Home

Een groeiend aantal 25-plussers woont nog thuis: ‘Ik heb soms het gevoel dat ik nog niets heb bereikt’

Een op de vijf eind-twintigers woont nog bij diens ouders en dat aantal neemt toe. Hoe is dat en wat doet het met hen? ‘Mijn ouders sturen me soms huizen op Funda door, zo van: ga maar.’

is binnenlandverslaggever van de Volkskrant.

Driekwart van zijn kamer is echt van hem; in één hoek mag hij nog steeds niks aanraken, zegt Emre Sahin (29) lachend. Zijn broer ging een jaar of zeven geleden uit huis, maar als hij in de weekenden langskomt, delen de twee nog altijd hun vroegere kinderkamer. In de Haagse flat van zo’n 90 vierkante meter wonen ook zijn vader, moeder en zusje van 25.

Het is najaar 2024, Sahin is al sinds zijn studie industrieel productontwerpen aan de Haagse Hogeschool op zoek naar een eigen plek. ‘Via Woningnet heb ik denk ik op wel tweehonderd huizen gereageerd, maar ik viste steeds achter het net.’ Inmiddels is hij eigenaar van een kledingmerk en werkzaam als onderzoeker bij de gemeentelijke ombudsman in Den Haag. Ruimschoots volwassen dus, maar nog altijd thuiswonend.

Dat komt de laatste decennia steeds vaker voor in Nederland: het aantal thuiswoners tussen de 25 en 29 jaar steeg sinds 1995 van een kleine 15 naar ruim 20 procent, blijkt uit derecentste cijfers van het CBS. Vooral mannen van die leeftijd wonen vaak bij hun ouders: 27 procent tegenover 15 procent van de vrouwen. Hoe komt dat, en is het een probleem?

Natuurlijk waren er wel mogelijkheden om uit huis te gaan, zegt Sahin. Zo bood zijn voormalige werkgever aan een deel van zijn huur te betalen als hij voor het bedrijf naar Eindhoven zou verhuizen. ‘Maar mijn vrienden, familie en onderneming zijn hier in Den Haag. In Eindhoven hoefde ik alleen van negen tot vijf te zijn.’

‘Thuis wonen blijft een keuze’, aldus Sahin. ‘Maar die keuze wordt wel beïnvloed door de mogelijkheden die er zijn.’ En die mogelijkheden zijn er steeds minder op de woningmarkt, bleek afgelopen week weer uit cijfers van de Nederlandse Vereniging voor Makelaars: de gemiddelde prijs van verkochte woningen steeg in 2024 naar 483 duizend euro, een toename van 11,5 procent. Ondertussen daalt het aantal huurwoningen ‘in rap tempo’, aldus de NVM.

Woningtekort

Uit onderzoek blijkt dat jongeren vooral vanwege dat gebrek aan betaalbare woningen en om andere economische redenen bij hun ouders blijven wonen. Zo was de grootste stijging in het aantal thuiswoners te zien na de invoering van het leenstelsel in 2015. En uit een recente analyse van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat de toename vooral zit bij mensen met lage inkomens en in de Randstad, waar de krapte op de woningmarkt het grootst is.

Bij Sahin speelt cultuur ook mee, zegt hij. ‘Ik heb een Turkse achtergrond, het is bij ons niet vanzelfsprekend om uit huis te gaan als je gaat studeren. Toen ik rond mijn 22ste bij een vriend kon intrekken, was mijn broer nét weg. Mijn ouders vonden het al erg genoeg dat ze één zoon ‘kwijt waren’ – op hetzelfde moment de ander laten gaan, wilden ze niet.

‘Ondertussen maken ze er geregeld grappen over dat ik hier nog woon’, zegt hij. ‘En sturen ze me soms huizen op Funda door, zo van: ga maar.’

Financiën vormen nu de grootste drempel om uit te vliegen, zegt hij. ‘Bij mijn vorige werkgever verdiende ik ruim boven modaal en toch wist ik niet hoe ik zou kunnen sparen als ik een huis zou huren.

‘Hoewel rente in de islam haram is en ik dat dus liever zou vermijden, heb ik toch gekeken of ik een hypotheek kon krijgen.’ Met zijn inkomen kon hij zo’n 2 ton lenen. ‘Daar kun je een garagebox voor kopen.’

Alleen een koophuis

Vanwege de belastingvoordelen en de mogelijkheid als woningbezitter vermogen op te bouwen zien veel jonge mensen huren als weggegooid geld. Sommigen blijven daarom bij hun ouders tot ze een huis kunnen kopen – een wens die door de oververhitte woningmarkt steeds later, en voor eenverdieners soms zelfs onmogelijk, in te willigen is.

Cynisch genoeg, zegt Sahin, is de vraag van voormalig minister van Volkshuisvesting Hugo de Jonge aan het adres van een jonge vrouw die geen huis kan kopen – ‘Een rijke vriend, heb je daar weleens aan gedacht?’ – daarmee reëel. ‘De enige manier die ik zie om ooit een huis te kopen, is een partner vinden.’

Over zijn thuissituatie heeft Sahin niks te klagen, zegt hij. ‘Tuurlijk storen we ons weleens aan elkaar, maar de band met mijn ouders is goed genoeg om samen te wonen. En we hebben alle voorzieningen die we nodig hebben.’

De dynamiek tussen ouders en kinderen is de laatste decennia sterk veranderd, zegt Herman Vuijsje, socioloog en coauteur van het boek Eindeloos Ouderschap. ‘Deze generatie opvoeders probeert vrienden met hun kinderen te zijn. Ze staan vaak naast, in plaats van boven hen.’

Het is daardoor steeds makkelijker om in het ouderlijk huis je eigen ding te doen, zegt Vuijsje, zelf babyboomer. ‘Denk bijvoorbeeld aan seks. Vroeger zei mijn vader: niet onder mijn dak, nu gaan moeders met hun 15-jarige dochter de pil halen.’ Uit onderzoek blijkt dat jongeren met gescheiden ouders eerder op zichzelf gaan wonen – mogelijk hebben inwonenden dus een relatief goede thuissituatie.

Vaker depressieve gevoelens

Toch blijkt uit onderzoek in Australië, waar eenzelfde trend van langer thuis wonen zichtbaar is, dat jongeren die langer bij de ouders blijven wonen een slechtere mentale gezondheid hebben. Uit Amerikaans onderzoek kwam naar voren dat jongvolwassenen die (opnieuw) samenwonen met hun ouders vaker depressieve gevoelens hebben dan hun uitwonende leeftijdsgenoten.

Jolien Dopmeijer, die studentenwelzijn onderzoekt aan het Trimbos-instituut, vermoedt dat dit in Nederland ook zo is. ‘Veel jongeren wonen noodgedwongen thuis in een tijd dat ze hun identiteit vormen.’

Het ouderlijk huis verlaten is een belangrijke schakel in de ontwikkeling naar volwassenheid. Niet voor niets gaan vrouwen vaak eerder op zichzelf wonen: zij worden door de samenleving eerder als volwassen beschouwd, zijn doorgaans jonger als ze hun eerste serieuze relatie hebben en wanneer ze kinderen krijgen. Als de mogelijkheid om uit huis te gaan wordt gedwarsboomd, gebeurt dat ook met ontwikkelingsbehoeften die daarbij horen. ‘En dan ontstaan vaak mentale klachten’, zegt Dopmeijer.

Opvallend is dat Nederlanders in vergelijking met de meeste Europeanen nog altijd (veel) eerder uit huis gaan. ‘We waarderen zelfontplooiing en hebben ‘op jezelf wonen’ daarom hoog in het vaandel staan’, zegt Lonneke van den Berg, onderzoeker aan het Nidi die promoveerde op het onderwerp ‘homeleaving’.

‘Maar juist die norm verklaart waarom mensen die lang thuis wonen daar moeite mee hebben,’ aldus Van den Berg. ‘Datzelfde fenomeen zien we bij alleenstaanden: die zijn gelukkiger in een omgeving waar single zijn de regel is.’ Precies bij de groepen thuiswoners waarin dat minder gewoon is, zoals bij vrouwen, werd in Australië dan ook een minder goed mentaal welzijn waargenomen.

Een grote opluchting

Enkele weken nadat Sahin zijn verhaal had verteld aan de Volkskrant, krijgt hij goed nieuws. Hij kan deze maand een huurhuis overnemen van een vriend die naar het buitenland gaat. Het is een grote opluchting, want ook Sahin voelt de druk van de Nederlandse norm. ‘Zichtbare stappen worden heel belangrijk gevonden in onze prestatiemaatschappij’, zegt hij. ‘Doordat ik thuis woon, heb ik soms het gevoel dat ik nog niks heb bereikt in mijn leven.’

Zijn vrienden zijn het daar overigens niet mee eens: ‘Kijk naar wat je allemaal aan het doen bent!’, zeggen ze dan. ‘Maar als ik zie hoe mensen om me heen op zichzelf wonen, samenwonen, of zelfs getrouwd zijn, ga ik mezelf toch zitten kleineren.’

Des te blijer is hij dat hij eindelijk op eigen benen kan gaan staan. Blij én zenuwachtig: ‘Ik ga 1.200 euro per maand betalen, dat is best een groot deel van mijn inkomen. Maar voor veel mensen is dit een appartement waarvan ze alleen kunnen dromen, en ik heb zin om er mijn eigen plek van te maken.’

‘Sommige van mijn jongere collega’s hebben al kinderen. Dat doet wel een beetje pijn’

Luuk van Elten, 27
Treinmachinist bij Keoli
Woont bij zijn ouders in Harderwijk

‘Onlangs heb ik een woning gekocht in een nieuwbouwproject dat over twee jaar wordt opgeleverd. Ik zit hier dus nog wel even, maar met een heel ander toekomstperspectief dan een half jaar geleden. Ik weet nu dat er licht aan het einde van de tunnel is.

‘Mijn ouders zijn ontzettend lief voor me – wat dat betreft heb ik niks te klagen. Maar het blijft andermans huis. Ik heb weinig privacy op mijn zolderkamer en kan hier moeilijk gastheer spelen.

‘Als het aan mij zou liggen, zou ik al een vrouw en een kind hebben. Maar op dit moment date ik nauwelijks, omdat ik me onzeker voel over mijn woonsituatie. Want zeg nou eerlijk: het is natuurlijk een enorme afknapper als je nog bij je ouders woont. Sommige van mijn collega’s zijn jonger dan ik en hebben al kinderen. Dat doet wel een beetje pijn. Nu ben ik niet zo gevoelig voor mentale problemen, maar ik kan me voorstellen dat andere mensen in deze situatie razend depressief worden.

‘Met mijn inkomen had ik al eerder een huis kunnen huren, maar dat is in mijn ogen echt weggegooid geld – een noodoplossing, voor als ik op mijn 30ste nog geen huis zou hebben. Als ik dat had gedaan, had ik bovendien nooit een huis kunnen kopen. Dan was ik fucked voor de rest van mijn leven.’

‘Het was nogal een omslag om weer bij mijn ouders te gaan wonen. De situatie is uitzichtloos’

Ellen (wil niet met haar achternaam in de krant), 26
Op zoek naar een baan
Woont bij haar ouders in Raalte

‘Toen ik 19 was ging ik uit huis in Nederland, en vanaf mijn 22ste heb ik vier jaar in het buitenland gewoond. Dus toen ik in september terugkwam, was het nogal een omslag om weer bij mijn ouders te gaan wonen. Zeker als je in het buitenland woont, sta je echt op eigen benen.

‘Ik ben op zoek naar een baan, maar dat er zo weinig betaalbare huurhuizen zijn, maakt het lastig om te kiezen op welke vacatures ik reageer. Ga ik bijvoorbeeld solliciteren op een functie die hier twee uur reizen vandaan is, als ik geen idee heb of het me vervolgens lukt daar een woning te vinden?

‘Met Raalte heb ik nooit iets gehad, maar toen ik een tiener was, woonden tenminste al mijn vrienden hier nog. Nu komen mensen steeds minder vaak terug naar huis. Eenzaamheid zou ik het niet willen noemen, maar ik voel me daardoor soms wel een beetje verloren. Iedereen gaat verder met z’n leven.

‘Vriendinnen kopen huizen, krijgen kinderen, en ik zit nog bij mijn ouders. Wat daarbij niet helpt, is dat die situatie vrij uitzichtloos is: ik weet hoe moeilijk het gaat zijn om straks, als ik een baan heb, een woning te vinden. Dat stemt niet positief – ik heb er ook wel huilbuien om gehad: hoe ga ik dit in godsnaam doen?

‘De hoop op een koopwoning heb ik opgegeven, die is compleet uit zicht geraakt. Zeker zonder partner is dat voor mij kansloos. En ik wil geen partner moeten vinden puur zodat ik een dak boven mijn hoofd heb – dat is toch belachelijk?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next