Terwijl Koerden in Syrië (ook na de omwenteling) en in Irak hun autonomie en hun taal koesteren, gaat het in Turkije bergafwaarts met het Koerdisch. Steeds minder kinderen spreken het. Wat betekent dat voor de strijd voor de Koerdische identiteit?
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voor deze reportage reisde hij naar het Koerdische zuidoosten van Turkije.
Het kost Rêdûr Dîjle Aydin dagelijks een uur om zijn dochtertje Rohanî, 3,5 jaar oud, naar de kinderopvang te brengen. Niet dat er in Diyarbakir, de grootste Koerdische stad van Turkije, onvoldoende crèches zijn. Alleen: ze zijn vrijwel allemaal Turkstalig. Aydin en zijn vrouw staan erop dat het meisje voorlopig alleen met de Koerdische taal opgroeit.
De 37-jarige journalist kan gerust een Koerdische taalpurist worden genoemd. In de gemeenteraad van Diyarbakir houdt hij zich bezig met taal en cultuur. Hij is voorzitter van de Koerdische Literaire Vereniging. In privékring probeert hij uiterst principieel het vuur van de Koerdische taal brandend te houden.
Dat vuur is immers aan het doven. Geen van zijn – Koerdische! – buren in Diyarbakir spreekt in het dagelijks leven nog Koerdisch, de kinderen al helemaal niet. ‘Daarom laten we Rohanî geen contact hebben met de buren’, zegt Aydin. ‘En als ze toch met Turkstalige kinderen omgaat, vertaal ik voor haar.’
Als er alleen maar Turkstalige crèches zouden zijn, zou hij zijn kind thuishouden. ‘Zodra ze naar de basisschool gaat, wanneer ze 6 jaar is, zal ze toch wel Turks leren. Dus vóór die tijd moet ze eerst Koerdisch spreken.’ Aydin en zijn vrouw overwegen zelfs toestemming te vragen voor thuisonderwijs.
Net als zijn dochtertje heeft Aydin een uitgesproken Koerdische voornaam, herkenbaar aan de dakjes op de klinkers. In het centrum van Diyarbakir, waar hij in een theehuis zijn verhaal doet, zijn zulke dakjes nergens te zien, evenmin als de letter x, ook een kenmerk van het Koerdisch. Winkelopschriften, straatnamen, reclame: alles is in het Turks. Een tastbaar gevolg van het beleid van turkificering, dat net als de Turkse republiek ruim honderd jaar oud is.
Binnenshuis ziet Aydin erop toe dat het meisje niet bedorven wordt met het Turks. Dat kost nog enige moeite, want het gekke is: zijn vrouw Ayse Gül spreekt geen Koerdisch. Zij komt uit een Turkstalig Koerdisch gezin; haar vader was officier in het leger. ‘Mijn vrouw en ik spreken onder elkaar Turks’, zegt Aydin. ‘Zij leert nu Koerdisch samen met onze dochter. De afspraak met mijn vrouw is: áls ze Turkse woorden gebruikt, doet ze dat in Koerdische zinsbouw.’
Het is vechten tegen de bierkaai. Terwijl de Koerden in Syrië (ook na de omwenteling) en Irak hun autonomie en hun taal koesteren, gaat het in Turkije bergafwaarts met het Koerdisch. Dat is ook de constatering van het Kurdish Studies Center in Diyarbakir, dat al bijna tien jaar onderzoek doet naar de Koerdische taal en cultuur in Turkije. ‘We zien dat het gebruik van het Koerdisch snel afneemt’, zegt hoofdonderzoeker Reha Ruhavioglu.
In 2018 bleek dat 48 procent van de ondervraagde groep in vier Koerdische provincies – volwassenen met kinderen in de leeftijd van 3 tot 13 jaar – alleen Koerdisch sprak met hun ouders. Met hun kinderen sprak nog maar 13 procent alleen Koerdisch. Die scherpe generationele daling, vastgelegd in het rapport Kurdish Youth ‘20, vertelt het verhaal: het Koerdisch is in Turkije aan het verdwijnen.
Onderzoek sindsdien bevestigt het beeld, volgens Ruhavioglu. De nieuwe cijfers zijn nog niet klaar voor publicatie, maar ‘de trend is alarmerend’. Het Zazaki, een van de twee talen van de Koerden in Turkije, is zelfs aan het uitsterven. Voor het Kurmançi, de meestvoorkomende taal en in Turkije gemakshalve ‘Koerdisch’ genoemd, is dat nog niet het geval, maar ‘de afname is wel dramatisch’.
De malaise van het Koerdisch is niet alleen een sociaal-cultureel fenomeen. Het heeft nadrukkelijk ook politieke betekenis. De taal staat centraal in de strijd voor erkenning van de Koerdische identiteit, een strijd die de afgelopen veertig jaar tienduizenden levens heeft geëist. Nog altijd is de Koerdische kwestie de achilleshiel van de Turkse democratie.
De onderdrukking door de Turkse staat van het Koerdisch heeft meer dan wat ook de gevoelens van ontkenning, gekrenktheid en vernedering bepaald waaronder de Koerden al een eeuw gebukt gaan. Het was vader des vaderlands Kemal Atatürk zelf die in de jaren twintig besloot dat Koerden niet langer mochten bestaan en volledig moesten assimileren. ‘De verheerlijking van het Turkse karakter van de natie was de kern van het kemalisme’, schrijft David L. Phillips in The Kurdish Spring.
Zelfs het woord ‘Koerden’ was taboe. Ze werden Berg-Turken genoemd, inwoners van het bergachtige zuidoosten van Turkije. Tot 1991 was het verboden Koerdisch te spreken, zelfs in huis. Alle geschriften in het Koerdisch waren verboden. Kinderen mochten geen Koerdische namen krijgen. Van Koerdisch onderwijs was uiteraard al helemaal geen sprake.
Het was onderdeel van wat gerust een genocide tegen de Koerdische cultuur kan worden genoemd. In de donkerste jaren kreeg die ook zijn dodelijke verschijningsvorm, zoals met de Azadi-opstand van 1925 (vijftienduizend doden), de Dersim-opstand van 1937/’38 (dertien- tot zeventigduizend doden) en in de jaren negentig het ontvolken en afbranden door het Turkse leger van twee- tot vierduizend Koerdische dorpen, in een poging de PKK-guerrillastrijders van hun biotoop te beroven.
Pas na 2002, met het aantreden van de AKP-regering onder premier (inmiddels president) Recep Tayyip Erdogan, werd de Turkse taaldwang enigszins verlicht. Er kwam een Koerdische tv-zender, publicaties in het Koerdisch werden toegestaan en scholen mochten voortaan twee uur per week Koerdische les geven, als ouders daarop aandrongen.
Op politiek niveau leek eveneens dooi in te treden. Met de ook in Europa als terroristisch te boek staande PKK kwamen onderhandelingen op gang, het ‘resolutieproces’. PKK-leider Abdullah Öcalan, die sinds 1999 een levenslange gevangenisstraf uitzit op het eilandje Imrali, had het streven naar een eigen Koerdische staat al laten vallen en toonde zich nu bereid – onder voorwaarden uiteraard – de wapens neer te leggen.
Diverse keren werd het resolutieproces afgebroken en weer hervat. In 2015 echter was het over en uit en sindsdien kent de steeds autocratischer geworden regering-Erdogan geen twijfel: de PKK moet worden vernietigd.
Voor Özcan Ates en zijn Koerdische theatercollega’s had de omslag grote gevolgen. Hun contract met de gemeente werd beëindigd. Diyarbakir was tot dan jarenlang bestuurd door de Koerdisch gezinde partij HDP (tegenwoordig DEM geheten). Na het einde van het resolutieproces werden de HDP-burgemeesters en -besturen in de meeste Koerdische steden en provincies vervangen door een ‘kayyum’, een door Ankara aangewezen bureaucraat.
De kayyums kwamen van elders, waren vrijwel nooit Koerdisch en hadden een duidelijke opdracht: maak een einde aan alle pogingen het gebruik van het Koerdisch te bevorderen.
Ates vertelt erover op een plek in de stad die dat perfect illustreert, cultuur- en congrescentrum Sezai Karakoç. Het moderne, grijze gebouw is genoemd naar de in 2021 overleden Turkse schrijver/dichter. Karakoç werd in 1933 dan wel in de provincie Diyarbakir geboren, maar met de Koerdische identiteit had hij niets op. Hij werd een groot pleitbezorger van de Turkse literatuur.
‘Door het HDP-bestuur was het theater ‘ÇantAmed’ gedoopt’, zegt Ates (Amed is de Koerdische naam voor Diyarbakir). ‘Toen de kayyum acht jaar geleden aantrad, werd de naam veranderd.’ Naast ‘Sezai Karakoç Kültür ve Kongre Merkezi’, in goudkleurige kapitalen, prijkt sindsdien het kunstzinnig vormgegeven portret van de schrijver op de gevel van het theater.
Het contract met Ates en 35 collega’s, die als cultureel ambtenaren het gemeentelijk theater programmeerden, werd door de kayyum beëindigd. Twaalf van hen, onder wie acteur en regisseur Ates, richtten daarna een eigen gezelschap op, Amed Tiyatro. Met donaties van sympathisanten huurden ze een zaal elders in de stad.
‘Daar gingen we min of meer onze gang’, zegt hij. ‘Ons toneel was uiteraard in het Koerdisch, eigen werk en klassiekers uit het wereldrepertoire, lichtvoetig zowel als politiek. Molière én Dario Fo.’ Trots vertelt hij over de samenwerking met theater Rast in Amsterdam, waarmee in 2019 in Nederland de opera Tosca werd opgevoerd.
Het gemeentelijk theater intussen voer onder de kayyum een geheel andere koers: alles in het Turks en minder aanbod, want Ates en zijn collega’s werden nooit vervangen. ‘Het meeste werd uitbesteed aan commerciële bureaus’, zegt hij. ‘Veel popconcerten. Ze hebben alles gedaan om de jeugd bij het Koerdisch weg te jagen.’
Sinds de lokale verkiezingen van maart is Amed Tiyatro terug in cultuurcentrum Sezai Karakoç. De kayyums stapten na de verkiezingen op, in Diyarbakir en andere Koerdische steden heeft DEM (voorheen HDP) het bestuur weer in handen. Hoewel Ates en zijn collega’s voor de zekerheid het eigen gebouw aanhouden (in enkele Koerdische steden is onlangs het DEM-bestuur alweer vervangen door een kayyum), werken ze opnieuw in het – grotere en betere – gemeentetheater.
Daar is de nieuwe Koerdische wind zichtbaar. Op het podium repeteren drie actrices met evident komische talenten een Koerdischtalig stuk over vrouwenrechten. In de hal hangen affiches met namen van toneelstukken, merendeels in het Koerdisch. Don Kîxot, jawel, met Koerdische x en dakje.
Nog altijd geven Ates en zijn team maatschappelijk engagement een plekje in het speelplan – met de nodige prudentie, want niet alles kan in Turkije. ‘Van het meer politieke deel van ons publiek krijgen we te horen dat we niet politiek genoeg zijn. Een ander deel zegt: alsjeblieft geen politiek. De Turkse justitie vindt ons weer te politiek. Ik zit tussen drie vuren.’
Ander dilemma: alleen Koerdisch of ook Turks? Ook Amed Tiyatro merkt dat het begrip van het Koerdisch achteruitgaat onder het jongere publiek. ‘We willen de mensen meegeven dat Koerdisch een prachtige taal is. Maar inderdaad, de jeugd spreekt het minder. De taal loopt het risico te verdwijnen. Daaraan moeten we ons aanpassen. Maar ach, we houden sowieso niet van zware tekststukken.’
Thuis maakt Ates hetzelfde mee als gemeenteraadslid Aydin: een kind dat thuis Koerdischtalig is opgevoed, maar buiten blootstaat aan het oprukkende Turks. Dat is overal, zegt hij: op de kinderopvang, op school, op straat, op sociale media.
‘Mijn zoon Aren sprak tot z’n 5de geen Turks, omdat hij altijd met ons was. Nu hij 9 is, is zijn Koerdisch weggezakt. Als wij iets tegen hem zeggen in het Koerdisch, antwoordt hij in het Turks. Terwijl ik strijd voor de eigen taal en cultuur! Het is hartverscheurend.’
Ruhavioglu van het Koerdisch studiecentrum heeft ondanks alles ook een positieve boodschap. ‘De staat dacht de Koerden met de Turkse taal te assimileren en onze identiteit te verzwakken, maar het omgekeerde gebeurt’, zegt hij. Uit diepte-interviews bleek de onderzoekers dat jongeren zelfbewuster en assertiever zijn in hun eis van onderwijs in de eigen taal dan ouderen. Dit is vooral zo in de grote steden in West-Turkije, níét in Koerdisch gebied.
Als die eis wordt ingewilligd, zal het Koerdisch terugkeren, meent Ruhavioglu. ‘Het Hebreeuws was bijna uitgestorven. Vandaag de dag is het de officiële taal van een staat. Er bestaat geen risico meer dat het verloren gaat.’
Hoe reëel is zoiets hier in het zuidoosten van Turkije? En wat blijft er over van de strijd voor de Koerdische identiteit als de taal zo marginaal is geworden dat die niet langer een mobiliserende factor kan zijn? ‘We doen het onszelf aan, niemand anders. We vernietigen onszelf’, zegt Eyüp Arikan, een onderwijzer in de stad Silvan. ‘Auto-assimilatie’, noemt raadslid Aydin dat.
Maar cultuurcentrum Sezai Karakoç dan? Wordt dat binnenkort op z’n minst niet herdoopt in ÇantAmed? ‘Jazeker’, zegt Aydin stellig. Acteur Ates heeft zijn twijfels. ‘Het heeft geen prioriteit. De stad heeft grotere problemen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant