Home

‘Pas na een poos zag ik dat ze in een dekentje op haar arm een dode baby wiegde’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Hondengeleider en reddingswerker Laura Potma (44) ging in 2023 met speurhond Chase naar het aardbevingsgebied in Turkije.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Ik ben als speurhondengeleider door de politie gedetacheerd bij het Nederlandse reddingsteam van USAR, het Urban Search and Rescueteam. Dat bestaat uit reddingswerkers die worden ingezet na grote rampen. Ik was er bijvoorbeeld bij na de aardbeving in Nepal en die grote explosie in Beiroet. Maar dat vond ik minder erg dan de aardbeving in Turkije, op 6 februari 2023, met meer dan vijftigduizend doden.

‘Die ochtend, ik lag nog in bed, loeide de USAR-app op mijn telefoon. Ik heb altijd een tas klaarstaan met veiligheidskleding, toiletspulletjes, inentingsboekjes van mij en de hond en hondenvoer voor twee weken, want zo lang zijn we meestal weg. En natuurlijk gaat Chase mee, een Mechelse herder die is getraind in het zoeken van levende mensen onder het puin.

‘Op de luchthaven in Eindhoven kregen we een briefing: ‘Dit is ernstig, wees op het ergste voorbereid.’ In Turkije reden we in busjes richting de stad Antakya. Onderweg zagen we eerst scheuren in huizen, daarna scheefgezakte panden en op een gegeven moment stond er niks meer overeind. Overal was rook, totale chaos, mensen probeerden in paniek het gebied te ontvluchten. Je zag files, ambulances, overal klonken claxons en sirenes.

De puinbergen op

‘Meteen zetten we ons kamp op. Dat bestaat uit slaaptentjes, een staftent, een keukentent waarin kant-en-klaarmaaltijden met een generator in heet water worden opgewarmd, een ontsmettingsbak waar je steeds verplicht doorheen moet lopen en een tentje waarin de honden slapen in hun benches. Daarna werd ik ingedeeld in de verkenningsgroep. Wij – een verpleegkundige, een expert in gevaarlijke stoffen, ik als hondengeleider en een groepsleider – gingen voorop. We moesten bepalen waar reddingswerkers nodig waren, hoeveel, en met welk materieel. Ik ben zelf ook getraind in het werken met drilboren, sloophamers, slijptollen en kettingzagen.

We trokken onze oranje overalls aan, namen voor 24 uur rantsoen mee en gingen die puinbergen op. Steeds klampten mensen ons wanhopig aan: ‘Mijn geliefden liggen hier bedolven!’ Overal hoorden we schreeuwen en kloppen vanonder ingestort beton, dat ging door merg en been. Ik herinner me dat Chase een poosje verbaasd en niet-begrijpend in de open ogen van een dode keek. En dat we door een klein spleetje een heel gezin in een kelder zagen vastzitten. Alle informatie gaven we door aan het USAR-coördinatiecentrum. Tijdens de verkenning haalden we zelf ook nog iemand uit het puin. Dat was onze eerste redding.

‘Meteen daarna draaide ik een hele shift mee met team Alpha, een van onze vier reddingsploegen. Pas na 56 uur kwam ik terug op het kamp. ’s Nachts vroor het. Overal zaten dakloze gezinnen rond vuurtjes of in auto’s met draaiende motor. Wij sliepen op matjes op de grond, ik had het steenkoud. Na vier uurtjes slapen riep de groepsleider: ‘Gereedmaken voor inzet.’ Dan is het aankleden, koffie, briefing – ‘Team Bravo heeft vannacht twee mensen gered’ –, ontbijtje en dóór.

Ingestort appartementencomplex

‘Je neemt steeds meer risico. Onze honden blaften heel diep onder in een ingestort appartementencomplex. Wij stonden op een scheefgezakt gebouw dat daar als een dominosteen tegenaan leunde en besloten: daaronder zitten levende mensen, we gaan proberen ze te bevrijden. De bouwkundige in ons team waarschuwde: ‘Pas op voor naschokken!’ Maar je grens schuift steeds een stukje op.

‘Mijn maatje Teunis en ik kropen door een verzakt raam naar binnen. Het was heel krap, nog geen meter hoog. Ik lag op op mijn buik naast een dode vrouw. Terwijl Teunis liggend probeerde een opening in een betonmuur te hakken met de drilboor, schraapte ik het puin weg. Ik dacht: als er nu een naschok komt, ben ik er geweest.

‘Er kwam inderdaad een naschok. Je voelt de aarde schudden, we vluchtten weg. De bouwkundige zei: ‘We stoppen, dit gebouw is te onveilig.’ Stel je eens voor: daaronder zitten mensen vast, ze horen blaffen, roepen en een drilboor. Daarna horen ze een vrachtwagen wegrijden en dan blijft het stil. Die mensen worden levend begraven, daar komt het op neer. Soms moeten wij beslissen over leven en dood. Dat heb ik geleerd van deze ramp: als het moet, kan ik dat. In het gewone leven is zo’n besluit ondenkbaar.

Dode baby

‘Op een avond zat ik tussen een groepje Turken rond een vuurtje waar van alles in verdween, van autobanden tot etalagepoppen. Rechts van me zat een vrouw stilletjes te huilen. Pas na een poos zag ik dat ze in een dekentje op haar arm een dode baby wiegde. Toen liep mijn emmertje even over.

‘Maar we boden ook troost. Mensen noemden ons de ‘Orange Angels’, ze waren duidelijk blij met onze komst. Soms vroegen ouders of hun kinderen onze honden mochten aaien, dan kwam er een glimlach op die koppies. We hebben in acht dagen twaalf mensen gered. Dat is het mooie van dit werk: ons team kan echt verschil maken. Het geeft ontzettend veel voldoening dat ik daar met mijn hond een klein onderdeeltje van mag zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next