Home

Colm Tóibín vergelijkt het schrijven van ‘Long Island’ met het afschieten van een pijl: ‘Zijpaden zijn niet toegestaan’

‘Ieren zijn verhalenvertellers’, zo verklaart Colm Tóibín de rijke literaire traditie van zijn land. Vorig jaar verscheen Long Island, zijn eerste plotgedreven roman. Alsof hij bij de start een pijl afschoot, zegt de schrijver: ‘Alles gaat in een bepaalde richting, zijpaden zijn niet toegestaan.’

schrijft voor de Volkskrant over boeken, met name uit het Engelse taalgebied.

Oscar Wilde en James Joyce kwamen er vandaan, net als Nobelprijswinnaars George Bernard Shaw, William Butler Yeats, Samuel Beckett en Seamus Heaney: voor een land met zo’n bescheiden bevolkingsomvang heeft Ierland een verbijsterende literaire traditie.

Sinds zijn doorbraak, in 2009, met de later verfilmde roman Brooklyn, geldt ook Colm Tóibín (69) als Grote Ierse Schrijver. Afgelopen jaar verscheen het vervolg op die roman, Long Island, in Nederlandse vertaling. Vertrouwde personages keren terug en ook deze sequel speelt deels in Ierland, deels in de VS, maar dan vijfentwintig jaar later, in 1976.

‘Ieren zijn verhalenvertellers’, verklaart Tóibín het literaire succes van zijn land. ‘Op het gebied van beeldende kunst kunnen we ons niet meten met bijvoorbeeld Nederland, en het heeft ontzettend lang geduurd voordat Ierland zijn eerste symfonieorkest kreeg. Dat heeft denk ik ook met armoede maken. Wij hebben het altijd van het woord moeten hebben, van pen en papier. The cheap thing made into the big thing.

‘In sommige landen, zoals Italië, krijg ik dikwijls de vraag: waren er soms schrijvers in uw familie? Hoe kwam het dat u het aandurfde om een boek te gaan schrijven? Die vraag zou in Ierland nooit worden gesteld. De Ierse cultuur is heel laagdrempelig. Er is geen aristocratie, geen oud geld, niemand erft er meubels of schilderijen.

‘En jawel, ook het klimaat, met zijn lange winters, speelt een rol. In Spanje, Griekenland en Italië bouw je veel minder gemakkelijk een diepe relatie met boeken op dan in Ierland.’

Hoe is te verklaren dat de Ierse literatuur zelfs in deze tijd blijft floreren?

‘Dat heeft naar mijn overtuiging veel te maken met de literaire infrastructuur. Een goed voorbeeld is de manier waarop de Ierse Arts Council schrijvers financieel steunt. Met name jonge auteurs die nauwelijks inkomen vergaren met hun werk en misschien niet eens echt zeker zijn van hun kwaliteiten, worden uitgenodigd werk in te sturen.

‘Dat wordt vervolgens niet beoordeeld door een groep oude mannen op een literaire apenrots, maar door generatiegenoten, lotgenoten, peers. Door mensen die je vermoedelijk als je lezers voor ogen hebt. Het is ontzettend opwindend en bemoedigend om via die aanpak een beurs te ontvangen, want je weet dat het niet de beslissing is van een of andere bureaucraat. Het is het literaire equivalent van een peerreview.

‘Wat ook een rol van betekenis speelt, is het feit dat de overgrote meerderheid van de Ierse auteurs wordt uitgegeven in Londen. En dus profiteren ze van de geweldige marketingmogelijkheden van de internationale, in Londen gevestigde uitgeverijen. Dat gaat terug tot de 19de eeuw, toen er nauwelijks uitgeverijen waren in Dublin. Het is bijna kolonialistisch, maar zo voelt het niet.’

De opkomst van een nieuwe, getalenteerde generatie jonge schrijvers wordt ook wel gekoppeld aan de sterk afgenomen invloed van de katholieke kerk. Je kunt nu dingen zeggen waarover je vroeger diende te zwijgen.

‘Nou, er is in Dublin altijd wel een bohemien gemeenschap geweest, waarin mensen zeiden wat ze wilden. Neem Ulysses…’

Maar om dat gepubliceerd te krijgen moest Joyce wel naar Parijs.

‘Je had soms wel het buitenland nodig om dingen te realiseren, maar de eigenzinnigheid is er altijd geweest. Wat volgens mij veel belangrijker is, is dat er in Ierland een grote, goedopgeleide lezende middenklasse is ontstaan. Het gevolg is dat de boekoplagen, ook van debuterende auteurs, opmerkelijk hoog zijn.

‘Het helpt ook dat de bibliotheken over fatsoenlijke fondsen kunnen beschikken en dus veel evenementen kunnen organiseren. Kinderen die voor het eerst naar school gaan, krijgen een My Little Library Book Bag, inclusief bibliotheekabonnement.’

Tóibín was de afgelopen jaren ‘Laureate for Irish Fiction’, waarbij je het woord laureate zou kunnen vertalen als ‘opperpromotor’. Of klinkt dat een beetje oneerbiedig? Zelf heeft hij er geen moeite mee.

‘Ik heb niet de illusie dat je in die functie het Ierse literaire landschap op revolutionaire wijze kunt beïnvloeden, maar Laureate is een sympathiek instituut. Omdat mijn partner in Los Angeles woont, breng ik veel tijd door in de Verenigde Staten. Door die functie te accepteren dwong ik mijzelf om ook regelmatig in Ierland te zijn en evenementen bij te wonen die ik anders had gemist.’

Tóibín is door de jaren heen niet alleen een productief schrijver geweest, maar ook een groot promotor van literatuur. Anders dan veel collega-auteurs doceert hij geen creative writing; dat laat hij graag aan anderen over. Maar in zijn literatuurcolleges discussieert hij graag met studenten over de vraag wat een boek goed maakt.

‘We bespreken hoe Jane Austen en George Eliot bepaalde problemen oplossen. Hoe Henry James personages tot leven brengt via het gebruik van de third person intimate, waarbij hij geheel vanuit het perspectief van één personage schrijft. En wat ik daar persoonlijk als schrijver van heb geleerd en wat mijn studenten – die dikwijls zelf ook literaire ambities hebben – daarvan kunnen leren.’

Tóibín was dus een logische, om niet te zeggen ideale kandidaat voor de functie van Laureate for Irish Fiction. Het instituut is in 2015 in het leven geroepen door de Ierse Arts Council, een overheidsinstantie ten behoeve van de kunsten. De Laureate for Fiction vormt gedurende drie jaar het boegbeeld van allerlei activiteiten rondom het fictieboek. Van 2015 tot 2018 was dat Anne Enright, van 2018 tot 2021 Sebastian Barry, waarna Tóibín het stokje overnam.

Een van de onderdelen van de functie was een maandelijkse Book Club, waarbij u Ierse schrijvers interviewde.

‘Ik wilde literatuur en schrijvers graag zo dicht mogelijk bij de mensen brengen. Daarom organiseerden we openbare schrijversinterviews in de bibliotheken van wat kleinere plaatsen overal in Ierland. Die evenementen organiseerden we niet om boeken te verkopen. De mensen die naar de bibliotheken kwamen, hadden de boeken waarover we gingen praten al gelezen, bijvoorbeeld als onderdeel van hun eigen leesclub. Het ging er echt om dat schrijvers en lezers met elkaar in contact kwamen en inhoudelijk met elkaar konden spreken, zonder signeersessie en andere commerciële zaken.

‘Daarnaast schreef ik elke maand een blog, exclusief voor de Arts Council. En ik gaf elk jaar een lezing, die gratis toegankelijk was. De Arts Council werkte daar op voortreffelijke wijze aan mee. Bij de eerste lezing, die muziek als thema had, werden muziekstukken uitgevoerd die belangrijk zijn geweest in mijn ontwikkeling als schrijver. De tweede lezing, over poëzie, vond plaats in de Seamus Heaney HomePlace, een aan Heaney gewijd kunst- en literatuurcentrum in Noord-Ierland. Daar was ook de allerbeste uitvoerder van traditionele Ierse muziek aanwezig, violist Martin Hayes. Bij de derde lezing, over beeldende kunst, werd een speciale tentoonstelling georganiseerd.’

Uw nieuwe roman, Long Island, is een type boek dat u nooit heeft willen schrijven, namelijk een vervolg, en wel op Brooklyn uit 2009.

Sequels zijn in de regel bedoeld om het succes van een film of boek nog eens extra uit te melken. Ik heb tien romans geschreven en negen daarvan verkochten niet buitengewoon goed. En dan schrijf ik een vervolg op het ene boek dat wél goed heeft verkocht en ook nog succesvol is verfilmd. Ik geef toe: dat voelt ongemakkelijk, hoewel de motivatie om Long Island te schrijven een heel andere was: ik wilde voor het eerst een plotgedreven roman schrijven.

‘Het uitgangspunt wordt al op de eerste bladzijde duidelijk: Eilis, die in Brooklyn van Ierland naar de VS is geëmigreerd en daar is getrouwd met Tony, een loodgieter van Italiaanse komaf, krijgt bezoek van een onbekende. Die vertelt haar dat Tony zijn vrouw zwanger heeft gemaakt en dat hij de baby, zodra die is geboren, bij haar komt afleveren. Wat gaat Eilis doen?

‘In de gebeurtenissen die volgen, spelen zaken als dubbelhartigheid en verraad een rol van betekenis. Dat zijn termen die nooit van toepassing zijn geweest op mijn werk. Het was me ook nooit gelukt het boek te schrijven als ik niet helemaal opnieuw was begonnen met het construeren van de personages. Zo heb ik me wat het personage Jim betreft – Eilis’ kortstondige liefde in Brooklyn – laten inspireren door de manier waarop Domhnall Gleeson hem gestalte gaf in de film. Heel wonderlijk, ik ken geen andere voorbeelden waarbij de film de schrijver beïnvloedde, maar bij mij werkte het.’

Brooklyn is gesitueerd in de jaren vijftig, Long Island in de jaren zeventig. Beide boeken spelen in Ierland en de VS, en beide geven ze uiting aan zowel de verschillen tussen twee landen als de verschillen tussen twee tijdperken.

‘Ik heb daarbij geprobeerd het verhaal intiem te houden en niet de grote gebeurtenissen uit die perioden te veel nadruk te geven. Ik denk dat het beter is je op de ontwikkeling van de personages te richten, zodat je de tijdgeest en de cultuurverschillen impliciet, tussen de regels door, voelbaar kunt maken.

‘Als Eilis in 1976 na vele jaren weer in Ierland is, denkt iedereen daar dat ze rijk is. Dat is ze helemaal niet, maar ze heeft een huurauto, is moderner gekleed dan haar familie en kennissen in Ierland. Ze is in hun ogen glamoureus, al is ze ook maar gewoon de vrouw van een loodgieter.

Long Island heeft elementen van een volkslegende. Denk aan het verhaal van een huwelijk waarvoor het hele dorp is uitgelopen, waar alle familieleden aanwezig zijn, en de mensen ineens ontdekken dat zich een vreemdeling in hun midden bevindt. En die vreemdeling beweegt zich rond als een geest. Sommige mensen zeggen dat ze hem gezien hebben, anderen zeggen van niet. De vreemdeling brengt verwarring, onenigheid, werkt ontwrichtend. In mijn boek is dat uiteraard Eilis.’

Brooklyn werd verteld vanuit het perspectief van Eilis. In Long Island krijgen we drie perspectieven: naast dat van Eilis is er dat van Jim en van Eilis’ oude vriendin Nancy.

‘Om te beginnen ligt bij een roman waarin iemand na jaren terugkeert naar zijn land van herkomst het cliché op de loer. Dan hoor ik de stem van Elvis Presley al in mijn achterhoofd, die zingt over ‘the green green grass of home’. Essentieel in Long Island is bovendien dat er gebeurtenissen plaatsvinden waar Eilis niets van weet.

‘Ik heb mijn boek daarom strak georganiseerd. Na de openingssectie die rond Eilis is opgebouwd, bestaat Long Island uit zes delen, die elk drie hoofdstukken tellen waarin achtereenvolgens Nancy, Eilis en Jim aan het woord komen. Eilis zit dus ingeklemd tussen Nancy en Jim, waarmee haar de macht van het vertellen deels wordt ontnomen, ook al omdat Jim steeds het laatste woord krijgt.

‘Het draait in Long Island niet alleen om iemand die is teruggekeerd, maar ook om mensen die nooit zijn weggeweest.’

Is er in uw boek een passage waarover u buitengewoon tevreden bent?

‘Er is een scène waarin Eilis’ moeder heeft ontdekt dat een weduwe in het stadje van plan is te hertrouwen. Dat vindt ze maar niets. Ze zegt: ‘Als ik de eeuwige rust inga, verwacht ik dat je vader op me wacht in de hemel. Hoe zou ik het leven volhouden zonder dat vooruitzicht? Op zijn sterfbed hebben we het daarover gehad en het was voor ons beiden een grote troost. Stel dat ik voor een tweede kleer trouw! Wat zou er dan gebeuren? Wat zou ik tegen je vader zeggen?’

‘Dat is een redenering die ik nog niet eerder in een boek ben tegengekomen, maar onlogisch is hij niet. En hij geeft uiting aan de religieuze onderstroom die door het boek heen kronkelt.’

Markeert het werken met een plot een ontwikkeling of wending in uw schrijverschap?

‘Nee, het zal bij deze ene keer blijven. Maar het was fascinerend om een keer volgens de regels van het plotgedreven boek te schrijven. Ik heb de laatste jaren aan Columbia University een reeks colleges gegeven over Jane Austen, George Eliot, Edith Wharton en Thomas Hardy, en heb me daarbij sterk verdiept in hoe deze klassieke 19de-eeuwse romans zijn opgebouwd.

‘Om een voorbeeld te noemen: aan het begin van Hardy’s The Mayor of Casterbridge verkoopt een man in een dronken bui zijn vrouw aan een wildvreemde. Alle daaropvolgende gebeurtenissen in de roman komen voort uit die fatale handeling.

‘Bij het schrijven van Long Island ben ik beïnvloed door de plotopbouw van dit type romans. Normaliter kan er in mijn boeken van alles gebeuren, maar als je werkt met een plot, kun je je niet permitteren al te veel ‘overbodige’ gebeurtenissen te beschrijven. Alle handelingen in Long Island hebben consequenties. Het schrijven was als het afschieten van een pijl: alles gaat in een bepaalde richting, zijpaden zijn niet toegestaan.’

Colm Tóibín: Long Island. Uit het Engels vertaald door Nadia Ramer. De Geus; 352 pagina’s; € 24,99.

Wie is Colm Tóibín?

Colm Tóibín (spreek uit: To-Bíeeen) werd op 30 mei 1955 geboren in Enniscorty in Zuidoost-Ierland. Hij studeerde letteren aan University College Dublin. Van 1975 tot 1978 woonde hij in Barcelona, waar hij Engels doceerde. In de jaren tachtig was hij werkzaam als journalist.

Tóibín debuteerde in 1990 met de roman The South, twee jaar later gevolgd door The Heather Blazing. Met The Blackwater Lightship (1999) en The Master (2004), over de door hem bewonderde Henry James, sleepte hij shortlist-nominaties binnen voor de Booker Prize.

Brooklyn, dat de Booker-longlist haalde, betekende in 2009 zijn doorbraak bij een breder publiek en werd succesvol verfilmd. Recente romans zijn Nora (Nora Webster, 2014) en De tovenaar (The Magician, 2021), dat geïnspireerd was op het leven van Thomas Mann.

Tóibín doceerde literatuur aan de universiteiten van Texas, Princeton, Manchester, Liverpool en Columbia University in New York. Zijn recentelijk verschenen roman Long Island is een vervolg op Brooklyn.

Tóibín woont afwisselend in Dublin, Enniscorty en Los Angeles. In die laatste stad woont ook zijn partner, schrijver en redacteur Hedi El Kholti.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next