Home

In Hongaarse dorpen zonder arts schieten de ‘teledokters’ te hulp: ‘uitmuntend project’ én doekje voor het bloeden

Op het verarmde platteland van Hongarije is nauwelijks zorg beschikbaar. Mobiele posten van de Maltezer Orde rijden er rond, terwijl de arts van afstand meekijkt. Maar: ‘Je kunt geen recept uitschrijven voor voedsel.’

is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

De bloedtest van Malvin Egri (39) is kwijt. De arts die haar behandelt, grasduint tevergeefs door het systeem. Dan vertelt Egri hoe de vork in de steel zit. ‘De afspraak was helemaal in Miskolc.’ Dat ligt op meer dan een uur rijden. Te ver – Egri miste de afspraak. Het deert niet. ‘Stroop uw mouw maar op, dan doen we het nu.’ Egri’s 2-jarige zoontje, snotterend en herstellende van een oogontsteking, kijkt toe hoe het buisje van de verpleegkundige volloopt met bloed.

Het bloed wordt niet afgenomen op de huisartsenpost. Die is er namelijk niet in het dorp Bódvalenke. Het ligt een van de armste streken van Hongarije, soms de ‘roestgordel’ genoemd vanwege de zware industrie die in de jaren negentig instortte.

Egri zit met de verpleegkundige in een ambulance, het mobiele zorgpunt van de Maltezer Orde, een christelijke organisatie die wereldwijd hulp verleent aan zieken en arme mensen. Dokter Rita Debreceni bevindt zich in een voorstad van Boedapest, aanwezig via een beeldscherm. Ze is een van de ‘teledokters’, artsen die op afstand de medische nood in dorpen als deze proberen te lenigen.

Een recent rapport van de OECD concludeerde dat het zorgstelsel in Hongarije een van de slechtste in de EU is. Ook Hongaren zelf klagen over de lage kwaliteit, slechte toegankelijkheid en hoge kosten in de private zorgsector.

In de publieke zorg bestaat een nijpend tekort aan dokters en specialisten. Een medisch tijdschrift berekende dit voorjaar dat er alleen al voor huisartsen 830 vacatures openstaan. De beroepsgroep vergrijst en jonge artsen emigreren naar West-Europa. De gemiddelde gezondheid en levensverwachting van de Hongaarse bevolking behoren tot de laagste in de EU.

Politieke munitie

Voor oppositieleider Péter Magyar, die campagne voert voor de parlementaire verkiezingen van 2026, is dit politieke munitie. Deze zomer ging Magyar op rondreis langs ziekenhuizen om de aandacht te vragen voor de erbarmelijke omstandigheden aldaar (‘een lastercampagne’, volgens de overheid).

Overigens zit de Hongaarse regering niet helemaal stil: zo wijst premier Viktor Orbán er regelmatig op dat sinds 2020 de lonen in de sector zijn verhoogd. ‘Desondanks besteedt Hongarije het minst aan zorg van alle EU-landen’, zegt zorgeconoom Balázs Rekassy. ‘Het is niet dat de regering niets doet. Maar zorg is, net als onderwijs en sociale zaken, geen prioriteit.’

Dat wreekt zich in Bódvalenke en omstreken, een van de vijf regio’s waar de teledokters actief zijn. Politiek is hier overigens nauwelijks onderwerp van gesprek – overleven is belangrijker. Werk is er nauwelijks, geld evenmin. Wie ’s winters over de pokdalige provincieweg rijdt, ruikt verbrand plastic en afval, dat bij gebrek aan kostbaar hout wordt gebruikt als verwarmingsbron.

Veel inwoners behoren tot de achtergestelde Romagemeenschap. Zoals Attila (13), die eigenlijk op school moet zitten. Hij is hier niet voor de ambulance, maar uit verveling. Hij gooit sneeuwballen, bietst sigaretten en bewondert de gevoerde winterjassen van de vreemdelingen in zijn dorp. Zelf draagt hij een dunne trui.

Verpleegkundige Gabi Kormosné, die het buisje met Egri’s bloed zorgvuldig opbergt, zegt dat de problemen groter zijn dan zorg alleen. ‘Je kunt geen recept uitschrijven voor voedsel, zeg ik altijd.’ Het gat waar de teledokters in springen is groot, vult collega-verpleger Zoltán Farkas aan. Het project begon anderhalf jaar terug in vijf dorpen, inmiddels zijn het er meer dan dertig.

Hier in Bódvalenke komen de verpleegkundigen elke twee weken langs. Patiënten moeten zich registreren, maar iemand die spontaan aanklopt wordt ook geholpen. De hulpverleners willen niet enkel behandelen maar een band opbouwen, zodat de gezondheid van de inwoners in beeld komt.

Een paar dorpen verderop is er een huisarts, maar zonder auto of openbaar vervoer (de dorpsbus heeft sinds vorig jaar panne) is dat ver. Ook is diens spreekuur dikwijls volgeboekt. Vanwege het kleinschalige karakter kunnen mobiele verplegers Farkas en Kormosné hier juist meer tijd doorbrengen met patiënten dan gewoonlijk.

Arts in de private sector

Edit Bácso (51) heeft net haar bloed laten testen. Ze heeft al twee jaar last van chronische hoofdpijn. ‘Heel belangrijk’, noemt ze de mobiele zorgpunten van de Maltezers. Andere inwoners zijn eveneens positief, iedereen op straat zegt de teledokters te kennen. Bácso: ‘Het is heel behulpzaam, hier is immers geen arts waar je regelmatig langs kunt.’ Lange wachttijden, met name van specialisten, zijn berucht in Hongarije. Bácso moest daarom al eens uitwijken naar een arts in de private sector. ‘Maar dat is heel duur. Eigenlijk weet je niet waarom je zorgverzekering betaalt.’

Sinds de coronapandemie is de private zorg gegroeid in Hongarije, legt econoom Rekassy uit. Door de aandacht voor corona bleven andere gezondheidsproblemen achter, waardoor de zorgvraag toenam. Tegelijkertijd stapten dokters uit de publieke sector vanwege de slechte arbeidsomstandigheden en lage lonen.

Loonsverhogingen sinds de pandemie hebben het tij niet kunnen keren. Dat heeft ook te maken met de neiging van de Hongaarse regering om alles te centraliseren, zegt Rekassy. ‘Artsen en zorginstellingen hebben weinig autonomie.’

Doekje voor het bloeden

Rekassy kent de Maltezers en vindt de mobiele zorgpunten ‘een uitmuntend project’. Maar, stelt hij, het is ook een doekje voor het bloeden. ‘Structurele problemen los je hier niet mee op.’ Dat weet verpleegkundige Farkas maar al te goed. ‘Je wilt altijd meer doen’, verzucht hij.

De Maltezers, die financiering van de EU en de Hongaarse overheid ontvangen, zijn hier de eerstelijnshulpverleners. Maar als mensen naar een specialist moeten, kunnen ze alleen doorverwijzen. Ook Egri zal toch naar Miskolc moeten voor vervolgonderzoek.

Desondanks zijn de teledokters een succes, zeggen de verpleegkundigen. ‘We slagen erin de diagnoses van ziektes te versnellen. Wij kunnen meteen aan de bel trekken, mensen hoeven niet maanden te wachten.’ Farkas, nu opgewekt: ‘Laatst sprak ik de noodcentrale. Op plekken waar wij werken, rukken nu minder ambulances uit.’

Behalve de ambulance van de Maltezers dan, die onder de verbrande plasticdampen wegrijdt en over twee weken terugkomt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next