt werk. Ik kon niets. Als gevangene heb ik pas gevonden waar ik goed in ben.’ Hij zwengelt zijn zaag aan. ‘Dit is nu wat ik doe.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next