Oude beuken in rijen langs de weg verdwijnen langzaam uit het Nederlandse straatbeeld. Extreme weersomstandigheden versnellen het einde van de lanen op leeftijd, vaak wel 100 tot 160 jaar oud. Klimaatverandering met cultuurhistorische implicaties, ook bij Paleis Het Loo. ‘Het zijn reuzen, maar tere reuzen.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
De laan naar wat ooit bekendstond als het ‘Versailles van de Achterhoek’ staat er miserabel bij. Er was een tijd dat de beuken richting het statige Huis De Voorst een dichte kathedraal vormden, een tunnel van ineengrijpende takken en bladeren boven de weg. Maar zie nu hoe de ruim 110 jaar oude reuzen erbij staan. Niet alleen ontbreekt het ze – vanzelfsprekend – aan blad deze wintermaanden, velen hebben kroon noch tak over.
‘Met elk exemplaar is wel iets aan de hand’, zegt landschapsarchitect Annemieke Breukelaar van de gemeente Zutphen als ze tussen de beuken loopt. Ruim twaalfhonderd stuks, die in rijen van twee langs beide kanten van de weg staan over een lengte van 2,2 kilometer, verdeeld over twee lanen bij De Voorst. ‘Elk jaar halen we er veertig tussenuit, omdat het niet meer gaat.’
Zutphen is slechts een van de plekken waar bestuurders met de oer-Hollandse beukenlaan in hun maag zitten. ‘Het is op veel plekken mis’, zegt boomonderzoeker Paul Copini van de Wageningen Universiteit. ‘Met uitzondering van lanen die op heel goede bodem staan of omringd zijn door bos, waar ze profiteren van de beschutting.’
De problemen spelen vooral in opener gebied. In of aan de rand van steden en dorpen, of bij lanen omringd door weilanden. Daar staan de oude beuken van 30 meter hoog solitair en worden ze maximaal blootgesteld aan de elementen. Copini: ‘Het is jammer, maar binnen afzienbare tijd zijn we op veel plekken in het open gebied de beukenlaan kwijt’.
Door droogte krijgt de oppervlakkig wortelende boom het water niet meer bij de hoogste takken, waardoor bladeren afsterven. Dit is nadelig, omdat de beuk een dunne, gladde bast heeft die gevoelig is voor hoge zonkracht door direct zonlicht. Met als gevolg dat takken of de bast op de stam afsterven. Dit maakt de beuk vatbaarder voor verdere aantasting door bijvoorbeeld insecten. En als een boom uitvalt, krijgen de bomen ernaast weer meer direct zonlicht, met domino-effect tot gevolg.
Behalve ‘zonnebrand’, waarvoor de bomen soms worden ingezwachteld met jute, kan de beuk ook beslist niet tegen natte voeten. Maar door toenemend hevige regenbuien staan beuken steeds vaker in het water. In de wintermaanden had de boom dan baat bij nachtvorst, waar juist steeds minder vaak sprake van is.
Copini doet onderzoek naar bomen die beter bestand zijn tegen de nieuwe Nederlandse omstandigheden als gevolg van klimaatverandering. Want dat is wat er aan de hand is: de oude beuken vallen versneld om door de extreme weersomstandigheden in het afgelopen decennium.
Exacte cijfers over hoeveel beukenlanen Nederland nog telt, ontbreken volgens bomenonderzoeker Copini. Het straatnamenregister laat zien hoezeer de Beukenlaan behoort tot de Nederlandse folklore. In de top-20 meest voorkomende straatnamen moet de Beukenlaan (169 keer) wat betreft boomverwijzingen alleen de Kastanje- en Eikenlaan (184 en 173 keer) voor zich dulden.
Maar hoelang blijft de Nederlandse Beukenlaan nog een echte beukenlaan? Een blik op België laat zien dat de boom zijn habitat steeds noordelijker zoekt. In Gent is het gemeentebestuur sinds 2016 druk met beuken terugplaatsen in de Beukenlaan, maar is daar vorige winter mee gestopt, nadat een groot deel elke zomer door hitte uitviel. De Belgische krant HLN vermeldt dat er tegenwoordig zomereiken in de Beukenlaan staan.
In Zutphen vergezelt landschapsarchitect Breukelaar wethouder Sjoerd Wannet, die samen met onder meer buurgemeente Lochem, Provincie Gelderland en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het hoofd breekt over wat ze aan moeten met de monumentale beuken. Dit jaar komt er dan eindelijk een plan van aanpak, stuurde Wannet in december naar de gemeenteraad.
Een van de scenario’s is het langzaam laten afsterven van de 110 tot 120 jaar oude beuken. Waarbij van de dode exemplaren alleen de stam tot een meter of tien blijft staan om nestplaatsen voor vleermuizen en vogels te behouden. Honderden beuken staan er in Zutphen nu al zo bij. Een ander scenario is het op korte termijn vellen van alle beuken en er piepjonge bomen voor in de plaats terugzetten.
Wethouder Wannet kijkt omhoog naar de gemankeerde boomtoppen, ziet de scheuren in de basten, de zwammen aan de voet van de bomen, en zegt: ‘Het is echt heel heftig.’
Dat de beuk meer is dan alleen een vertrouwd onderdeel van het Nederlandse straatbeeld, is te zien bij Paleis Het Loo in Apeldoorn. Net als bij Huis De Voorst, feitelijk gelegen in het Zutphense buurdorp Eefde, zijn de bomenrijen er onderdeel van het totaalontwerp van het landgoed en maken ze zo onderdeel uit van het rijksmonument waar ze heen leiden.
Het Loo is in meerdere opzichten de grote broer van De Voorst. Vanuit Het Loo nam koning-stadhouder Willem III eind 17de eeuw de twintig jaar jongere edelman Arnold Joost van Keppel onder zijn hoede. Met hulp van de koning stootte het verarmde adellijke geslacht Van Keppel op naar de hoogste sociale rangen. En zo kon hun oude havezate in Eefde eind 17de eeuw worden vervangen door het statige De Voorst. Een replica van Het Loo.
Niet alleen voor de bebouwing – vierkant hoofdgebouw in classicistische stijl met aan beide kanten zijvleugels – maar ook voor de tuinen en lange lanen gold Het Loo als voorbeeld voor De Voorst. En nu kampen beide met hetzelfde beukenprobleem, al heeft de oudere broer in Apeldoorn al langer last van ouderdomskwalen.
Oude, monumentale laanbomen kappen is een delicate exercitie, weten ze bij Paleis Het Loo. Omwonenden gingen vijf jaar geleden, hoewel tevergeefs, tot aan de rechter om de laanbomen te behouden. Er is vaker onbegrip, omdat omwonenden niet anders weten dan dat de eeuwenoude exemplaren er staan. Ze begrijpen vaak niet dat de hele laan aan de kettingzaag moet geloven, ook als veel van de bomen nog gezond zijn.
Het probleem bij beukenlanen is alleen: één of enkele exemplaren vervangen gaat niet. Door de hoge bomen ernaast verliest de nieuweling de strijd om voedsel en zonlicht. En dus is het alles of niets, met beukenlanen. Esthetische argumenten spelen ook een rol. Een bomenlaan kent per definitie een eenvormig ritme, met doorgaans bomen van hetzelfde ras en dezelfde leeftijd.
Hans Plattel kijkt vanuit zijn huis in Apeldoorn uit op een van de lanen die schuin naar het paleis lopen. De sprietige bomen die erlangs staan vallen in het niet tegen de achtergrond van de 100 jaar oude beuken langs de Paleislaan, die nu nog recht op Het Loo staan. Ook deze zijn zwaar in verval, maar de beheerder zegt dat er een plan ligt om deze beukenlaan nog dertig jaar te sparen. Onder meer omdat de oude bomen, in tegenstelling tot de nieuwe, holtes hebben waarin dieren kunnen nestelen.
‘Het verjongingsplan was te rigoureus voor ons’, zegt Plattel over de zijlanen naar het paleis. Met de buurt vormde hij een comité dat naar de rechter stapte om de beukenkap tegen te gaan. ‘Zeker 80 procent was in onze ogen nog gezond.’
Hovenier van Paleis Het Loo Lauel Rahael zegt dat de kap onontkoombaar was. ‘Tot tien jaar geleden dachten we dat de bomen nog 100, misschien wel 200 jaar mee konden’, zegt hij. ‘Maar na de droge zomers vanaf 2018 ging het hard. Uit veiligheid voor bezoekers haalden we steeds grotere stukken van de bovenkant af. Op een gegeven moment werden het lelijke bomen, waarvan de stompen ook gingen inrotten. Het werd een te groot veiligheidsrisico.’
Het Loo koos na de kap in 2021 tot veler verrassing toch weer voor de beuk. ‘We wilden vasthouden aan de geschiedenis en het historische beeld herstellen’, zegt Rahael. In Zutphen durven ze dat niet meer aan. Wat het wordt, weten ze nog niet, maar het is ‘zo goed als uitgesloten’ dat er weer beuken voor Huis De Voorst komen, zegt landschapsarchitect Breukelaar.
Gerard Koopmans is bosbeheerder en rentmeester op meerdere landgoederen in de regio. Ook hij begrijpt de keuze van Het Loo niet goed. ‘Ik ben momenteel een hoop beukenlanen aan het opruimen’, zegt hij naast recent afgezaagde stompen op landgoed Klarenbeek, gelegen tussen Apeldoorn en Zutphen. ‘Ik moet vervolgens lanen aanleggen die weer 140 tot 200 jaar meegaan. Dan durf ik in open gebied geen beuk meer aan. Het zijn reuzen, maar tere reuzen.’
Hij ziet het misgaan in Arnhem, waar aan de Schelmseweg de beuken in 2017 werden verjongd. ‘Als je weet hoe vaak ze daar water staan te geven en snoeien’, zegt hij over het project waarbij hij zelf niet betrokken is. ‘Zonde van je centen, want ze staan er beroerd bij.’
Koopmans weet ook dat oude bomen kappen gevoelig ligt. ‘Voor je het weet hangen activisten met slaapzakken in de bomen.’ De huivering bij beheerders en bestuurders heeft er in zijn ogen voor gezorgd dat ze op veel plekken decennia te laat zijn met verjongen. ‘Was vijftig jaar geleden begonnen met de eerste 200 meter, en dan om de zoveel jaar de volgende 200’, zegt hij verwijzend naar Zutphen en Het Loo. ‘Dan had je nu niet rigoureus hoeven ingrijpen.’
Monument of niet, met cultuurhistorie – alles zo doen zoals eeuwen geleden op een plek werd gedaan – heeft Koopmans weinig op. Voor hem is het simpel: ‘Door de eeuwen heen koos men de bomen die het toen het beste deden langs wegen. Laten we dat nu ook doen.’
Welke boom dat dan moet zijn in steden of andere open gebieden? Bodemonderzoeker Copini van Wageningen Universiteit heeft geen eenduidig antwoord. Afhankelijk van de ondergrond komt hij uit bij de eik en linde.
Beide kunnen beter tegen droogte dan de beuk, maar hebben hun eigen zwaktes. De eik groeit langzaam, kampt met de processierups en heeft net als de beuk te lijden onder de boorkever. De linde heeft veel wortels die als scheuten uit de grond steken en trekt veel luizen aan die een plakkerige substantie afscheiden in het najaar. De plataan doet het ook goed als laanboom, maar die valt voor velen af, omdat het geen inheemse soort is.
Koopmans kiest in Klarenbeek en meestal ook op andere plekken voor de koningslinde. ‘Ondanks de bezwaren een dankbare soort’, zegt hij. ‘Een mooie opgaande boom, die boven de weg ook goed sluit.’ Nadat in 2021 een valwind in Leersum de helft van de oude beuken in de Lomboklaan omver had geblazen, werd ook daar gekozen voor lindes.
Nemen ze bij Paleis Het Loo niet een groot risico met het terugplaatsen van beuken, die het mogelijk binnen afzienbare tijd weer begeven? ‘Natuurlijk is het een risico’, zegt hovenier Rahael, ‘maar een weloverwogen keuze. Wij zijn van mening dat door de manier waarop we nu zijn gestart en hoe we de lanen beheren, de jonge bomen zich aan de omgeving en het klimaat kunnen aanpassen.’
De hoop is dat de bomen door grondverbetering beter wortelen, kruidenmengsels aan de voet van de jonge stammen meer schaduw geven en de bomen vitaler zullen blijven met meer natuurlijke compost. Ook kan bij evenementen bij Het Loo niet meer tussen de beuken door worden gereden, wat voorkomt dat de grond verdicht en boomwortels beschadigen.
En zo groeien de jonge beuken waar paleisbuurman Plattel vanuit zijn huis op uitkijkt wellicht uit tot de laatste beukenlaan in open gebied. De oer-Hollandse beukenlaan als museumstuk in de voortuin van Het Loo.
‘Ik ga in elk geval niet meer meemaken dat ik vanaf mijn huis door een kathedraal naar Het Loo kan lopen’, zegt de 62-jarige man, die zich na de gang naar de rechter heeft neergelegd bij de situatie. ‘Dat is voor volgende generaties.’ Hij ziet inmiddels voor zichzelf enige voordelen van de jonge aanplant. ‘Er schijnt voor het eerst zonlicht in onze voorkamer’, zegt hij. ‘En ik hoef ook niet meer vier keer per jaar de ladder op om beukenblad uit mijn dakgoot te halen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant