Home

Nederland heeft zesduizend bevers en achttien miljoen mensen. De bevers zijn het probleem

Kaalgeknaagd balanceert de boom op een laatste restje stam. Zelfs de storm kreeg hem niet om, ook dat getuigt van een onbegrijpelijke kracht. Het kernhout gloeit oranje op, als kampvuur, en daaromheen liggen de snippers die de bever achterliet. Een fabelachtig, uitgestorven waterdier dat met wat hulp zijn land herovert, het was een mooi verhaal geweest, maar de eerste bevers zijn alweer afgeschoten als teken van de tijd.

Het is op een verlaten schiereiland in een elleboog van de Maas. Wat een weelde: de wilde natuur aan het werk onder het kale schild van de winter. Het is 2 graden, maar de eerste katjes vouwen zich uit de wilgen, en watervogels bestuderen de oevers zoekend naar een plek voor hun nest.

Als je stil bent, zegt Marcel, hoor je de bevers snurken.

Hun burcht ligt breeduit langs de kant, de vrucht van permanent grondverzet: takken en stammetjes netjes op maat geknaagd. Knotwilgen, beuken, berkjes, maakt niet uit: bouwmateriaal en voedsel tegelijk. Een levend paleis, maar het ligt wel in de weg. Een projectontwikkelaar wil bungalows bouwen, uiteraard met inachtneming van de biodiversiteit, en die tweede huisjes zullen het vast winnen van de beverstee. Lastige dieren die veel ruimte nemen, hier en daar gaat het al over een plaag.

Bevers bouwen om te leven, niet voor het geld. Ze gebruiken wat ze nodig hebben, de mens wil altijd meer. Er zijn naar schatting drie- tot zesduizend bevers in Nederland en achttien miljoen mensen. De bevers zijn het probleem.

Fotograaf (en vriend) Marcel van den Bergh volgt het fabelachtige leven der bevers al jaren, en documenteert nauwgezet hun opkomst en ondergang. Uitgestorven door de jacht in 1826, werden veertig jaar terug de eerste weer in Nederland uitgezet. Dat was een periode met groeiende aandacht voor het herstellen van de wilde natuur. Maar inmiddels leven de bevers weer in een tijd die dieren en planten liever politiek maakt; ook de dassen zijn zogenaamd problematisch.

Bevers zijn geen zeldzaamheid; zo vaak ziet Marcel ze doodgemoedereerd zwemmen door de plas dat het lastig wordt om er nog bijzondere foto’s van te maken. Op het schiereiland staan stammen en takken, met oranje tanden afgeknaagd tot prachtige beelhouwwerken. Het lompe resultaat van een menselijke kettingzaag ligt ernaast.

Met spijkers en latjes is in de bomen een kraaiennest gebouwd; dat moet van een jager zijn.

De natuur de natuur laten, dat heet inmiddels rewilding, en uit het prachtige boek dat tekenaar-ecoloog Jeroen Helmer erover maakte, Wildernis in eigen land, leer ik dat het meer is dan een paar oerkoeien en oerpaarden laten grazen in de uiterwaarden. Het gaat om herstel van evenwicht.

Niet voor niets begint het boek met de bever. Helmer beschrijft hoe de burchten de omgeving ten dienste staan: ze filteren en reguleren het water, geven spechten en vleermuizen ruimte in verdronken bomen, laten twijgen aan grote grazers, bieden beschutting aan marters. In de bevermeren die ontstaan floreren vissen, kikkers, libellen en moerasplanten. IJsvogels vinden er hun voedsel.

Bevers bouwen dammen om de waterstand te reguleren, net als de mens.

De natuur als schepper, de burcht als paleis voor iedereen – daar kan de menselijke blik weinig mee. Die ziet bevers levensgevaarlijke tunnels graven in stoere dijklichamen: ‘schade’. Hun gangen worden met beton gedempt of met groot vertoon door machines vernietigd. En als die beesten ondanks alles terugkeren, rest niets anders dan de kogel.

De bever als probleemmigrant – het is overal te lezen. De Unie van Waterschappen wil een ‘landelijke aanpak’ met een ‘beverbeleid’, kortom: ‘protocollen en ontheffingen’. Die zijn er al, maar ‘te vaak alleen vanuit natuurdoelstelling opgesteld’ – aha. ‘Groter probleem dan de wolf’, poneerde waterschapsbestuurder (en boer-ondernemer) Wilbert Litjens alvast, uiteraard namens de BBB, de partij die in veel waterschappen en provincies de dienst uitmaakt.

Zo keert dit politieke klimaat zich ook tegen de bever: afschieten mag eigenlijk niet maar het gebeurt. De waterschappen waren wel dertigduizend ‘mensuren’ kwijt aan het dier, voor je het weet is er een bevercrisis. Uiteraard zijn er andere oplossingen, maar die ‘kosten tonnen’, gelukkig zijn er warmtebeeldcamera’s om de bevers op te sporen.

Wie in evenwicht wil leven moet inschikken, maar daar denken mensen anders over.

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver. 
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next