Home

Hoogleraar verzet zich tegen het heersende techpessimisme: ‘In het Mondiale Zuiden kijken mensen hier heel anders tegenaan’

‘Doomsday diva’s’ schetsen maar al te graag hoe algoritmen en sociale media ons ten gronde zullen richten, ziet Payal Arora. De digitaal antropoloog ziet een ‘verfrissend perspectief’ op technologie bij de jongeren die ze onderzocht in het Mondiale Zuiden.

is techredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over sociale media en kunstmatige intelligentie.

In een vluchtelingenkamp in Brazilië licht het gezicht van de 19-jarige Hugo uit Venezuela op in het donker. Bzzz – weer een like. De foto die hij op Facebook plaatste, van hem alleen, laat zien dat hij zich eenzaam voelt. Dat juist dit bericht het zo goed doet op sociale media, maakt hem trots. ‘Die reacties maakten me duidelijk dat ik mezelf als persoon moet blijven waarderen.’

Digitaal antropoloog Payal Arora deed twintig jaar veldonderzoek naar hoe mensen in het Mondiale Zuiden zich verhouden tot internet en technologie. Ze is hoogleraar inclusieve AI-culturen aan de Universiteit Utrecht, mede-oprichter van het adviesbureau The Inclusive AI-lab en lid van de adviescommissie van de Verenigde Naties voor de digitale overheid.

Het verhaal van Hugo nam ze op in haar onlangs verschenen boek From Pessimism to Promise. Hierin presenteert ze het techoptimisme van jonge mensen in Zuid-Amerika, Afrika en delen van Azië als broodnodige tegenhanger voor het oprukkende pessimisme rondom de smartphone, sociale media, het internet en AI in het Westen.

‘In de media is er veel negatieve aandacht voor technologie’, zegt Arora in de keuken van haar lichte huis in het groene deel van de wijk IJburg in Amsterdam. ‘Sociale media zouden ons verhinderen om echt met elkaar in contact te komen, ze zouden jonge mensen een verwrongen beeld van seks geven. Door kunstmatige intelligentie verliezen mensen hun baan. Zonder telefoon zouden we allemaal gelukkiger en productiever zijn. In het Mondiale Zuiden kijken mensen hier heel anders tegenaan; dat biedt een verfrissend perspectief op de kracht van technologie. Een perspectief dat we echt nodig hebben.’

Hoe ziet dat perspectief eruit?

‘Wie met acht volwassenen in één kamer leeft, vindt op zijn telefoon nog enige privacy. Vluchtelingen als Hugo vertelden me: ‘Als ik het zwaar heb, herinneren de mensen die zijn achtergebleven me eraan dat ik ondanks alles van geluk mag spreken dat ik hier ben.’ Lageloonwerkers in landen als India, Bangladesh en Kenia hebben weinig toekomstperspectief, maar staan ongelofelijk positief tegenover hun onlineleven.

‘In westerse media gaat het er vooral over hoe we minder tijd op onze telefoon kunnen doorbrengen, terwijl veel mensen in het Mondiale Zuiden zich soms letterlijk het brood uit de mond sparen om online te kunnen zijn. Negen op de tien jongeren woont in het Mondiale Zuiden, waar grote werkloosheid heerst en ze soms alleen aan routineus en mensonwaardig werk kunnen komen. De telefoon is de plek waar ze verbinding en inspiratie vinden, waar ze zelfvertrouwen opdoen door de dingen te delen die ze wél gelukkig maken. En het middel waarmee ze zichzelf kunnen ontwikkelen.’

Wat bedoelt u precies met zelfontwikkeling op de telefoon?

‘In India kennen we de term ‘jugaad’, dat zoiets betekent als: je vindingrijkheid gebruiken om een probleem zo simpel mogelijk op te lossen. Met sociale media heeft dit proces nieuwe vormen aangenomen. YouTube barst van de tutorials waarmee mensen zo ongeveer elke vaardigheid die er bestaat kunnen leren – van programmeren tot repareren, bouwen of ontwerpen. Dit biedt ze een beter perspectief op een baan, online of offline, zeker als ze niet naar school kunnen.

‘En vergeet ook het ontwikkelen van je eigen identiteit niet, zeker voor jonge mensen is dat ongelofelijk belangrijk. Als wij aan online romantiek denken, beginnen we te zuchten. Hoe baan ik me een weg door al die kloterige apps, in wat voor café spreken we af? Maar als je in een land woont waar je als jonge vrouw de reputatie van je familie om zeep helpt als je met een man praat, maken sociale media het tenminste mogelijk contact te leggen. Hetzelfde geldt voor een queer persoon, die ergens woont waar op homoseksualiteit de doodstraf staat. Meisjes die voor het eerst menstrueren, denken dat ze vies of ziek zijn omdat ze nooit voorlichting hebben gehad. Jongeren zijn bang dat God ze vermoordt omdat ze masturberen.

‘Zij kunnen gerustgesteld worden door onlinecampagnes zoals het Nederlandse Love Matters uit Haarlem. De makers doen geweldig werk door mensen van over de hele wereld via Facebook seksuele voorlichting te geven, ze de vrijheid te bieden om zich veilig te uiten. Sociale media bieden jonge mensen de kans om te experimenteren met romantiek en zelfexpressie, laat ze met andere jongeren in contact komen zonder dat de hele buurt zich daar meteen mee bemoeit.’

Maar als de situatie hier anders is, is het toch niet gek dat wij op een andere manier naar sociale media kijken?

‘Het is een vergissing om te denken dat de worstelingen uit het Mondiale Zuiden hier niet van toepassing zijn. Neem kinderen die opgroeien in een strenggelovig gezin. Zij willen aansluiten bij hun vrienden, maar de overtuigingen van hun ouders staan haaks op die van onze samenleving. Online vinden ze gelijkgestemden die begrijpen hoe lastig dat is, van wiens ervaringen ze iets kunnen leren. Het biedt ze een plek waar ze zichzelf kunnen uiten op een manier die bij familie, of soms ook bij buurt- of klasgenootjes, te spannend is. Dat geldt ook voor een queer kind dat in een rechts-conservatieve familie wordt geboren, bijvoorbeeld.

‘Maar eigenlijk alle pubers voelen de behoefte om los van leraren, ouders of vrienden meer over zichzelf te ontdekken, zich in vrijheid uit te kunnen drukken, contact te leggen, over seks of wat dan ook te leren – sociale media bieden een schat aan informatie, vaak nog gepresenteerd door mensen die op ze lijken, van wie ze iets aannemen.’

Australië wil sociale media verbieden voor tieners onder de 16 jaar. Dat vindt u dus geen goed idee?

‘Denk eerst eens aan de handhaving van zo’n verbod. Tieners vinden altijd manieren om het te omzeilen, tenzij je maatregelen treft die hen dwingen heel gevoelige data met grote techbedrijven te delen. Bijvoorbeeld door ze te verplichten een kopie van hun paspoort te uploaden. Maar minderjarigen hebben net zo goed recht op privacy als volwassenen.

‘Ik zeg daarbij niet dat er helemaal niet moet worden ingegrepen – integendeel, er moet een heleboel gebeuren om de reële gevaren en negatieve effecten van sociale media te beperken. Maar de Australische overheid steekt straks een heleboel geld en energie in het handhaven van een verbod, terwijl er niets verandert aan de werking van de platformen.

‘Extreme controle gaat ook in tegen het principe van een liberale democratie, waarin mensen vrij zijn om keuzen te maken. Laatst was ik uitgenodigd om bij de Europese Unie te spreken, waar een ervaren beleidsmaker op het gebied van digitale inclusie me zei dat ze zich moreel verantwoordelijk voelt voor het feit dat ze mensen in het Mondiale Zuiden online heeft gebracht. Nu zou big tech hun data immers opslokken. Maar ze is zelf óók de hele tijd online, actief op sociale media. Die dubbele standaard vind ik erg zorgwekkend.

‘Het internet is onderdeel van de publieke ruimte, dus het is alsof je zegt: laten we mensen maar opsluiten, want het is zo gevaarlijk op straat. Hoewel er legitieme zorgen aan zo’n verbod ten grondslag liggen, moeten we oppassen dat we niet vernietigen wat ons zo dierbaar is: onze vrijheid. Vergeet niet dat slechts 7 procent van de wereld in een liberale democratie leeft. In het Westen hebben we het geld en de invloed om sociale media veiliger te maken, zoals we auto’s veiliger maakten met gordels en de straat met drempels en speciale zones rondom scholen. Daar moet onze energie in de onlinewereld ook naartoe.’

In uw boek schrijft u dat optimisme een imagoprobleem heeft. Wat bedoelt u daarmee?

‘Pessimisme scoort, slecht nieuws is clickbait. Dat is ook écht zo: volgens onderzoek reageren mensen sneller op woorden als ‘bom’ of ‘oorlog’ dan op ‘lachen’ of ‘plezier’. Dit zie je ook bij mensen die hel en verdoemenis preken over de smartphone, terwijl ze ’m nooit zouden wegdoen. ‘Doomsday diva’s’, noem ik ze: ze vertellen ons hoe het algoritmen en sociale media ons allemaal ten gronde richten – als dat zo is, waarom zijn ze zelf dan niet offline? Ah, omdat de werkelijkheid niet zo zwart-wit is als zij hem graag schetsen.

‘Maar een genuanceerd verhaal verkoopt niet zo goed als een angstaanjagend scenario. Zowel in de media als de wetenschappelijke wereld wordt optimisme als naïef gezien, of te weinig kritisch. Pessimisme nemen we daarentegen graag voor waar aan, het strookt met ons onderbuikgevoel, onze angst voor de toekomst.’

Maar er zijn toch een heleboel goede redenen voor tech-pessimisme?

‘Het probleem met dit narratief is dat het geen verandering inspireert. Door groteske scenario’s te schetsen en te focussen op wat er allemaal misgaat zonder te benoemen hoe het beter kan, of te identificeren wat er wel goed gaat, kom je niet in beweging. Van ‘jugaad’ kunnen we een heleboel leren: je kijkt naar het probleem dat voor je ligt en zoekt naar een oplossing.

‘Neem Line, een van de populairste berichtenapps in Azië, vergelijkbaar met WhatsApp. Om de verspreiding van misinformatie tegen te gaan kunnen gebruikers lokale factcheckorganisaties aan hun contactenlijst toevoegen en berichten doorsturen. Hier krijgen ze automatisch antwoord op, en omdat het bericht binnen de app blijft, is de tekst nog steeds versleuteld.

‘Het bericht wordt dus niet vanuit de app naar een externe partij verzonden, maar binnen Line automatisch gecontroleerd aan de hand van een database – tenzij het onderwerp nog niet is behandeld, dan kun je toestemming geven om je bericht naar wetenschappers door te sturen. Het is een kleinschalig initiatief, maar demonstreert wel op een heel concrete manier hoe we met een reëel probleem kunnen omgaan. Hoe je privacy en veiligheid in balans brengt.

‘Daar wil ik naartoe. Rationeel optimisme. Een kritische kijk op technologie is absoluut nodig, maar we moeten onszelf er ook aan blijven herinneren dat sociale media, internet en AI wezenlijke functies hebben. Wat doen we er anders nog?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next