De branden in Los Angeles eisten al van tien mensen het leven en ruim 180 duizend mensen zijn geëvacueerd. Ook Mari Meyer, journalist en correspondent namens onder meer Trouw, moest haar huis verlaten. ‘Je weet dat de kans groot is, en tóch is het onwerkelijk.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Hoe gaat het? Waar ben je nu?
‘Het gaat oké, maar het is wel hectisch. Er is hier geen opvang voor onze twee kleine kinderen en dit is het tweede logeeradres waar we deze week overnachten. We zijn nu ongeveer een uur buiten Los Angeles. Vrienden hebben ons een logeerkamer aangeboden. Hier is het veilig, de luchtkwaliteit goed en we kunnen gewoon naar buiten. In Los Angeles kan dat niet.’
Wat was het moment dat je dacht: ‘We moeten hier weg’?
‘Dinsdagavond, toen de stroom uitviel. Daarvoor was de wind al heel hevig. We zijn best gewend dat het hard kan waaien, want de Santa Ana-wind komt ieder jaar.
‘Er was bovendien voorspeld dat het dit jaar wat anders zou kunnen worden dan normaal, maar dit… Ik woon in een canyon en wie het nieuws heeft gevolgd, weet dat heel veel branden in een canyon zijn begonnen. Je weet nooit waarom de stroom uitvalt en als de stroom weer aan gaat, is één vonkje genoeg.
‘Met twee kleine kinderen in het donker en de kou, is ook geen pretje dus besloten we in de auto te stappen naar de neef van mijn vrouw. Hij woont op de grens tussen Hollywood en Silver Lake. Daar zijn we blijven slapen en hebben we het nieuws verder in de gaten gehouden.
‘We gingen nog even terug en om te kijken hoe ons huis erbij lag, toen er een evacuatiebevel kwam voor twee straten verderop. Het Eaton-vuur was aan het groeien en de rook werd erger. We keken elkaar aan met de vraag: ‘Wat doen we hier nog?’’
Kon je nog bij die neef terecht?
‘Nou, daar zijn we diezelfde ochtend nog heen gegaan, maar toen zagen we op tv dat de brand ieder uur groter werd. Er kwam een nieuwe brand en het vuur breidde zich uit naar dichtbevolkt gebied, dicht bij ons logeeradres. De neef begon ook zijn evacuatietas te pakken. Dus zijn we woensdagavond nog de stad uitgereden, naar de vrienden bij wie we nu zijn. Het is allemaal zo snel gegaan, eigenlijk.’
Hoe blijf je nu nog op de hoogte van wat er zich thuis afspeelt, hoe het met je vrienden gaat?
‘Er zijn appgroepen, we sturen sms’jes, we kijken op Instagram. We kennen mensen die hun huis zijn verloren, hun bedrijf of hun restaurant. Veel mensen weten ook niet hoe het ervoor staat. Iedereen checkt bij elkaar hoe het gaat, zo ben je toch nog een beetje samen.
‘Stel je voor dat bijvoorbeeld Amsterdam-Oost morgen binnen vijf uur volledig afbrandt. Dat alles weg is, de koffiezaak waar je graag komt, het park waar je kinderen graag spelen. Dat is hoe het voor ons is. Dat leidt tot veel verwarring.’
Dat is inderdaad moeilijk voor te stellen.
‘Het is onwerkelijk. Je weet dat de kans groot is hier, ik heb als correspondent verslag gedaan van branden in verschillende delen van Californië. En tóch voelde het alsof het in Los Angeles allemaal onder controle zou zijn.
‘Dat is misschien niet realistisch van mij. Maar de laatste brand van enigszins vergelijkbare grootte in de regio was in 1993 in Malibu, las ik. Het voelt daarmee ver weg, je bent er niet mee bezig. Als het dan toch gebeurt, ben je niet goed voorbereid.’
Hoe gaat het met het huis?
‘Het ziet ernaar uit dat het goed gaat. De brand is zich de andere kant op aan het bewegen. Onze buurman is gebleven, met hem sms’en we. Er is alleen wat kleine schade door takken.
‘We gaan proberen over een paar dagen weer naar huis te gaan, als de luchtkwaliteit verbetert. Het is nu nog schadelijk voor kleine kinderen en de scholen zijn dicht. Maar ik wil terug om verslag te doen, hopelijk kan dat aan het einde van het weekend. We houden het constant in de gaten. We kijken letterlijk naar hoe de wind waait.
‘Ik sta stijf adrenaline en check constant m’n telefoon. Echt goed slapen is er niet bij.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant