Home

Zij vluchtte, hij bleef achter om te vechten – dus schreef dit Oekraïense echtpaar een liefdesbrievenboek

Oekraïense schrijver Pavlo Matjoesja en zijn vrouw Viktorija zijn ‘twee laarzen van één paar’. Maar toen zij met hun kinderen vluchtte, bleef hij achter om te vechten. Met brieven, nu gebundeld, proberen ze de liefde te herstellen en verslag te doen van de almaar woedende oorlog.

is schrijver en boekenrecensent voor de Volkskrant. Hij woont en werkt in Parijs.

Pavlo Matjoesja is in Oekraïne een gelauwerd schrijver. Met zijn debuutroman De klaproos, geschreven na de Russische inval op de Krim in 2014, vestigde hij onmiddellijk zijn naam. Met zijn vrouw Viktorija schreef hij in 2023 het brievenboek Niet nog een jaar zonder jou – Liefdesbrieven in oorlogstijd, afgelopen zomer verschenen in het Nederlands. Een zin uit die brieven wordt in alle talen aangehaald: ‘De oorlog is verschrikkelijk, mijn liefste, maar het is daar dat ik moet zijn.’

Net als veel andere dichters, schrijvers en denkers heeft Pavlo zich in 2022 aan het begin van de oorlog aangemeld voor het Oekraïense leger. Hij is officier. Viktorija is in die eerste verwarrende weken met hun vier kinderen naar Parijs gevlucht. De kinderen zitten er op school, zij werkt als tolk onder meer voor het Europees Parlement. Zoals zoveel andere vrouwen probeert ze het gezin overeind te houden.

De brieven die ze elkaar schreven – hij vanaf het front of een oefenterrein, zij uit Parijs – onderscheiden zich door een bijna ontzagwekkend te noemen openheid en luciditeit. Viktorija heeft aanvankelijk grote moeite met zijn beslissing om te gaan strijden. Hoe kan hij, met vier kinderen?

Twee grote liefdes

Hij besluit heel zijn (schrijvers)talent in te zetten om haar opnieuw voor zich te winnen; met soms wonderschone brieven probeert hij de afstand die tussen hen is ontstaan te overbruggen. Zijn brieven uit de oorlog tonen zijn twee grote liefdes, die voor Viktorija en de kinderen, en die voor de lucht boven Oekraïne. Beide zijn hem alles waard, maar nu moeilijk te verenigen, behalve misschien via brieven.

Viktorija Matjoesja spreek ik begin december in een bakkerswinkel in Parijs, haar man Pavlo op 20 december via Zoom. Hij is in Kyiv. Die nacht zijn er Russische raketten gevallen op de ambassadewijk. ‘Ik ga straks kijken of de ruiten nog in de vensters hangen van ons appartement daar vlakbij, waar wij met onze vier kinderen woonden.’ Hij zegt het even aangedaan als laconiek.

Zijn brieven laten toch zien hoe gehecht hij was aan dat appartement, aan het leven met de kinderen in hun huis. In een ervan beschrijft hij hoe hij tijdens een verlof van het front ronddwaalt in de verlaten vertrekken en staat tussen de kunstvoorwerpen en dingen die ooit deel uitmaakten van hun leven.

Anti-mijnlaarzen

Achttien maanden lang verkeerde Pavlo in oorlogssituaties, op oefenterreinen en in schuttersputten. Sinds hij de dienst verlaten heeft, is hij in Kyiv gebleven als directeur van een agrarisch instituut. In zijn vrije tijd stoeien hij en technische vrienden met het idee anti-mijnlaarzen te ontwerpen.

Intussen waakt zij in Parijs over het gezin. ‘Ik zou zelf willen vechten’, zegt ze, ‘maar dat gaat natuurlijk niet met de kinderen.’ De jongste, Loeka, over wie ze vertederd vertelt, was net 2 geworden toen de oorlog begon. Ze vertelt hoe de kinderen in Parijs onder hun pand een kelder ontdekten. ‘Hier hebben we onze eigen schuilkelder, zeiden ze.’

Viktorija draait er niet omheen, haar liefdesbrieven hebben in de eerste tijd ook de toon van een ultimatum. ‘Ik was kwaad over zijn beslissing te gaan vechten en ons gezin in gevaar te brengen.’ Het was voor haar reden, zoals voor veel andere vrouwen, hem onder druk te zetten de oorlog te verlaten en naar zijn gezin terug te keren. Met vier kinderen had hij daar recht op. Om hem zover te krijgen, heeft ze zelfs een scheiding aangevraagd. Het aantal scheidingen in Oekraïne is sinds de oorlog sterk gegroeid.

Journalist

Er hangt spanning in die eerste brieven, de romantische tederheid en openheid die hij vanaf het front tentoonspreidt, beantwoordt zij niet vanzelfsprekend met hetzelfde elan. ‘Dat was niet goed’, zegt ze nu. ‘Het was egoïstisch. Het was geen goed signaal naar andere vrouwen, andere gezinnen. De oorlog verlangt van ons allen, mannen en vrouwen, er te zijn.’

De spanning op het persoonlijke vlak geeft echter onweerstaanbaar reliëf aan het grotere conflict dat woedt op Oekraïense grond. Lezers ver van het front wordt inzicht geboden in de verschrikkingen en dilemma’s van een oorlog die voor de Oekraïners eigenlijk al eeuwenlang continu bestaat, geen actualiteit van nu is, voorbijgaand nieuws dat altijd weer voorbijgaat.

Het idee kwam niet van henzelf, vertellen ze beiden, maar van de journalist Doan Bui van het Franse weekblad Le Nouvel Obs. Bui stuitte in 2022 op een essay van Pavlo – Is There Happiness in War? Where? – en vervolgens ook op aantekeningen van hem van het front. Onmiddellijk was ze geïnteresseerd in het perspectief van zijn vrouw Viktorija. Bui stelde hen voor elkaar brieven te gaan schrijven, hij vanuit de oorlog, zij uit Parijs. Het gebeurde met enige schroom: ‘Was het wel verstandig om de intimiteit te verkennen van dit gezin, van dit stel, om in hun verleden binnen te dringen?’, schrijft Bui in haar voorwoord.

Groter publiek

Beiden zagen echter het belang in van zo’n onderneming, zowel persoonlijk als strategisch. Met de ondernemingslust, creativiteit en vindingrijkheid die zo kenmerkend is voor veel Oekraïners, gingen ze aan het werk.

Pavlo had in de oorlogssituaties waarin hij dagelijks verkeerde vastgesteld dat hij toch niet anders kon dan aantekeningen maken, en af en toe een gedicht. Het was onmogelijk een roman te schrijven zoals hij voor de oorlog van plan was geweest. Dat leek hem nu ook onbetekenend. ‘Waarom zou ik een roman schrijven? Om te laten ze laten zien dat ik schrijver ben?’, zegt hij.

Te midden van de oorlogshandelingen probeert hij de liefde te herstellen. Tegelijkertijd stelt hij zich voor verslag te doen van de smerigheid van de oorlog, voor een groter publiek. Hij zou en passant de eindeloze geschiedenis van het conflict kunnen weergeven, schrijven over de Russische hongercampagnes in de 20ste eeuw die ook hun beide families troffen, over de uitroeiing van Oekraïense intellectuelen, schrijvers, denkers, wetenschappers telkens opnieuw.

Hij zou kunnen schrijven over de moed van zijn kameraden aan het front. Over een boer die zijn aardappelen rooit na de doorbraak van de Kachova-dam in het zuiden, hij heeft het zelf gezien, de man kruipend in het water. Over de veerkracht van de Oekraïners.

Parallelle dimensie

Viktorija, met haar achtergrond in het Europees Parlement, zag onmiddellijk de diplomatieke mogelijkheden van het project. In een van haar brieven schrijft ze over een Oekraïens gezegde: je eigen kleren liggen het dichtst op je huid. ‘De menselijke natuur bepaalt dat zolang een bepaalde gebeurtenis je niet persoonlijk raakt, je eerste zorg je eigen leven blijft, met zijn eigen vreugden en verdriet’, zegt ze.

Misschien konden ze met hun verhaal de publieke opinie in Europa en de Verenigde Staten beïnvloeden en de steun aan Oekraïne versterken. ‘Ons steunen is investeren in Europa’, schrijft hij.

Samen ontdekken ze iets wat we in onze tijd van snelle media bijna zijn vergeten. Het aandachtige schrijven van heuse brieven bracht hen in een parallelle tijd, een parallelle dimensie, buiten de wanen van de dag, waar hun liefde ondanks de oorlog en de afstand manifest was en nieuwe facetten kreeg.

Ongemeen boeiende brieven

‘We zijn twee laarzen van een paar,’ schrijft Viktorija als ze in een van haar brieven het begin van hun liefdesgeschiedenis weergeeft, ook dat is een Oekraïens gezegde. Twee laarzen die bij elkaar horen, ondanks de afstand, ondanks alles wat hen dagelijks beroert en verandert, zo spreken ze er beiden over.

Maandenlang schreven Viktorija en Pavlo elkaar emotionele en lucide, kwetsbare en strijdbare, ongemeen boeiende brieven. Ze raken de lezer door de bijna ouderwetse inzet waarmee de schrijvers proberen de moeilijkste dingen onder woorden te brengen, en het meest nog door de warme menselijkheid die eruit spreekt.

Het boek werd in december door Viktorija aangeboden aan Mark Rutte, recentelijk aangesteld als secretaris-generaal van de Navo. Dat was in Brussel. Een paar dagen daarvoor had ze in Oekraïne haar vader begraven. De begrafenis was door Pavlo georganiseerd. Op het moment van het overlijden van haar vader was Viktorija zelf in de Verenigde Staten om een boek te presenteren met teksten geschreven door kinderen in oorlogstijd.

Menselijke stem

Viktorija ontpopt zich sinds een jaar of vijf ook als literair agent voor Oekraïense schrijvers van wie de stem door de Russische propaganda en culturele dominantie is verdonkeremaand en gesmoord. ‘Het is een voorbeeld van de strijd die met alle middelen wordt gevoerd’, zegt ze. Met drones en raketten, met kennis en inzicht, met de menselijke stem, (kinder)boeken en liefdesbrieven.

‘Ons boek is door verscheidene Amerikaanse uitgevers bekeken. Maar de rechten zijn niet verkocht. De Amerikanen zijn oorlogsmoe. Het is de nieuwe realiteit. De Oekraïners weten dat ze de oorlog vooral alleen voeren.’ Ze zegt het zonder terughouding: ‘Ik wil boots on the ground. Ook daarom hebben we dit boek geschreven.’

‘In Oekraïne is het ook niet gepubliceerd’, zegt Pavlo. ‘Het is lastig. Uitgevers deinsden ervoor terug, noemden het misplaatst, niet het juiste moment. Er is geen ruimte voor twijfel, niemand kan zich van het front terugtrekken, dat kan geen onderwerp zijn. Bovendien zijn veel passages overbodig voor ons, Oekraïners. Wij weten van de door de Russen georkestreerde hongersnoden, van executies van hoogopgeleiden en intellectuelen. Voor veel mensen in het Westen is het nieuw.’

Schrijverskalender

Pavlo is een van de schrijvers die werd geportretteerd voor een schrijverskalender die Viktorija in 2023 samenstelde voor de Frankfurter Buchmesse, de grootste boekenbeurs ter wereld. Die ligt op ons tafeltje in de bakkerswinkel, er zijn maar honderd exemplaren van gemaakt. De kalender is voor 100 euro verkocht op de Buchmesse, het geld bestemd voor ontmijningsoperaties in Oekraïne.

Het is een bijzondere kalender, niet in maanden ingedeeld maar in weken. Drieënvijftig weken. Op elk blad prijkt een militair in uniform, mannen en vrouwen, soldaten en officieren. Het zijn allemaal schrijvers, denkers, dichters.

‘Er zijn meer dan honderd schrijvers aan het front, maar er waren maar drieënvijftig weken.’ Ze bladert erdoorheen en zegt me de namen, een voor een. Velen van hen zijn persoonlijke vrienden, een heel aantal is gesneuveld. Op de laatste pagina van de kalender staat een lijst van alle schrijvers aan het front, en een van alle gesneuvelden.

Huisdieren aan het front

Sommige schrijvers poseren met wapens in de hand of hangend tegen een tank, andere dragen een kat of een hond. ‘Er zijn heel veel huisdieren aan het front’, zegt Viktorija. ‘Ze hebben hun baasje verloren, maar zijn nu de beste kameraden van de soldaten.’

Ik zie haar man Pavlo; welgemoed kijkt hij in de camera. De partners en de gezinnen van deze strijders zijn ver weg, de dood is altijd aanwezig, maar een indrukwekkende, bijna vrolijke vastberadenheid spreekt uit de foto’s. ‘Ze weten waarvoor ze vechten, tegen wie ze vechten, tegen mannen met minder motivatie, minder cultuur’, zegt ze.

Van een van hen, de schrijver Ihor Mysiak, in 2023 gesneuveld, verscheen in december de poëtische, satirische roman The Factory in de Verenigde Staten. Viktorija vertelt dat Mysiak een goede vriend was en dat zij het boek als literair agent aan de wereld presenteerde.

Saamhorigheid

Als Pavlo en Viktorija over hun schrijversvrienden spreken, hoor ik nooit de toon van afgunst, rivaliteit of competitie die in Nederlandse schrijverskringen zo gebruikelijk is. ‘Dat is ongetwijfeld omdat iedereen voor dezelfde zaak vecht’, zegt Pavlo.

In een van zijn brieven beschrijft Pavlo fraai een scène die illustratief is voor dat idee van eenheid en saamhorigheid. Tijdens een van zijn verlofdagen in Zaporizja gaat hij hardlopen om wat uit te waaien. Hij vertelt hoe hij een heuvel afrent naar de Dnipro, en daar op de oever stuit op mensen die zitten te loungen met cocktails in de hand, alsof het geen oorlog is.

In zijn beschrijving is geen spoor van boosheid of jaloezie. ‘Het is niet dat de oorlog er niet is’, zegt hij. ‘De oorlog is er altijd. Het is deze normaliteit die laat zien dat we ondanks de oorlog mensen blijven. Daarom vond ik het mooi om te zien.’

Vol met mijnen

Is er geluk in de oorlog? ‘Verdriet is er vaker’, schrijft Pavlo in zijn essay Is there Hapiness in War? Where?. ‘Het verdriet komt van alle kanten op je af.’ Toch is er ook geluk, schrijft hij. ‘Het geluk in het geloof van een verre horizon voor jou en je kinderen. (…) Het geluk verstopt zich ook in kleine momenten (…) wanneer je dochter schriften krijgt van een geweldige buitenlandse school en die aan je toont – is haar blijdschap geen geluk?’

Als Viktorija in iets is blijven geloven, dan is het in het schrijverschap van Pavlo. In haar brieven prijst ze hem telkens om zijn poëtische natuurbeschrijvingen in de vroege ochtenden aan het front, om zijn helderheid en vastberaden inzichten.

Aan beiden stel ik de vraag die ik eigenlijk niet durf te stellen: ‘Zullen ze elkaar weer vinden?’ Ze beantwoorden de vraag in bijna exact dezelfde bewoordingen, zoals je van twee laarzen van hetzelfde paar kunt verwachten: ‘We zullen elkaar de tijd moeten gunnen ons nieuwe ik te ontdekken.’

Viktorija is intussen met de kinderen op weg naar Kyiv om daar met Pavlo Kerstmis te vieren. Pavlo ontwerpt in zijn vrije uren anti-mijnlaarzen. ‘Op spinnenpoten’, zegt hij me, ‘de bedoeling is dat de explosie wordt gespreid en gesmoord. We zijn nog aan het experimenteren. Het land ligt vol met mijnen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next