Onderweg naar het strand lopen we langs de jachthaven. Het is een vreemd stukje van Barcelona; je wilt eigenlijk naar het strand toe, maar om daar te komen moet je eerst langs een grote parkeerplaats van water waar de rijken hun speeltjes laten dobberen. Op het laatste stuk liggen de grootste jachten, drijvende villa’s. Dan zie ik een superjacht met vier verdiepingen. Misschien wel vijf. De boeg is glanzend marineblauw en de verdiepingen daarboven smetteloos wit; de gepoetste relingen blinken in het zonlicht. Op het achterste gedeelte staan wat ligstoelen opgestapeld en daarnaast ligt een zwembad.
Het jacht heet ‘Here Comes The Sun’ en is, zo leert even zoeken, 89 meter lang. Het heeft onder andere een dinersalon (volgens mij gewoon een dure manier om ‘eetkamer’ te zeggen en die heb ik ook), een bar (heb ik in principe ook), een wellness (oké, heb ik niet), een bioscoop en twee helipads (ik heb er zelf respectievelijk nul en nul).
Over de auteur
Julien Althuisius is verslaggever van de Volkskrant en schrijft als columnist over het dagelijks leven.
De banken zijn ontworpen door Mauro Lipparini (om een idee te geven: een eenvoudige voetbank van Lipparini kost 2.500 euro); de eettafel is van marmer en een design van Alessandro La Spada (een vergelijkbare eettafel van La Spada kost 36 duizend euro). Het jacht heeft een marktwaarde van zo’n 200 miljoen euro. Daarmee is het een heel dure, drijvende middelvinger. Het ligt hier, in de haven van Barcelona, tussen jachten die weliswaar ook duur zijn, maar niet zo duur als de ‘Here Comes The Sun’ (overigens een naam met een hoog meh-gehalte). Dat is dan je lot, als superrijke: je superjacht van 200 miljoen tussen pauperbootjes van 1 miljoen. Och, welk een ondraaglijke eenzaamheid.
Het jacht vaart onder de vlag van de Kaaiman Eilanden, wat natuurlijk helemaal niets met belasting betalen te maken heeft en is in het bezit van de Poolse miljardair en mediatycoon Zygmunt Solorz en zijn vrouw. En dan komt het interessantste Wikipediafeitje dat ik ooit heb gelezen: ‘Hun kinderen mogen niet aan boord’.
Wat is dit nou weer? Wat hebben die kinderen nou weer misdaan of wat speelt er zich aan boord af dat niet geschikt voor ze is? Is het die domme marmeren tafel? Een tafel van 36 duizend euro van een miljardair staat voor mij tot een keukentafel van 100 euro – en ik verbied mijn kinderen ook niet in de keuken te komen (niet altijd tenminste).
Stel je voor, dat je ouders een superjacht hebben en dat jij er niet op mag. Ik zeg het tegen mijn dochters, die met grote ogen naar het schip staan te kijken. De oudste fronst en zegt hoofdschuddend: ‘Dan zou ik gelijk naar de manege gaan.’ De jongste moet even nadenken. Dan zegt ze beslist: ‘Ik zou mijn middelvinger opsteken.’ Harmonieus verontwaardigd lopen we door naar het strand.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant