De Spaanse regering wil investeren in de bouw van duizenden betaalbare sociale huurwoningen. Dat heeft premier Sánchez aangekondigd als onderdeel van een pakket maatregelen om de wooncrisis aan te pakken.
Het land kampt al jaren met een flink tekort aan betaalbare woningen. De centrale bank liet eind vorig jaar weten dat er in de komende twee jaar 550.000 nieuwe woningen gebouwd moeten worden om aan de vraag te voldoen.
Daarnaast loopt Spanje achter op andere Europese landen als het gaat om het aantal sociale huurwoningen. Het land telt bijna 300.000 sociale huurwoningen, dat is slechts 1,6 procent van het totale aantal huurwoningen. Ter vergelijking: in Frankrijk maakt 16 procent van de huurwoningen deel uit van de sociale huursector. Spanje ziet Nederland en Oostenrijk als gidslanden op het gebied van sociale huurwoningen. In Nederland is meer dan 30 procent van de huurwoningen sociaal, in Oostenrijk is dat bijna een kwart.
In de plannen van Sánchez wordt twee miljoen vierkante meter grond vrijgemaakt voor de bouw van duizenden door de overheid gesubsidieerde woningen. De regering wil bovendien wettelijk vastleggen dat deze woningen altijd in publieke handen blijven en geeft publieke bouwbedrijven die sociale huurwoningen bouwen voorrang bij de aankoop van onder meer grond.
De gedachte is dat meer betaalbare sociale huurwoningen ook de prijzen in de particuliere huursector drukken, doordat de vraag daar dan afneemt.
In het afgelopen jaar gingen Spanjaarden op Ibiza, Mallorca en in steden zoals Malága en Barcelona massaal de straat op om te demonstreren tegen de sterk gestegen huurprijzen. Inwoners zijn het massatoerisme zat en verzetten zich tegen buitenlandse investeerders die woningen opkopen en die voor flinke bedragen verhuren aan toeristen.
Barcelona probeert al jaren de problemen tegen te gaan door maatregelen als een bouwstop voor toeristenaccommodaties. Afgelopen zomer kondigde de burgemeester aan dat eind 2028 alle 10.000 vergunningen van toeristenverhuur moeten zijn ingetrokken.
Sánchez wil nu ook met landelijke maatregelen een rem zetten op het aantal buitenlandse huizenkopers. Zo wil hij een belastingheffing van 100 procent voor niet-EU burgers die in Spanje onroerend goed kopen. Volgens de premier kochten in 2023 niet-Europese burgers zo'n 27.000 huizen en appartementen in Spanje. "Zij woonden daar niet, hun familie woonde daar niet, maar ze speculeerden ermee en verdienden er geld aan. Dat kunnen we in de huidige context niet langer toestaan."
Daarnaast wil Sánchez de belasting voor vakantieverhuur verhogen. Toeristische verhuur drijft niet alleen de huurprijzen op, maar maakt het voor Spanjaarden een stuk moeilijker om een woning te vinden. "Wonen is een grondrecht, geen financieel product", aldus Sánchez.
Of de plannen van Sanchéz er daadwerkelijk komen, is nog de vraag. Ze moeten eerst nog worden goedgekeurd door het parlement. De voorstellen hebben al van verschillende kanten kritiek gekregen. Rechtse partijen zoals oppositiepartij Partido Popular (PP), vinden dat sommige maatregelen te veel inbreuk maken op de vrije markt. Van links klinkt het kritiek dat de maatregelen niet ver genoeg gaan om de woningcrisis te beteugelen.
"Sánchez presenteert zijn plannen voor de woningmarkt nu omdat ze het grote thema van 2025 én van zijn ambtstermijn moeten worden. In 2023 werd onder zijn vorige regering een nieuwe woningwet van kracht, waarin onder andere die huurprijzen werden beteugeld. Maar tot zijn frustratie weigeren de regio's die bestuurd worden door zijn grote politieke rivalen van de conservatieve Volkspartij (PP) die regels in te voeren. Met de nieuwe plannen hoopt hij die weerstand te overwinnen.
De toegang tot de woningmarkt is voor bijna 23 procent van de Spanjaarden hun grootste zorg, een stijging van 7 procent ten opzichte van een jaar eerder. Vooral onder jongeren zijn die zorgen groot, omdat zelfs de inkomsten van een baan hen geen betaalbare woning garanderen. Van de jongvolwassenen die werken, woont nog altijd 70 procent bij de ouders. De gemiddelde leeftijd dat Spanjaarden het ouderlijk huis verlaten is 30,4 jaar. Sánchez wil juist die jongeren meer kansen geven en daarmee stemmen weghalen bij de partij die op dit moment veel stemmen uit die generatie krijgt, het radicaalrechtse Vox.
Maar om die maatregelen in te kunnen voeren heeft hij wel de steun van het parlement nodig, waar zijn linkse regering een minderheid heeft. Hoe en welke van de twaalf punten de regering-Sánchez zal kunnen toepassen, moet het komende jaar blijken. Het streven is om ze in 2026 van kracht te laten worden."
Buitenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws