Navo-chef Mark Rutte was niet de enige die op scepsis stuitte toen hij kort geleden verklaarde dat we ons moeten voorbereiden op oorlog. Mij gebeurde thuis precies hetzelfde. Vrouw en dochter vonden het een beetje overdreven. Ze werden er een beetje lacherig van. Vooral toen ik vertelde dat ik tegenwoordig weleens naar vacatures van Defensie kijk.
Ik in het leger – kennelijk is dat leuk. Terwijl ik heus wel weet dat ik geen commando meer kan worden, of ook maar medium-nuttig ben. Maar als het oorlog is, kunnen ze iedereen gebruiken. Kijk maar naar Oekraïne. Even een korte training, leren wat de voor- en achterkant van geweren is en hop, daar gaan ze, de mannen van mijn leeftijd, bij bosjes de loopgraven in.
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zo ging het aan tafel: ‘Maar ben je dan niet bang dat je in het leger snel overprikkeld raakt? Al die mensen om je heen de hele dag, het lawaai. Geen tijd voor wandelingen en ademhalingsoefeningen. Je boeken mogen vast ook niet mee.’
Vroeger was ik iemand over wie ze zeiden: die wordt sporter of trainer of anders, bij gebrek aan talent, wel iets lichamelijks bij de politie of het leger. Twee keer werd ik door m’n gedrag van school gestuurd. De tweede keer adviseerde een directeur: ga maar wat met je handen doen, want met je hoofd lukt het niet – het liefst op een schip, hier heel ver weg.
Ik ben schrijver geworden, en vooral columnist, puur om die directeuren en leraren te irriteren. Als ze me niet wilden, zou ik ze mijn naam wel onder hun neus wrijven, elke dag een middelvinger in het ochtendblad, voor de rest van hun lezend leven.
Maar eigenlijk had ik in het leger gewild. Ergens bij horen, onderdeel van zijn, opgaan in het geheel. Onder soldaten heerste een bijzonder soort kameraadschap – wat er ook gebeurde, er werd nooit iemand achtergelaten, de groep bleef altijd bij elkaar.
De militaire keuring duurde niet lang – na het eerste testje kon ik alweer vertrekken. Jan en alleman was goed genoeg, maar ik niet omdat ik de allerhoogste tonen niet kan horen. Een belachelijke reden. Over welke hoge geluiden hadden ze het – van kogels, die om je oren fluiten? In de oorlog is het juist een voordeel als je die niet kunt horen, bijvoorbeeld tijdens de bestorming van een vijandelijke stelling. Met goeie oren begin je daar niet aan.
Wat kan ik doen? In het leger mag ik niet, willen ze me niet eens, nog steeds niet. Bij Defensie zitten ze om mensen te springen, maar als ik op hun site mijn leeftijd en vaardigheden invul, hebben ze zogenaamd ineens geen vacatures meer. Thuis word ik niet eens serieus genomen als ik voorstel om een noodpakket aan te schaffen.
Dus doe ik het stiekem. De eerste zes flessen water staan al in de kast onder de trap, de eerste aanzet tot een volwaardig noodpakket, met knijpkat en scheepsbeschuit. Straks komt er oorlog, ik weet het zeker. Kijken wie dan het laatst lacht.