Banken waren huiverig, vriendschappen sneuvelden, en het was allemaal onbetaald werk, maar: het ecodorp in Boekel kwam er. Pionier Ad Vlems (60) en zijn vrouw kwamen op het idee toen hun zoon 1 jaar was. ‘Ik moet mijn handelen later aan hem kunnen uitleggen.’
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
Als vrijwilliger bij een natuurbeschermingsorganisatie krijgt Ad Vlems in 2003 te horen dat in Chili het smelten van een gletsjer heeft geleid tot het droogvallen van een rivier, waardoor een provincie is ontvolkt: ‘Een half miljoen mensen is toen naar steden verhuisd. Dat raakte me diep. Je hebt overal gletsjerrivieren, ook in Nederland. Dat kan hier dus ook gebeuren.’
Wanneer vijf jaar later een VN-rapport meldt dat alle gletsjers wereldwijd smelten, besluit Vlems zijn leven om te gooien: ‘Toen was voor mij duidelijk dat we niet op dezelfde manier konden doorgaan. Onze zoon was net 1 jaar oud. Ik voelde de noodzaak mijn daden later aan hem te kunnen uitleggen.’
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
In de tijd die sindsdien is verstreken, heeft de nu 60-jarige Vlems zich ‘onbezoldigd en zo’n veertig à vijftig uur per week’ ingezet voor een ecodorp in het Brabantse Boekel: een gemeenschap van 36 sociale huurwoningen, geformeerd in drie cirkels. Gebouwd met duurzame materialen en ‘zoveel mogelijk zelfvoorzienend wat betreft energie, water en voedsel. Die kant moet de wereld op’.
Met de duurzame innovaties die het project telt, wil Vlems een andere manier van leven tonen. ‘Als er duurzame projecten zijn die hulp nodig hebben, moeten ze me maar bellen. Ik vind wel de oplossingen’, zegt Vlems. Met zijn enthousiasme heeft hij in de voorbije vijftien jaar instanties gecharmeerd en weerstanden overwonnen.
De rol als pionier en inspirator is voor Vlems allesbehalve vanzelfsprekend geweest. In zijn jeugd is hij een ‘dromerig jongetje’ in een tamelijk arm, katholiek gezin uit het Brabantse Bladel. Zijn ouders zijn laagopgeleid – zijn vader werkt in de bouw, zijn moeder zorgt voor de vijf kinderen. De meesten van hen maken de sprong naar hogere opleidingen – voor zoon Ad wordt het de sociale academie.
Bij gebrek aan banen in het sociale domein laat hij zich al snel omscholen tot systeembeheerder, ‘de man die inspringt wanneer de printer vastloopt’. Dat werk doet hij bij twee ideële stichtingen. Wanneer hij rond zijn 30ste zijn vrouw Monique ontmoet, lijkt zijn leven geheel op orde.
‘Maar ik begon steeds slechter in mijn vel te zitten. Ik was wel gelukkig in mijn relatie, maar zelf niet. Ik dronk meer dan goed voor me was en dan werd ik chagrijnig.’ Dat gedrag roept hij een halt toe door een meerjarig ‘persoonlijk ontwikkelingstraject’ te volgen. ‘Dat heeft mijn leven volkomen veranderd.’
Wat heeft u over uzelf geleerd?
‘Ik leerde er over mijn kernkwaliteiten, een geweldig concept. Iedereen heeft ze: kwaliteiten die voor jezelf zo volkomen vanzelfsprekend zijn, dat het je verbaast wanneer anderen ze als zodanig zien. Maak je er goed gebruik van, dan geven ze je voortdurend energie. Voor mij zijn enthousiasme en creativiteit belangrijk. In dat traject ben ik op het pad van mijn levensmissie gekomen.
‘Tijdens een meditatieoefening zag ik een grote vogel rondvliegen, hoog in de lucht, terwijl ik bezig was die vogel in hout na te snijden. Toen me na afloop naar de betekenis werd gevraagd, zei ik: ik moet mijn dromen op aarde gaan waarmaken. Ik zag in dat mijn onrust werd veroorzaakt door het ontbreken van een missie. Toen ik ging nadenken over wat die missie kon zijn, kwam ik uit bij mijn bezorgdheid over de natuur.’
Hoe maakte u de stap naar een ecodorp?
‘Na dat VN-rapport over smeltende gletsjers was voor mij duidelijk: we moeten echt anders gaan leven. Samen met Monique, die it-projectleider is, woonde ik in een groot, vrij luxueus huis in een dure wijk van Tilburg. We hebben toen een website gemaakt om medestanders te vinden. We gaven daarop aan zelf ons voedsel te willen verbouwen, zelf energie te willen opwekken, zelf onze woningen duurzaam te willen bouwen en op een verantwoorde manier met water te willen omgaan.
‘Binnen drie maanden gaven honderd mensen aan dat met ons te willen doen. We kregen ook een reactie van iemand die zei: ‘Wat jullie willen is een ecodorp.’ Dat wisten we helemaal niet.’
Hoeveel van die eerste honderd enthousiastelingen uit 2009 waren er nog bij toen de bouw in 2022 werd voltooid?
‘Niet eentje. Ze kwamen bijna allemaal uit Tilburg, in het midden van Brabant, dus hadden ze niets met Boekel, in het oosten van de provincie. Boekel zelf schrok ook enorm af. De gemeente stond bekend als het centrum van de intensieve veehouderij, met het hoogste aantal varkens per vierkante meter in Europa. Niemand zag het zitten om erheen te verhuizen.
‘Toch kozen wij er voor, omdat de gemeente zich volledig achter onze visie schaarde en ons tegemoetkwam met het toewijzen van grond. Het hoofd grondzaken zei: ‘Ik verwacht dat in de toekomst geld een lagere waarde gaat krijgen dan de waarden die jullie meebrengen.’
‘Door de verhuizing naar Boekel moesten we weer opnieuw beginnen met het enthousiasmeren van anderen. Toen we met zeventien mensen waren, zijn we aan de slag gegaan – de groep moet in het begin niet te groot zijn.’
Jullie ecodorp is een burgerinitiatief. Zou de uitkomst anders zijn geweest wanneer, zoals gebruikelijk is, bouwbedrijven het voortouw hadden genomen?
‘Het grote verschil is dat wij altijd hebben vastgehouden aan onze ambitie om zo duurzaam mogelijk te bouwen. Door de regie te houden, wilden we aantonen dat burgers een positieve impact op hun leefomgeving kunnen hebben.
‘Bij een gewoon bouwproject, met verschillende bouwbedrijven, hoeft er maar één te zeggen: ‘Laten we toch maar met gewoon beton werken, want dat kennen we’, en alles blijft bij het oude.
‘Wij hebben gewerkt met beton zonder cement, een primeur voor Nederland, wat aanzienlijk in de CO2-uitstoot heeft gescheeld. In plaats van cement hebben we vliegas gebruikt, een restproduct van hoogovens. In de wegenbouw wordt dat allang ingezet, maar vreemd genoeg niet in de woningbouw.
‘De betonsector gelooft niet in duurzaam beton. In 2013 was ik op een symposium waar werd gesteld dat duurzaam beton pas in 2050 mogelijk zou zijn. De houding van de betonsector is echt: wat interesseert ons het nou dat het klimaat naar de filistijnen gaat? De sector kent geen enkele motivatie om ermee te beginnen.
‘Een TNO-expert in duurzaam bouwen vertelde me dat onze aanpak weleens van groot belang kan zijn voor de bouwsector. Die is wereldwijd verantwoordelijk voor eenderde van de CO2-uitstoot, en doet maar mondjesmaat aan innovaties. Wat die expert zei, is gebleken: we hebben drie ‘duurzame bouw’-awards gekregen.’
Wat is er zo innovatief aan uw ecodorp?
‘Bij de bouw hebben we bijna alleen maar gebruikgemaakt van organisch materiaal, zoals glasschuim voor de fundering en oude spijkerbroeken als isolatiemateriaal.
‘Zouden we alles met beton en baksteen hebben gedaan, dan zouden we 600 ton CO2 hebben uitgestoten, terwijl we nu 800 ton hebben opgeslagen. Het maakt dus een gigantisch verschil, bouwen met organische materialen.
‘We hebben vijf nieuwigheden getest voor energie- en watervoorziening en duurzaam bouwen. Het grootste probleem bleek banken mee te krijgen voor de financiering. Voor een project met zo veel innovaties schrikken ze terug, bleek bij zowel Rabo als Triodos.’
Vanwaar die weerstand?
‘Een bankier zei me eens: ‘Voor een bank is elke innovatie een risico. Jullie hebben er zo veel, ik zou niet weten hoe ik de rente op onze lening moet berekenen.’ We pasten niet in hun risicomodellen. Die zijn gebaseerd op het verleden, maar niet toekomstgericht. Je zou denken dat die worden aangepast aan klimaatverandering.
‘Ik was op een symposium van verzekeraar Achmea, waar zonneklaar bleek dat een warmere wereld op den duur niet meer te verzekeren is. Maar Achmea Bank wees evengoed ons project af. Dat mocht dan aan de strijd tegen de opwarming bijdragen, maar paste niet in het risicomodel.
‘Met Triodos zijn we maar liefst drie jaar aan het onderhandelen geweest. Toen het uiteindelijk stukliep, zijn we naar de GLS Bank (een soort Duitse Triodos, red.) gestapt. Die gaven binnen één gesprek groen licht!’
Hoe duidt u die weerstand?
‘Angst voor het onbekende. Bij de inwoners van Boekel hebben we dat ook ondervonden. Er ontstond weerstand toen politieke partijen stemming tegen ons gingen maken met het oog op lokale verkiezingen. In de regionale krant verschenen onzinverhalen. Omdat we zelf ons afvalwater zuiverden, werd geroepen dat we in onze eigen stront roerden.
‘Complete onzin, maar onze kinderen werden er op school mee gepest. Nu de dorpen bekender zijn, is de stemming omgeslagen. Je merkt dat mensen soms zelfs trots zijn dat Boekel een van de vier ecodorpen van Nederland heeft.’
Heeft u voor uw ideaal een prijs betaald?
‘Oude vrienden die mijn interesse niet deelden, ben ik kwijtgeraakt. Ik ben serieuzer geworden, ik heb een soort onschuld verloren. Maar daar staat tegenover dat ik dankzij mijn ideaal mensen met bijzondere levensverhalen ben tegengekomen, en innovatieve mensen met wie ik fascinerende gesprekken kan voeren.
‘Bij de prijs hoort ook dat ik voor het project tien jaar lang onbezoldigd heb gewerkt – mijn vrouw verdiende gelukkig de kost. En ik heb perioden met grote stress meegemaakt. Toen de financiering moest rondkomen, voelde ik me erg verantwoordelijk, omdat ik al die mensen op sleeptouw had genomen.
‘In de bouwfase was de stress bij iedereen groot. We vormen een groep zeer betrokken mensen die bereid zijn meerdere dagen per week aan het dorp te werken. Als de stress dan de kop opsteekt, zoals tijdens de bouwfase, gaat die alle beslissingen domineren.
‘Sommigen van ons balanceerden op de rand van een burn-out of gingen daar zelfs overheen. In de eerste jaren na de bouw kun je niet veel verwachten, iedereen moet eerst bijkomen.’
Hoe wist u het al die jaren toch vol te houden?
‘Dan kom ik uit bij de noodzaak. Als mensheid moeten we anders gaan leven en daarbij wil ik een voorbeeld zijn. Anders ben ik geen goede vader voor mijn zoon. Wat me helpt door te gaan, is mijn creativiteit. Bij problemen blijf ik oplossingen bedenken, dat houdt bij mij nooit op.
‘Eigenlijk ben ik erg ongeduldig, maar doordat ik altijd mogelijkheden zie, ga ik door tot iets is gelukt. Ook haal ik energie uit het bespelen van het systeem: kijken waar het water doorheen druppelt, alle wegen uitproberen om fondsen en subsidies binnen te halen. Zoals een boer die overal zaad uitstrooit om te kijken waar de bodem het vruchtbaarst is.’
Ziet u het goed komen met de aarde?
‘We beleven de warmste jaren ooit gemeten, toch zijn mensen er nog altijd niet van doordrongen dat we wezenlijk anders moeten gaan leven. Dus houd ik rekening met zwarte scenario’s.
‘Met twintig andere ecodorpen wereldwijd hebben we bekeken wat opwarming met 2,5 graden gaat betekenen – mislukkende oogsten, mensen die elkaar voor voedsel naar het leven gaan staan, dat komt in beeld. Maar ik hoop dat ik ongelijk krijg. Dat is het bijzondere aan de duurzame mens: hij wil geen gelijk krijgen.’
Boektip: Drawdown, Paul Hawken
‘Ik herken mezelf in dit boek: positief en oplossingsgericht doet het suggesties om wereldproblemen aan te pakken. Zonder een route op te dringen, laat Hawken zien dat het mogelijk is het klimaatprobleem op te lossen, waarbij ook sociale gelijkheid en gezondheid zijn gebaat. Kortom: de weg naar een betere wereld.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant