Home

Biologische leeftijdsmetingen zijn steeds populairder, maar zijn ze ook zinnig?

Je biologische leeftijd zou een beter idee geven van veroudering dan je kalenderleeftijd. Is er wetenschappelijk iets te zeggen voor zo’n ‘echte’ leeftijd? En hoe nuttig is het die te kennen?

EpiAge, myDNAge, Index, TruAge: onder tal van hoofdletterrijke namen bieden biobedrijfjes tests aan om je biologische leeftijd te laten peilen. Het kost zo’n 200 tot 460 euro, maar dan weet je hoe oud je ‘echt’ bent door veroudering te meten op basis van speeksel of een druppel bloed. Wat voor wetenschap zit hierachter, hoe betrouwbaar is die, en wat héb je er eigenlijk aan?

Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl

Leeftijd in de genen

Uit genetische informatie kun je werkelijk een leeftijd afleiden. Die ontdekking van de Duits-Amerikaanse geneticus Steve Horvath in 2013 vormt de basis voor vele biologische-leeftijdstests. Voor zijn leeftijdsbepaling richtte Horvath zich op epigenetische markeringen op de genen.

Die ‘moleculaire dimmers’ maken de ene stamcel tot een immuuncel en de andere tot een levercel, legt Bas Heijmans uit, hoogleraar biomedische datawetenschappen aan de Universiteit Leiden. De markeringen schakelen genen uit, zodat cellen ondanks identiek DNA verschillende functies vervullen.

Voor biologische leeftijd relevanter is dat ook veroudering de dimmers beïnvloedt. ‘Met veroudering verlies je langzaamaan de epigenetische controle van je DNA.’ Lichaamsprocessen raken verstoord, wat op den duur onder meer kan leiden tot geheugenproblemen en kanker.

Zulk verval gaat duidelijk niet bij iedereen even snel. Alle bijbehorende epigenetische veranderingen analyseren lijkt daarmee een scherpe manier om je ‘werkelijke leeftijd’ te bepalen. Alleen: zo grondig zijn epigenetische tests niet, benadrukt Heijmans. ‘Het zijn niet meer dan statistische modellen. Niemand begrijpt wat ze precies meten.’

Voorspellen

De modellen lijken zich vooral te baseren op veranderingen in het immuunsysteem, toonde onderzoek uit de groep van Heijmans in 2022, slechts één aspect van veroudering. Die afsnijroute werkt alsnog verrassend goed: recente modellen voorspellen leeftijden tot op een paar jaar nauwkeurig.

Voor het net niet voorspellen van je kalenderleeftijd zou niemand honderden euro’s overhebben. De publieke interesse komt voort uit een opmerkelijke omdraaiing, vindt Heijmans. ‘De basis is dat je probeert iemands leeftijd te voorspellen. Maar als je ernaast zit, dan zeg je: aha, we hebben beet.’ Een te hoge of lage voorspelde leeftijd geldt als bewijs voor versnelde of vertraagde biologische veroudering.

Plots staat niet de voorspelling maar iemands kalenderleeftijd ter discussie. Voor dat concept van een reëlere, biologische leeftijd blijkt wel íets te zeggen: studies hebben bijvoorbeeld verbanden getoond tussen een afwijkende leeftijdsvoorspelling en verhoogde of verlaagde kansen op hart- en vaatziekten en overlijden. ‘Alleen betekent een vijf jaar hogere voorspelde leeftijd zeker niet dat iemand volledig functioneert als een vijf jaar ouder persoon.’

Rekenen in jaren

Los van epigenetische tests neemt het concept biologische leeftijd een grote vlucht. Ook het resultaat van andere gezondheidschecks en fitheidstests wordt steeds vaker uitgedrukt in een ‘echte’ leeftijd, die voor- of nadelig kan uitpakken.

Bij de Hartstichting kun je bijvoorbeeld je hartleeftijd uitrekenen, op basis van een gevalideerd model met bloeddruk en cholesterolwaarden. Die hartleeftijd verving een platte risicoscore. Een ongunstige uitslag zou je met de neus op de feiten kunnen drukken, waardoor je gezonder gaat leven. Maar werkt dat werkelijk zo?

Gepersonaliseerde gezondheidstests worden steeds gangbaarder, maar de uitslag ervan goed overbrengen is complex, zegt hoogleraar risicocommunicatie en publieke gezondheid Danielle Timmermans van Amsterdam UMC. Met klassieke risicoscores kunnen weinigen overweg. ‘Een risico van 20 procent valt wel mee, want percentages kunnen tot 100 lopen.’

Gedragsverandering

Een leeftijd als testuitslag lijkt dus een uitkomst. Proefpersonen verbinden inderdaad juistere conclusies aan een virtuele hartleeftijd dan aan risicoscores, constateerde een studie waar Timmermans in 2018 aan meewerkte.

Toch tempert Timmermans de verwachtingen. Door de bank genomen zijn de voordelen minimaal, in elk geval bij hartleeftijd, toonde een overzichtsstudie in 2021. Vooral de vertaalslag van gezondheidskennis naar gedrag vormt een obstakel.

‘Gedragsverandering is lastig tot stand te brengen. Een enkel getal heeft daar geen enorme impact op.’ Een onwelgevallige uitslag redeneren we gemakkelijk weg. ‘Als er bij mij zou uitkomen dat ik vijf jaar ouder ben, dan geloof ik dat gewoon niet, want ik leef gezond. En als je wel ongezond leeft, dan wist je dat al.’

Een duwtje

Extra gezondheidskennis alleen vormt zelden voldoende motivatie voor ingrijpende leefstijlveranderingen. ‘Daarvoor moet veel meer aangesproken worden, zoals de sociale omgeving.’ Alleen als gezondheid al een agendapunt was, ziet Timmermans meer kansen. ‘Zoiets werkt vooral bij mensen die het al willen. Het kan een duwtje vormen om naar de sportschool te gaan.’

Op een definitieve wake-upcall hoef je dus niet te rekenen. Ben je niettemin benieuwd naar je biologische leeftijd, dan kun je nu beter kiezen voor een opgedirkte gezondheidstest dan een epigenetische check, vertelt Heijmans.

‘Juist bij grote verschillen tussen je werkelijke leeftijd en de testuitslag klopt die laatste vaak niet. Als je biologische leeftijd volgens de ene klok meer dan vijf jaar afwijkt, is dat volgens een andere klok vaak niet het geval.’ Op groepsniveau is zulke ruis overkomelijk, maar ze maken een enkele testuitslag onbetrouwbaar. ‘De uitslag is voor jou als individu zo goed als waardeloos.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next