Thialf rees als één man/vrouw van de stoel, toen Peder Kongshaug zaterdag sensationeel schaatste over 5.000 meter in Heerenveen. Op datzelfde moment regende het vuurwerk, een paar tv-zenders verder, op een voetbalveld in Almelo, bij Heracles - Sparta. Gestaakt, bijna drie kwartier lang.
Moedeloosheid overviel menigeen in Almelo. De goedwillende meerderheid was volledig klaar met de blijkbaar ontoerekeningsvatbare minderheid. Een dag eerder was wedstrijd één na de winterstop in de eredivisie, Fortuna - Go Ahead Eagles, een kwartier te laat begonnen door een zogenoemde sfeeractie met vuurwerk van het thuispubliek. Ja, die actie was gecoördineerd, zeiden de kenners. Alleen de wind bleek niet te manipuleren. Dikke rookwolken zetten het veld in een stinkende mist. Gezond voor sporters ook, die rook. Maar ja, zo’n sfeeractie is natuurlijk veel belangrijker dan het wel en wee van de artiesten.
Bij Heracles was de vorige wedstrijd trouwens ook al gestaakt door gedoe, definitief bij die gelegenheid. De supporters rekken de beroemde dichtregels van cabaretier Herman Finkers op, over het ene stoplicht op rood en het andere op groen, want in Almelo is altijd wat te doen. Al dat vuurwerk in stadions is mateloos irritant, zeker als het voetbal net weer is begonnen na de winterstop en je hoopt dat een vorm van gezond verstand zich heeft genesteld onder het schedeldak van de horden.
Daarbij was ik een beetje wee van al dat schaatsen op tv, van die bijna religieuze, eensgezinde blijheid op de tribunes, waarbij Nederlanders hele podia bezetten bij de EK sprint, met de heerlijke spontaniteit en klasse van Jenning de Boo als vliegwiel. Het was ook genieten van de sfeer in Heerenveen. Van Noren op de tribunes met een ouderwetse schaatsmuts op het gelooide hoofd, van saamhorigheid aller schaatsvolken.
Jazeker, het oogt wat oubollig, zo’n deinende schaatshal. Maar in tijden van vertwijfeling groeit mijn behoefte aan de overtreffende trap van oubolligheid, aan mensen die het gewoon gezellig hebben met elkaar in een sportstadion, in plaats van massaal de stoere jongen uit te hangen.
Het mooist bij schaatsen is dat de luitjes om het hardst klappen voor landgenoten, maar ook de prestatie van een ander op waarde schatten. Dat zal bij voetbal niet snel gebeuren, met al die mannetjesputters. Een vleugje meer aardigheid zou al mooi zijn, als afwisseling bij de grimmigheid. Voetbalstadions lijken soms wel crematoria, met al die zwarte kleding, met aanhangers die hun club in een stevige houdgreep nemen, met hun veronderstelde recht op vuurwerk en andere ongein.
Of het vuurwerk nu georganiseerd is of niet, het hoort gewoon niet in een stadion. Ik weet: als je dat vindt, ben je voor velen van de goegemeente een oude man, een jankerd. Dat zij maar zo dan. Liever opstaan tegen de gekte dan het voetbal naar zijn mallemoer laten gaan. Wat dan nog wel grappig was, tussen de bedrijven door? Een groepje supporters van Heracles dacht de in de regio overnachtende selectie van Sparta uit de slaap te houden door ’s nachts knalvuurwerk af te steken. Over oubollig gesproken. De mannen stonden nog voor het verkeerde hotel ook. Nee, dan liever een jankerd.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns