Home

Kunst is booming in Ghana, met dank aan de ‘terugkeer’ van zwarte kunstenaars en verzamelaars

Een must voor het internationale kunstvolk? Ghana bezoeken, en dan met name hoofdstad Accra, waar de kunstwereld groeit en bloeit. Met dank aan terugkerende kunstenaars die hun jeugd elders hebben doorgebracht. Maar: ‘Niet alle Ghanezen zitten op hen te wachten.’

is correspondent Afrika van de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.

Wie in de lobby van het Kempinski-hotel in Accra linksaf slaat, loopt zonder een deur te hoeven openen de expositieruimte in van Galerie 1957. Daar leunen met de hand gemaakte, traditionele Ghanese blaasinstrumenten tegen rood, zwart, geel en groen geschilderde muren; de kleuren van de Ghanese vlag. Op kleurrijke schilderijen is het bruisende nachtleven van hoofdstad Accra afgebeeld: vrouwen met grote afro’s zingen voor toeschouwers die, gekleed in de laatste mode, onderuitgezakt luisteren aan cafétafeltjes.

Het is het Accra zoals de Brits-Barbadaanse kunstenaar Andrew Pierre Hart de stad meemaakte tijdens de twee maanden dat hij hier verbleef. Hart woont in Londen, waar Galerie 1957 vier jaar geleden een vestiging opende. Via die Engelse connectie werd Hart uitgenodigd om naar Ghana te komen door Marwan Zakhem, de eigenaar van het Kempinski Gold Coast-hotel.

Zakhem opende Galerie 1957 (verwijzend naar het jaar dat Ghana onafhankelijk werd van kolonisator Groot-Britannië) in 2016 en timmert sindsdien hard aan de weg. Zo neemt de galerie al jaren deel aan de meest prestigieuze kunstbeurzen ter wereld. Zakhem werd in 2023 opgenomen in de lijst van 100 machtigste personen uit de kunstwereld van kunsttijdschrift ArtReview.

Ondanks Zakhems internationale aanpak wijkt de galerie niet af van de oorspronkelijke doelstelling: het verbinden van Ghanese en West-Afrikaanse kunstenaars aan een wereldwijd publiek – al worden de afgelopen jaren ook steeds vaker kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora, zoals Hart, naar Accra gehaald.

‘Buiten de westerse narratieven’

Om de uitwisseling tussen potentiële kopers en verzamelaars en kunstenaars te vergroten, worden kunstenaars uitgenodigd om een paar maanden in residence aan een project te komen werken. Tijdens die verblijven in Accra krijgen zij de opdracht thema’s als verbondenheid en identiteit, culturele uitwisseling en ‘sociale geschiedenis buiten de westerse narratieven’ te onderzoeken.

De resultaten van het verblijf, zo ook die van Andrew Pierre Hart, worden vervolgens in de galerie tentoongesteld. Daardoor zijn de werken meer dan eens verbonden aan de Ghanese actualiteit. Zo ging Accra in oktober, de tijd dat Hart er verbleef, gebukt onder hevige protesten tegen galamsey, zoals het mijnen naar goud in het West-Afrikaanse land wordt genoemd. Door de wereldwijde goudkoorts gaat deze vaak illegale mijnbouw gepaard met ontbossing en extreme verontreiniging. In Accra en andere steden gingen demonstranten de straat op. Daarom maken niet alleen zangeressen uit het nachtleven van Accra, maar ook protestliederen deel uit van Harts kunstwerken.

Britse Vogue

Wie wil weten wat er in 2025 in de galerie zal worden getoond, hoeft het hotel slechts te verlaten en de straat over te steken. Daar staat de City Galleria Mall, een gigantisch winkelcentrum met chique winkels van dure modemerken. Op de tweede etage zit nóg een vestiging van Galerie 1957. En een verdieping hoger, in niet-verhuurde, met kranten afgeplakte winkelruimtes, werken dagelijks drie kunstenaars aan nieuwe werken op uitnodiging van de galerie. Een van hen is de Ghanees-Amerikaanse Rita Mawuena Benissan, wier werk sinds kort ook te zien is in het toonaangevende Zuid-Afrikaanse museum Zeitz-Mocaa.

Haar werk hangt dan wel in Kaapstad, Benissan (29) werkt liever in de Ghanese hoofdstad. ‘Accra is booming’, zegt ze, terwijl ze plaatsneemt aan een tafeltje in het midden van haar winkelruimte annex atelier. Ze merkt dat steeds meer internationale media de Ghanese hoofdstad weten te vinden. ‘Niet zo lang geleden was The New York Times hier’, zegt Benissan. En ze stond onlangs ook in de Britse Vogue. Dat tijdschrift schreef in december over Ghana omdat het land ‘zich heeft ontwikkeld tot een must visit-bestemming voor de wereldwijde kunstscene.’

Volgens Benissan heeft dat alles te maken met de rijke kunstgeschiedenis van het land, die volgens haar ook al floreerde tijdens de periode dat Ghana nog Gold Coast (de Brits-koloniale naam) heette. Met name in de afgelopen vijftien jaar heeft de kunstsector zich volgens haar snel ontwikkeld. ‘Je ziet dat er elke vijf jaar nieuwe ontwikkelingen zijn’, legt ze uit. ‘Vijftien jaar geleden kwamen de eerste stichtingen en fondsen, tien jaar geleden kwamen de galeries. En de afgelopen vijf jaar zie je dat er steeds meer kunstresidenties worden opgezet.’

Duizenden zwarte toeristen

Naast het programma van Galerie 1957 zijn er soortgelijke kunstenaarsverblijven bij instituten als dot.ateliers, Nubuke en Noldor. ‘Daarmee zijn kunstenaars en hun creatieve proces veel zichtbaarder geworden in Accra.’ In een land als Ghana, waar niet iedereen over kunst heeft geleerd op school, is dat volgens Benissan extra waardevol. Ook voor het verkopen van kunst is zo’n residency goed, zegt ze. ‘Tijdens een bezoek van een eventuele koper kun je in korte tijd een band opbouwen.’

Benissan werd geboren in Ivoorkust, maar woonde een groot deel van haar jeugd in de Verenigde Staten. Na haar masterstudie verhuisde ze drie jaar geleden naar Ghana, het land van haar voorouders. Het is een beweging die de afgelopen jaren steeds meer mensen maken. In de zoektocht naar hun afkomst reizen vooral zwarte Amerikanen ‘terug’ naar het Afrikaanse continent. Volgens de Ghanese overheid zijn er sindsdien duizenden zwarte toeristen naar Ghana gekomen. In november kregen 524 ‘terugkeerders’ voor het eerst officieel het Ghanese staatsburgerschap.

Succesvol geworden in Amerika

In 2019 speelde Ghana, een land waarvandaan veel tot slaaf gemaakten naar het Amerikaanse continent werden verscheept, op die beweging in met ‘The Year of Return’; zwarte Amerikanen en Europeanen werden uitgenodigd om in Ghana ‘kennis te maken met hun voorouders’. In 2019 was het vierhonderd jaar geleden dat de eerste tot slaaf gemaakten arriveerden in Hampton, de Engelse kolonie in het Amerikaanse Virginia.

De ‘terugkeer’ heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling van de Ghanese kunstsector, zegt Benissan. ‘Zwarte verzamelaars komen deze kant op om te zien wat er speelt.’ Zij reizen naar Ghana in het kielzog van kunstenaars die, zoals Benissan, naar Ghana komen om er te werken aan projecten. Sommige kunstenaars richten zelf nieuwe kunstcentra op. ‘Je ziet dat veel kunstenaars die in Amerika succesvol zijn geworden, naar Ghana komen om een nieuwe generatie op te leiden. Ze willen iets doen voor jonge, Ghanese kunstenaars die op zoek zijn naar connecties in Amerika en Europa.’

Toch brengt de komst van zwarte Amerikanen soms ook ongemak met zich mee. ‘Niet alle Ghanezen zitten op hen te wachten’, zegt Benissan glimlachend. Volgens haar moeten ‘terugkeerders’ zich afvragen wat ze kunnen bijdragen, zonder daarbij te denken dat ze een voorsprong hebben. ‘Ghanezen zijn trots op hun rijke culturele erfenis’, zegt ze, ‘je moet niet vergeten dat hier al eeuwenlang kunst wordt gemaakt.’

Koninklijke paraplu’s

Benissan deed bijvoorbeeld onderzoek naar de koninklijke paraplu’s die al honderden jaren voor Ashanti-koningen worden gemaakt. Ze legde contact met koninklijke paraplumakers, met wie ze inmiddels samenwerkt. Op grote doeken zijn scènes uit de binnenlanden van Ghana uitgewerkt. Ashanti-stamhoofden en andere leiders zijn erop te zien, uitgewerkt in dezelfde borduursels als die op het doek van de paraplu’s. Het is mijn manier om hedendaagse kunst te combineren met mijn cultuur en afkomst.’

Wie verder rondkijkt op de derde etage, kan onder de begeleiding van ‘residency manager’ Tatyana Kwabi ook de ateliers van de huidige kunstenaars in residence Rebekka Macht en Awanle Ayiboro Hawa Ali (uit Duitsland en het noorden van Ghana) bezoeken. En dan is er ook nog een witte, houten deur, die niet verraadt dat erachter nog een gigantische, derde expositieruimte van de galerie schuilgaat. Werken van bekende hedendaagse kunstenaars van het Afrikaanse continent, zoals Gideon Appah, Modupeola Fadugba en Godfried Donkor zijn hier samen geëxposeerd met die van kunstenaars uit vorige residentieprogramma’s.

Obstakels ontwijken om in leven te blijven

Van alle werken springt de korte film Temple Run het meest in het oog. In de film reflecteert de Sierra Leoonse dichter en filmmaker Julianknxx (de artiestennaam van Julian Knox) op het thema migratie, waarin kaleidoskopische beelden op twee schermen taferelen in zowel Afrikaanse als Europese landen laten zien. In beeld komen teksten die te maken hebben met het migratiethema. De titel van de film verwijst naar het populaire, gelijknamige computerspel, zegt Kwabi, ‘waarin de speler steeds nieuwe obstakels moet ontwijken om in leven te blijven.’

Kwabi benadrukt dat in Temple Run het vertrek vanuit het Afrikaanse continent, maar ook de terugkeer een belangrijke rol speelt. ‘Het eerste deel van de film gaat over de moeilijke reis die mensen kunnen afleggen naar Europa,’ zegt ze. ‘Maar het laat ook zien hoe het verblijf in een Europees land een traumatische ervaring op kan leveren.’ De film eindigt positief, met warme beelden van traditionele dansen op het Ghanese platteland. ‘Het laat zien dat het leven in Ghana ook heel fijn en mooi kan zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next