Jongeren kunnen met hun problemen terecht bij inloophuizen voor een gratis gesprek met eveneens jonge vrijwilligers. De initiatiefnemers hopen eventuele psychische nood te lenigen voordat de ggz eraan te pas komt. ‘Veel mensen hebben gewoon een luisterend oor nodig.’
is binnenlandverslaggever van de Volkskrant. Verslag vanuit Roermond.
‘Klessebesse? Kom binnen!’ staat op het roze-groene bord dat Debora Op ’t Eijnde in de regen voor de deur neerzet. ‘Da’s Roermonds, blijkbaar’, zegt de Vlaamse, die zelf net over de grens woont. Als manager bestiert ze hier elke dinsdagmiddag een inlooppunt voor alle jongeren vanaf 12 jaar die, om welke reden dan ook, behoefte hebben aan een luisterend oor. Van vier tot zeven zitten –eveneens jonge – vrijwilligers klaar om dat te bieden. In levenden lijve, of via een online chat.
Het is een van de twaalf locaties, verspreid over het land, die het initiatief @ease met hulp van fondsen, gemeenten en een eenmalige subsidie van het ministerie van Volksgezondheid sinds 2017 heeft opgetuigd. Een gesprek met de jonge vrijwilligers is gratis, kan anoniem en er wordt geen dossier opgesteld. Door de hulp zo laagdrempelig mogelijk te maken, zonder barrières als een doorverwijzing van de huisarts, hoopt de organisatie te voorkomen dat problemen uit de hand lopen en jongeren in de ggz terechtkomen.
Die wens deelt de politiek. Die wil de kosten voor de jeugdzorg en het aantal kinderen dat ervan gebruikmaakt, inmiddels een op de zeven, flink terugbrengen. Alleen degenen met de zwaarste problemen zouden in de toekomst nog aanspraak kunnen maken op jeugdzorg of jeugd-ggz, is het idee. Ouders en kinderen moeten ‘leren accepteren dat bepaalde problemen bij het leven horen’, schreef staatssecretaris Vincent Karremans hierover onlangs aan de Tweede Kamer.
Een beetje verstopt zitten de vrijwilligers achter de voetbaltafel en stellingkast met planten, aan een enorme houten tafel met laptops, thee, koffie en chocoladekoekjes. De sfeer is gemoedelijk. Het lijkt wel een clubhuis; de jongeren die binnenwaaien zijn zelf óók vrijwilliger, maar komen nu alleen ‘even hoi zeggen’ en hun manager een ijskoffie brengen.
Onverstoorbaar kletsen ze door als drie kwartier na openingstijd een lange jongen met baard en bril binnenstapt. Hij vindt gemakkelijk zijn weg naar de kapstok en schuift aan. Of hij ‘een gesprekje wil’, vraagt een van de vrijwilligers. Dat betekent hier: met twee vrijwilligers naar de aparte spreekkamer. ‘Nee hoor, ik kom er gewoon even bij zitten.’
Met weer een andere vrijwilliger praat hij over zijn studie en zijn tekeningen, waarvan hij foto’s laat zien op zijn telefoon. Zo zit hij hier vrijwel elke week, zegt de 27-jarige, die liever anoniem blijft. ‘Twee jaar geleden kreeg ik een burn-out. Ik ben toen gestopt met mijn studie en doe nu vrijwilligerswerk. Daar ontmoet ik niet zo vaak leeftijdsgenoten, daarom kom ik graag hier.’
Zijn ouders zijn bovendien net gescheiden, en hij is onlangs voor het eerst op zichzelf gaan wonen. ‘Midden in al die veranderingen is het heel fijn om op een vast moment in de week met deze mensen te praten.’
Het is een aanvulling op zijn therapie eens in de twee weken, geen vervanging daarvan. Maar de jonge vrijwilligers zijn wel degelijk getraind om een persoonlijk gesprek te voeren. In de spreekkamer schuwen ze moeilijke onderwerpen niet, zegt vrijwilliger Norah Rempt (21). ‘Ruzies, vriendjes, seksualiteit, drugs, onzekerheid – alles komt aan bod. Als we zien dat iemand erdoorheen zit, moeten we ook vragen naar zelfmoordgedachten, en of diegene zelfmoordplannen heeft.’
Voor dat soort situaties is er ook een zorgmedewerker aanwezig, zoals een psycholoog of psychiatrisch verpleegkundige. Zo nodig adviseert diegene om hulp te zoeken bij de ggz, en een enkele keer wordt de crisisdienst gebeld.
Zo’n drie op de vier jongeren ‘verlaat’ @ease zonder hulp vanuit de ggz, zegt psychiater en mede-oprichter Thérèse van Amelsvoort. ‘Toen we begonnen was men bang dat het daar zou volstromen door ons initiatief. Maar het tegenovergestelde blijkt waar: mensen die vanwege de wachtlijsten nog niet bij de ggz terechtkunnen, worden naar ons gestuurd om in de tussentijd toch met iemand te kunnen praten.’
Of zulke initiatieven daadwerkelijk de ggz ontlasten, is lastig te zeggen, zegt Laura Shields-Zeeman, hoogleraar mentale gezondheid en preventie aan de Universiteit Utrecht. ‘Daarvoor is meer onderzoek nodig, en dan vooral met het oog op de lange termijn.’
Voor preventie van mentale problemen zijn dit soort laagdrempelige mogelijkheden wel belangrijk, zegt Shields-Zeeman. ‘Veel mensen hebben gewoon een luisterend oor nodig; of ze dat bij een psycholoog of vrijwilliger vinden, maakt vaak weinig uit.’
In andere landen is het idee waar @ease op werd gebaseerd inmiddels ingebed, en wordt het door de overheid gesubsidieerd.
Vrijwilliger Norah Rempt zou willen dat er een plek als deze was toen haar thuissituatie haar te veel werd, zegt ze zittend op de gele fluwelen stoel in de spreekkamer. ‘Maar ik ben ermee doorgelopen en heb uiteindelijk mijn toevlucht gezocht in drugs.’
Als onderdeel van haar herstel voert ze nu de gesprekken die ze zelf zo hard kon gebruiken. ‘Je kunt veel voorkomen door erover te praten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant