Zoals in de Volkskrant stond, verschijnen er deze maand drie boeken over Edwin Rutten. Ik zal straks, voor mensen onder de 40, uitleggen wie dat is. Maar het is überhaupt opmerkelijk dat er drie boeken tegelijk over wie dan ook verschijnen. Dat het er drie zijn, heeft te maken met brouillages tussen drie verschillende schrijvers en Rutten, waardoor er nu drie biografieën uitkomen.
Maar genoeg over Edwin Rutten, nu even over mij. Edwin Rutten maakte in de jaren zeventig en tachtig een langlopend kinderprogramma, De film van Ome Willem, en ik was aan dat programma verslaafd. Dat was logisch: het was een opwindend programma, er was verder niets op tv en verder had je thuis alleen een hoepel en een pop met afgeknipt haar.
De film van Ome Willem werd opgenomen in een studio met een uitzinnig schreeuwend kinderpubliek. Ome Willem, Rutten dus, was de aanvoerder van het programma. Hij drumde ook in het orkestje, dat bestond uit muziekgrootheden uit die tijd. Soms riep een kind uit de zaal dat hij of zij naar de wc moest, en dat kon dan. Er heerste een hysterische en toch informele sfeer.
Als ik uit mijn hoofd moet navertellen waar het programma over ging, heb ik geen idee. Ik herinner me dat het orkestje de Geitenbreiers heette, dat er veel ‘Ratatata!’ werd geroepen, en dat Ome Willem de kinderen ‘rakkers’ noemde. En dat elke aflevering werd afgesloten met het lied Deze vuist op deze vuist, waarbij elk kind in Nederland thuis ook het vuistje op het vuistje van broer, zus of ander meekijkend familielid legde.
Maar het allerbelangrijkste wat ik me herinner, is dat Ome Willem altijd opkwam door zich door een stuk behang heen te slaan. Je had op het podium een open deuropening die was behangen, en daar stond hij achter, en dan roste hij zich zo door dat behangwandje heen. Daarna was het gillen, muziek maken, plaspauzes, poppenkast.
Elke keer als Ome Willem zich door dat behang heen ramde, vond ik dat heel erg. Het was iedere week een nieuw behang, dat kon je ook zien, want het had altijd een ander motief. Ik kon het gewoon niet aan dat dat behangetje stuk moest. Ook omdat ik wist dat het vorige week ook gebeurd was, en de week erop weer zou gebeuren.
Als je in de jaren zeventig en tachtig opgroeide, heb je allemaal dezelfde herinneringen, want er was maar één medium, tv, en er waren maar twee programma’s, namelijk Ome Willem en Het Journaal, waar een nieuwslezer in een grijs decor zat met twee microfoons, een heleboel papiertjes en een grote witte huistelefoon.
Ik vraag me weleens af of meer mensen van rond de 50 een behangtrauma hebben overgehouden aan Ome Willem. Misschien onthult een van de drie werken over Edwin Rutten dat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant