Met de stijging van de huizenprijzen neemt ook de vermogensongelijkheid toe. Het pijnlijke is dat het huidige belastingstelsel de ongelijkheid juist verder aanwakkert.
De ontwikkeling van de Nederlandse huizenprijzen laat zich al geruime tijd vrij makkelijk voorspellen. Door het grote woningtekort en het felle gevecht om de vrijkomende woningen, gaan huizenkopers tot aan de grenzen van hun financiële mogelijkheden. Als ze meer te besteden hebben doordat de lonen stijgen of de rente daalt, gaan de huizenprijzen met ongeveer dezelfde percentages omhoog.
Omdat de CAO-lonen het afgelopen jaar met 6,6 procent zijn gestegen en de hypotheekrente gemiddeld lager lag dan in 2023, kwam de stijging van de huizenprijzen over het afgelopen jaar uit op 11,5 procent.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Het lijkt alsof Nederland heeft afgeleerd om zich hier nog druk over te maken – het wordt als een natuurwet omarmd – niettemin is er nog steeds reden tot grote zorg. Met elke stijging van de huizenprijzen neemt de vermogensongelijkheid in Nederland toe. Wie zelf bijtijds een huis heeft gekocht of kind is van ouders met een huis, heeft een ongelooflijke financiële voorsprong op Nederlanders zonder huis. Die worden bij hun geboorte al op een achterstand gezet die je met een normaal salaris eigenlijk niet meer kunt inlopen.
Het pijnlijke is dat het Nederlandse belastingstelsel de ongelijkheid verder aanwakkert, in plaats van deze groei te corrigeren. Geen enkel ander Europees land heeft zo’n lage belasting op vermogen als Nederland. Directeur van De Nederlandsche Bank Klaas Knot vroeg zich eind vorig jaar, in een interview met deze krant, mede daarom af of het Nederlandse belastingstelsel nog wel het algemeen belang dient.
Het antwoord is nee. Het snakt naar een grondige renovatie, een grondige versimpeling ook, waarbij vermogen zwaarder en arbeid minder zwaar wordt belast.
In de tussentijd heeft het kabinet de plicht om de stijging van de huizenprijzen zoveel mogelijke te temperen. Aan de aanbodzijde – meer huizen bouwen – wordt al jarenlang onvoldoende voortgang geboekt, daarom kan het kabinet niet anders dan maatregelen nemen aan de vraagzijde – ervoor zorgen dat er minder hoge bedragen voor woningen worden geboden.
Ook daar doet het kabinet vooralsnog precies het tegenovergestelde. Net als alle kabinetten hiervoor, een enkele uitzondering daargelaten, verruimt het de financiële mogelijkheden. Minister van Wonen, Mona Keijzer, heeft de bovengrens voor de Nationale Hypotheekgarantie verhoogd naar 450 duizend euro en de afsluitprovisie verlaagd. Hiermee zijn huizenkopers alleen op het eerste gezicht geholpen. De ruimere financiële mogelijkheden zullen zich ook in dit geval direct vertalen in hogere huizenprijzen waarmee het voordeeltje verdwijnt en belandt bij de huizenbezittende klasse.
Zolang er zo’n woningtekort is, zou het kabinet de financiële mogelijkheden juist moeten beperken. Dat is geen makkelijke boodschap, want het lijkt of juist de starters op de woningmarkt daarvan de dupe zijn. Dat nadeel wordt echter opgeheven door een daling van de huizenprijzen.
Klaas Knot adviseert om deze reden ook om de hypotheekrente-aftrek af te schaffen. Dat is een omvangrijke operatie waarbij goed in kaart moet worden gebracht wie welke financiële klappen krijgt en hoe dat moet worden gecompenseerd, maar een weldenkend kabinet kan hier niet langer mee wachten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant