De gemiddelde prijs van verkochte woningen is in 2024 gestegen naar 483 duizend euro, een toename van 11,5 procent. Bestaande woningen zijn voor het eerst gemiddeld duurder dan nieuwbouw. Dat komt doordat nieuwbouwappartementen in steeds kleiner formaat worden opgeleverd. Dat meldt makelaarsvereniging NVM.
In veel regio’s is de grens van 500 duizend euro als gemiddelde prijs voor een woning al gepasseerd. In 42 procent van de gemeenten (144 van de 342) wordt er gemiddeld een half miljoen euro of meer betaald voor een woning. Daartoe behoren onder meer de gemeenten Amsterdam (610 duizend euro), Den Haag (460 duizend), Rotterdam (437 duizend) en Utrecht (562 duizend).
In elf gemeenten lag de gemiddelde verkoopprijs boven de 7 ton. In Blaricum, Bloemendaal en Laren was dat boven de 1 miljoen euro. De laagste gemiddelde prijzen werden gerealiseerd in Vlissingen (288 duizend), Kerkrade (282 duizend), Pekela (278 duizend) en Heerlen (269 duizend). De prijzen stegen relatief gezien het hardst in kleinere gemeenten, met gemiddeld 13,5 procent op jaarbasis. Op kwartaalbasis was de prijsstijging in heel Nederland 2,5 procent.
Van de vier grote steden ziet alleen Utrecht de prijzen sneller stijgen dan het landelijk gemiddelde, met 12,4 procent. In de regio’s Groot-Amsterdam, Rijnmond (Rotterdam) en Den Haag stegen de prijzen net wat minder snel dan in de rest van het land.
In veel gemeenten kost een doorsnee huis al ruim 5 ton, hoe is dat bij u?
Oost-Groningen lijkt met een inhaalslag bezig. Met een bovengemiddelde jaarstijging van ruim 17 procent kwam de gemiddelde prijs uit op 330 duizend euro. Ook in Zuidwest-Overijssel en Zuidoost-Friesland stegen de prijzen sneller dan gemiddeld. In Zeeuws-Vlaanderen zijn de prijzen het afgelopen jaar het minst gestegen, met slechts 3,3 procent.
De gemiddelde prijs van een nieuwbouwwoning was eind vorig jaar met 470 duizend euro voor het eerst lager dan die van bestaande woningen. Bouwers richten zich steeds vaker op de bouw van kleinere appartementen. In het nieuwbouwaanbod was vorig jaar bijna 60 procent een appartement. In 2020 was dat niet meer dan zo’n 30 procent.
Bouwbedrijven richten zich vaker op woningen die kopers zich nog wel kunnen veroorloven. Die krijgen daardoor wel ‘minder ruimte voor hetzelfde geld’, aldus de makelaars. Een gemiddeld appartement ‘kromp’ in twee jaar van 85 naar 76 vierkante meter. De prijs per vierkante meter nieuwbouw ging wel omhoog, van 4.400 euro naar ruim 4.700 euro.
Sowieso spelen appartementen een steeds belangrijkere rol in het Nederlandse woningaanbod. In het vierde kwartaal werden ruim 43 duizend woningen verkocht, waarvan ruim 14 duizend appartementen. Dat is bijna een record. Inmiddels is ongeveer een op de drie verkochte woningen een appartement. In de nieuwbouw was dat dus drie op de vijf.
Vorig jaar kwamen er 32 duizend nieuwbouwwoningen op de markt, vierduizend meer dan een jaar eerder. Dat is nog steeds veel minder dan het aandeel in de 75 duizend extra woningen per jaar waarop wordt gehoopt ter bestrijding van het woningtekort. In een enquête onder de NVM-leden zeggen zes van de tien makelaars dat er in hun regio nog steeds veel te weinig nieuwbouw ‘in de pijplijn zit’.
Huizen die te koop worden gezet gaan snel van de hand, in gemiddeld 27 dagen. Van alle woningen die in het derde kwartaal van 2024 te koop werden gezet, was 82 procent aan het eind van het jaar verkocht.
De makelaars spreken van een ‘positief vertrouwen in de woningmarkt’, mede door een daling van de hypotheekrente en hogere lonen. Daardoor kunnen mensen meer geld lenen voor de aankoop van een huis. Dat leidt vervolgens wel tot hogere prijzen, aldus de NVM. Ook de verhoging van de grens van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) naar 525 duizend euro (per 1 januari) zal volgens de makelaars een prijsopdrijvend effect hebben. Voor het komende jaar rekenen de makelaars dan ook op een verdere prijsstijging, mede door een ‘mogelijke’ daling van de hypotheekrente.
In zeven van de tien verkopen werd meer betaald dan de vraagprijs, gemiddeld 4,9 procent. Vooral bij duurdere woningen, zoals twee-onder-een-kaphuizen, was sprake van overbieden. De gemiddelde vraagprijs liep op met 7 procent op jaarbasis. Vooral van vrijstaande woningen liep de vraagprijs op, met meer dan 10 procent naar gemiddeld 892 duizend euro.
In het vierde kwartaal werd het hoogste aantal woningen te koop gezet in één kwartaal in de afgelopen 2,5 jaar, namelijk 45 duizend. Die stijging wordt door de makelaars toegeschreven aan de zonnige vooruitzichten voor de verkopers, maar ook aan de verkoop van voormalige huurwoningen. Een aantal investeerders is bezig met het ‘uitponden’ (stuk voor stuk verkopen) van hun woningbezit, als gevolg van belastingverhoging en beperking van de huurprijzen.
Dat kan goed nieuws zijn voor kopers in het lagere prijssegment. De makelaars zien echter ook dat het aantal huurwoningen door de verkopen ‘in rap tempo daalt’. Ook worden bouwprojecten die bedoeld waren voor de verhuur omgezet naar koop, omdat er volgens de NVM geen investeerder kon worden gevonden.
De NVM-cijfers zijn gebaseerd op de verkopen door leden van deze vereniging, die goed zijn voor zo’n 70 procent van alle woningverkopen. De getallen berusten op verkoopcontracten die zijn ondertekend door koper en verkoper. Daarmee lopen de cijfers drie à vier maanden vooruit op de woningmarktcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster. Die laatste twee baseren zich op de voltooide eigendomsoverdrachten bij de notaris. Waar gesproken wordt van een gemiddelde prijs is sprake van een gewogen gemiddelde van de mediaanprijs, het midden van alle gerealiseerde verkoopprijzen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant