Krijgt u ook een sik van dat almaar terugkerende gemekker over privacy? Zelf vind ik het, onder ons gezegd, een van de raadselen van dit tijdsgewricht.
Enerzijds ziet menigeen geen been in het oeverloos etaleren van privébesognes via sociale media. Ook kan er geen interview verschijnen zonder intieme details omtrent kille moeders, overwonnen eetstoornissen, seksueel getob.
En dat je méér weet over het zielenleven van de doorsnee BN’er dan over dat van je bloedeigen zus – we vinden het volstrekt normaal. Anderzijds kan de overheid geen stap zetten of de Autoriteit Persoonsgegevens begint te keffen als een juffershondje – want o jee, o jee, de privacy. Zelfs als het maatschappelijk belang met de betreffende stap zeer gediend zou zijn ziet zij uitsluitend gevaren en bezwaren.
Onlangs, het zal u vast niet zijn ontgaan, was het weer zover. Eind november
vond minister Bruins van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een zogeheten ‘formele waarschuwing’ van de Autoriteit Persoonsgegevens op de mat. Reden: het Nationaal Archief (waarvoor hij verantwoordelijk is) was van zins om in het nieuwe jaar het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging online te zetten. ‘De door het Nationaal Archief geplande openbaarmaking’, brieste de Autoriteit Persoonsgegevens in een persbericht, ‘komt er in de praktijk op neer dat iedere internetgebruiker, waar ook ter wereld, op elk moment van de dag alle online gepubliceerde dossiers van het oorlogsarchief kan doorzoeken. Op elke denkbare voornaam en familienaam en op elk denkbaar trefwoord.’ En, nog nét niet met verontwaardigd uitroepteken: ‘Iedereen kan dus onbeperkt in het archief grasduinen.’
Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De minister koos daarop de middenweg. De ongeveer 425 duizend namen die
het archief bevat kwamen per 1 januari wel, de dossiers zelve niet online. Maar ja, zo’n archief is zelden compleet of foutloos, zoals iedereen weet die er weleens mee te maken heeft. En alleen een náám zegt bitter weinig. Dus nu is het, kort en goed, een zooitje.
Interessant vind ik vooral het debat dat over het vraagstuk losbarstte. Zo schaarde deze krant zich vroom achter de logica van de Autoriteit Persoonsgegevens. ‘Het risico van een heksenjacht was te groot’, las ik maandag in het Commentaar. ‘Ook de nabestaanden van inmiddels overleden collaborateurs (of verdachten) zouden te makkelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor een vermeende voorouderlijke misdaad of dwaling. Zo’n lijst zonder voorbehouden biedt te veel mogelijkheden voor grootschalig naming-and-shaming.’
Ja, dat zou kunnen. Alleen, waarom zou je je in hemelsnaam daardoor laten
leiden? Ik weet het, het is tegenwoordig nogal in de mode om nazaten
verantwoordelijk te houden voor wat hun voorouders uitspookten – niet weinig dankzij de Gloria Wekkers van deze wereld die ons met een seculiere variant op de aloude erfzonde hebben opgezadeld.
Maar volgens mij moet je daar niet in meegaan. Volgens mij moet je blijven streven naar een fatsoenlijke samenleving. En een fatsoenlijke samenleving ziet haar burgers als individuen. Rekent ze af op wat ze zélf hebben gezegd en gedaan, niet op wat hun voorouders hebben gezegd en gedaan. Dat er luitjes zijn die dit niet snappen is vreselijk treurig – maar ook niet meer dan dat. Bovendien, sinds wanneer weegt de vrees voor misbruik door kwaadwillenden zwaarder dan het wettelijk verankerde recht op openbaarmaking? Sinds wanneer ook gaat de consideratie vooral uit naar de nazaten van de vermeende daders? En niet naar die van de slachtoffers?
Nog merkwaardiger zijn genoemde bezwaren als je bedenkt dat al sinds 2011
iedere internetgebruiker, waar ook ter wereld, op elk moment van de dag het krantenarchief Delpher.nl kan raadplegen. Gratis en voor niks kun je deze digitale goudmijn doorzoeken op elke denkbare naam en op elk denkbaar trefwoord. Onbeperkt kun je erin grasduinen, óók naar vermeend foute voorzaten. Met een beetje geluk en geduld duiken ze op – aangezien kranten destijds nog geen initialen gebruikten.
Zijn er sinds 2011 kwaadwillenden opgestaan die Delpher misbruiken om op
sociale media nazaten te grazen te nemen? Die zich bezondigen aan naming- and-shaming? Overgeven aan heksenjachten? Ik hoor graag als ik er naast zit. Maar volgens mij niet. Gelukkig niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant