De Formule 1 neemt in 2025 afscheid van het bonuspunt voor de snelste raceronde. In 2019 keerde het bonuspunt terug, maar werd alleen uitgedeeld als de coureur met die snelste raceronde in de top-tien was gefinisht. Hiermee hoopte de Formule 1 een nieuw, spannend element toe te voegen en de lager geklasseerde teams te motiveren om richting het einde van de race te pushen voor een extra punt. Dat doel werd zelden bereikt en het bonuspunt kwam vaak in handen van coureurs van de topteams - of van coureurs die niet in de top-tien eindigden.
Na de snelste raceronde van Daniel Ricciardo in Singapore, wat indirect een gunst was voor Red Bull Racing omdat WK-rivaal Lando Norris dat punt daardoor misliep, wakkerde de discussie rondom het bonuspunt aan. In oktober besloot de FIA World Motor Sports Council om voor 2025 definitief een streep te zetten door het bonuspunt.
Het was oorspronkelijk het doel van de Formule 1 om de nieuwe generatie F1-auto's met grondeffect op een minimumgewicht van 795 kilogram te krijgen, maar toen bleek dat teams worstelden om op dat gewicht te komen, steeg de grens naar 798 kilogram. Voor het seizoen 2025 stijgt het gewicht weer, zij het vanwege een verandering aan de coureurskant. Het minimumgewicht voor coureurs is namelijk van 80 naar 82 kilogram gegaan. Het minimumgewicht van de auto moet dus, zonder brandstof, 800 kilogram bedragen. Met name voor langere coureurs is deze stijging van het minimumgewicht goed nieuws, omdat het nadeel ten opzichte van de kleinere en lichtere coureurs nu iets kleiner moet zijn.
De Formule 1 heeft de smaak van opkomend jong talent te pakken en dat vertaalt zich dit jaar in meer kansen voor rookies. De teams waren voorgaande jaren al verplicht om minstens twee keer per jaar - dus één keer per auto - een rookie tijdens een eerste vrije training van een GP-weekend de kans te geven om meters te maken. Dit jaar wordt dat verdubbeld naar twee VT1's per auto. Dat betekent dus meer kansen voor rookies, maar ook dat de vaste coureurs minstens twee keer per jaar aan de zijlijn moeten staan tijdens een VT1. Per team resulteert het dus in vier kansen voor jong talent om zichzelf te laten zien op het wereldtoneel.
Voor dit jaar ligt bovendien nog een plan op tafel voor een sprintrace met rookies in Abu Dhabi, na afloop van het F1-seizoen. Elk team zou dan één rookie naar voren moeten schuiven voor een sprintrace op het Yas Marina Circuit. Dit moet de talenten de kans bieden om zich in beeld te rijden bij de F1-teams, aangezien het de laatste jaren moeilijk bleek voor rookies om tot de Formule 1 door te stoten. Er leek vorig jaar al groen licht voor te komen, maar op het laatste moment ging er toch een streep door het plan.
Foto door: Andy Hone / Motorsport Images
Een belangrijke kwestie sinds de Grand Prix van Qatar van 2023: de koeling van coureurs. Het was dat weekend ontzettend heet in Losail en door de hoge luchtvochtigheid hadden meerdere coureurs het zwaar. Sindsdien werkte de FIA aan een oplossing en die heeft het gevonden in de zogenaamde 'heat hazard'-regel. De wedstrijdleiding kan coureurs bij hoge temperaturen verplichten om een koelsysteem in de auto te gebruiken. Deze regel gaat pas van kracht wanneer de officiële weersvoorspellingen van de FIA temperaturen van hoger dan 30,5 graden Celsius toont.
Wanneer deze regel van kracht gaat, stijgt het minimumgewicht voor de coureurs en de auto's met vijf kilogram. Wat de teams dan precies moeten doen, is nog niet bekend. Wel zijn er meerdere opties beschikbaar, waaronder een gat in de vloer of neus om de lucht naar de cockpit te begeleiden en een koelvest voor de coureurs. Het oorspronkelijke idee van een airconditioning in de cockpit is afgeschoten omdat dit te ingewikkeld bleek om op korte termijn te introduceren.
De F1-teams mogen dit jaar aan de slag gaan met het ontwikkelen van de auto's voor 2026, maar om te voorkomen dat teams met een onbeperkt budget een voorsprong krijgen middels tests, zijn er dit jaar strengere regels geïntroduceerd. Voorheen mochten teams namelijk onbeperkt gebruikmaken van een zogenaamde Testing of Previous Cars (TPC). Zij mochten dan een auto van twee jaar geleden inzetten tijdens een test. In 2024 betekende dat dus dat teams voor het eerst met grondeffectauto's uit 2022 konden testen. Dat resulteerde onder meer in de Imola-test van Red Bull Racing en Max Verstappen, waar de Nederlander meters maakte in de RB18 in de zoektocht naar het verhelpen van problemen met de RB20.
Vanaf 2025 zijn die mogelijkheden niet meer onbeperkt. In plaats daarvan krijgen alle teams maximaal twintig dagen aan TPC-runs. Coureurs die ingeschreven staan voor het F1-seizoen, mogen dan verspreid over vier dagen een gecombineerd maximum van duizend kilometer rijden. De rest van de overgebleven dagen mogen teams dus andere coureurs in de auto zetten.
In het verlengde daarvan zijn er dit jaar ook strenge regels van kracht op het testen met zogenaamde 'mule cars'. Dit zijn in feite auto's die zijn aangepast om volledig te kunnen testen. De auto wordt meestal aangepast om aankomende veranderingen in de reglementen na te bootsen en kan daarom drastisch verschillen van het originele exemplaar. In de regels is vastgesteld dat er maximaal tien testdagen zijn voor deze Testing of Mule Cars (TMC). Deze worden georganiseerd door de FIA, in overleg met alle deelnemers. Om een oneerlijk voordeel tijdens het seizoen te voorkomen, zijn er ook regels opgesteld voor de selectie van het circuit voor deze TMC. Zo kunnen teams niet zomaar naar een circuit afreizen dat deel uitmaakt van het F1-kampioenschap om daar nog voor de Grand Prix data te verzamelen. Ook mogen de teams de gebruikte testonderdelen niet tijdens een race op de auto zetten.
In een reactie op de controverse rondom de 'mini-DRS' van McLaren in Baku, heeft de FIA op technisch vlak ingegrepen. De DRS-klep van de MCL38 boog op de rechte stukken dusdanig door, dat deze minder luchtweerstand genereerde en dus een snelheidsvoordeel behaalde. De minimale opening is van 10 tot 15 mm naar 9,4 tot 13 mm geslonken en met DRS open blijft de bovengrens op 85 mm liggen.
Source: Motorsport