Home

Voor de Koerden in Turkije is geweld geen optie meer: ‘De jeugd heeft zich afgewend van radicalisering’

Terwijl in Syrië de Koerdische autonomie onder druk staat, heeft voor de Koerden in Turkije de gewapende strijd afgedaan. Toch geniet de vrijwel vernietigde PKK nog veel sympathie. Dat maakt een politieke oplossing, waarop de regering zinspeelt, niet eenvoudig.

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voor dit verhaal reisde hij naar het zuidoosten van Turkije.

De jeugd van tegenwoordig. Dat is waar de mannen op het terras van het naamloze theehuis aan Tekelstraat no. 26 in Silvan het over hebben. Het is een somber gesprek op een grijze dag in wat de afgelopen decennia niet het vrolijkste deel van Turkije was, het Koerdische zuidoosten van het land.

De jeugd van tegenwoordig ‘is verloren’, zegt de 35-jarige bouwvakker Murat Bozkurt. Velen trekken weg, op zoek naar werk in Istanbul. Veel banen zijn er in Silvan, een stad met tachtigduizend inwoners, niet meer sinds de suikerfabriek en de tabaksfabriek sloten. Om van verslaving aan crystal meth maar te zwijgen, de vloek van Silvan.

Vroeger waren er andere zorgen. Zakenman Sevket (67) heeft de zwarte jaren tachtig en negentig meegemaakt, toen de oorlog tussen het Turkse leger en de gewapende verzetsbeweging PKK op z’n hevigst was. Drieduizend dorpen werden afgebrand en in de gevangenissen werd volop gemarteld. Sevket zat er zelf. ‘We werden gedwongen muizenpoep te eten’, zegt hij.

De laatste opleving van geweld was negen jaar geleden. In Turks-Koerdistan woedde de ‘stadsoorlog’, nadat vredesoverleg tussen de regering en de PKK was vastgelopen. De YPS, de jeugdbrigade van de PKK, werd ingezet om met barricades en loopgraven ‘autonomie’ in de steden te verwezenlijken.

Het leger liet zich niet onbetuigd. Tussen juli 2015 en mei 2016 vonden ruim 2.500 Koerden de dood, tegenover bijna vijfhonderd militairen. Sur, het historische centrum van de Koerdische miljoenenstad Diyarbakir, was in puin geschoten. Het leger had gewonnen. Althans, de PKK had verloren.

Ook in Silvan woedde de stadsoorlog. Tien jaar geleden zaten er kogelgaten in de muren van huizen. Waren er uitgebrande winkels. Verkoolde auto’s. Gaten in het wegdek, daar waar het leger explosieven tot ontploffing bracht. Graffiti op muren in de Tekelbuurt maakte duidelijk met wie het leger in gevecht was. ‘PKK’, stond er in rode en zwarte druipletters, ‘YDG’ (voorloper van de YPS) en ‘Apo’, de koosnaam van PKK-leider Abdullah Öcalan.

Eind 2024 is het rustig in de stad. De graffiti is allang verwijderd of overgeschilderd. Op een metalen poort schuin tegenover het theehuis is onder de bruine verf nog vaag ‘önder Apo’ te lezen, leider Apo. Veel van de kogelgaten zijn er nog wel, de mannen van het theehuis wijzen ze zo aan, hun spelletje rummikub onderbrekend. Aan een opknapbeurt is de afgeleefde Tekelbuurt nog niet toegekomen.

‘Niemand gaat nog naar de bergen’

In heel Turkije is het geweld tussen leger en PKK grotendeels verleden tijd. Oorzaak: de PKK is in Turkije militair gezien vrijwel vernietigd, met behulp van drones en andere technologie. De beweging heeft zich teruggetrokken in het Qandilgebergte in Noord-Irak, maar ook daar zijn de guerrillastrijders niet veilig voor de Turkse luchtmacht. Sinds de omwenteling in Syrië is ook de toekomst van de autonome Koerdische regio in Noordoost-Syrië ongewis, een gebied onder controle van de aan de PKK gelieerde YPG.

Daarbij komt dat de gewapende strijd niet langer de steun geniet van de Koerdische bevolking in Turkije. ‘De mensen hebben schoon genoeg van het geweld’, zegt Ali Çetintas, de 51-jarige eigenaar van een transportbedrijf in Diyarbakir. ‘Te veel mensen zijn al gestorven.’

Zijn 21-jarige zoon, ook Ali geheten, bevestigt dat de Koerdische jeugd geen heil meer ziet in gewelddadig verzet. ‘Naar de bergen gaat bijna niemand meer’, zegt hij, met de uitdrukking (‘naar de bergen’) die wordt gebruikt wanneer jongeren zich aansluiten bij de guerrilla. ‘De YPS is hier zo goed als verdwenen.’

‘Niemand met een beetje verstand gaat naar de bergen’, volgens Ali junior. ‘Je weet dat daar drones en chemische wapens worden gebruikt. De krachtsverhoudingen zijn ongelijk. Je kunt beter strijd leveren in de stad.’ Strijd? ‘Niet gewapend. Denken en schrijven zijn onze beste wapens.’

Nog veel sympathie voor PKK

De houding van de Koerdische bevolking in Turkije tegenover wat ‘de Koerdische kwestie’ wordt genoemd, is lastig te duiden. De guerrillastrijd heeft afgedaan, maar de sympathie voor de PKK is nog altijd groot. Zeker geldt dit voor PKK-leider Öcalan, die sinds 1999 een levenslange gevangenisstraf uitzit op het eilandje Imrali.

De PKK is (leidend) onderdeel van een koepel van organisaties, de Groep van Gemeenschappen in Koerdistan (KCK), die samen de Koerdische identiteit levend houden en de gedachte aan een gezamenlijke toekomst voor de Koerden in Turkije, Irak, Syrië en Iran, in welke vorm dan ook.

De Koerdisch gezinde politieke partij DEM, die in Turkije gemiddeld 10 procent van de stemmen haalt, is geen onderdeel van de koepel, maar heeft er wel degelijk banden mee. De vergelijking met de IRA (gewapende groep) en Sinn Fein (politieke partij) in Noord-Ierland dringt zich op.

Wie in het Koerdisch gebied vraagt naar de relatie tussen DEM en PKK, krijgt meestal een wollig antwoord. De PKK geldt in Turkije (net als in de Europese Unie) als een terroristische organisatie en DEM staat vanwege de banden met die beweging zwaar onder druk. Partijleider Selahattin Demirtas zit sinds 2017 gevangen vanwege ‘steun aan een terroristische organisatie’.

‘Of de PKK hier steun geniet? Ik ben geen expert’, zegt advocaat Raci Bilici, mensenrechtenactivist en DEM-bestuurslid in Diyarbakir. En of de PKK de wapens moet neerleggen? ‘Het is niet aan mij om daar iets over te zeggen. Ik ben niet in de positie die vraag te beantwoorden.’ Of er nog steun is voor de gewapende strijd? ‘Een moeilijke vraag’, zegt Sevim Biçici, DEM-burgemeester van Silvan. ‘Ik geef liever geen antwoord, want dit wordt gepubliceerd.’

Niet duidelijk is waar beider terughoudendheid vandaan komt. Vrees voor de autoriteiten? Voor de PKK? Of voor allebei?

Stemmen op Erdogan

De Koerdische stem is ook lastig te duiden omdat de Turkse Koerden niet over één kam geschoren kunnen worden. Een deel stemt doorgaans op de AK-partij van president Recep Tayyip Erdogan, op het hoogtepunt in 2007 zelfs 50 procent, nu ongeveer 20 procent. Drie van de belangrijkste leden van de Turkse regering, afgezien van Erdogan, zijn Koerden: de vicepresident, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Financiën.

Gelukkig zijn er ook Koerden die zich duidelijker uitspreken dan Bilici en Biçici. Vahap Coskun, hoogleraar recht aan de Dicle Universiteit in Diyarbakir, lid van de denktank Disa en analist van de Koerdische kwestie, is niet bang man en paard te noemen.

‘Een groot deel van de Koerden heeft geaccepteerd dat geweld ons niet verder brengt’, zegt hij. ‘Veertig jaar strijd van de PKK heeft geen resultaat gehad. Geweld is niet de manier om je doel te bereiken. Het criminaliseert de Koerdische eisen. En het lokt een autoritair antwoord van de regering uit. Een vicieuze cirkel.’

‘We moeten ons verdedigen’, is de standaard rechtvaardiging voor de gewapende strijd. Maar ‘dat argument wordt door de mensen niet meer geaccepteerd’, zegt Coskun. Er is nooit één Koerdisch mensenleven mee gered, integendeel. ‘De jeugd heeft zich afgewend van radicalisering, we hebben niet meer de jeugd van de jaren negentig. De PKK moet zijn strategie veranderen. Maar dat doen gewapende groepen niet. Strijd is hun bestaansreden.’

‘Open voor verzoening’

Het Kurdish Studies Center in Diyarbakir komt in het rapport Kurdish Youth ’20 tot eenzelfde conclusie. De trend van radicalisering, die was toegenomen door het succes van de Koerdische strijders in Syrië, ‘lijkt aanzienlijk te zijn afgenomen’, onder meer door de harde respons van de staat op de geweldsgolf van 2015-2016.

Een rol speelt ook de populariteit van DEM-leider Demirtas en het electorale succes van DEM. Charisma komt voor de jeugd nu van ‘politici, niet van gewapende figuren’. De ‘mythe van een aanstormende generatie’ die het niet langer pikt is onjuist gebleken, volgens de onderzoekers. De jeugd staat juist ‘open voor verzoening’.

‘De YPS-jongeren zijn dood, zitten in de gevangenis of in de bergen van Noord-Irak’, zegt Reha Ruhavioglu van het Kurdish Studies Center desgevraagd. ‘Dit is de eerste keer in vier jaar dat ik iemand de YPS hoor noemen. Niet omdat het te gevaarlijk zou zijn, maar omdat die geen rol speelt. De stadsguerrilla is niet langer relevant.’

Maar hoe opereert de Koerdische beweging dan wel? Wat zijn de politieke eisen? Daar gaapt nog een kloof tussen idealen en werkelijkheidszin. Het maakt mogelijke onderhandelingen, waarop de Turkse regering onlangs heeft gezinspeeld, er niet eenvoudiger op.

‘Democratie van onderop’

Onder invloed van de halfheilige Öcalan, die in gevangenschap heeft gelezen en nagedacht over doelen en strategie, hebben de PKK en de KCK het idee van een Koerdische staat allang opgegeven. Maar daarvoor in de plaats kwam níét een onderhandelbaar pakket minderheidsrechten voor de Koerden in Turkije. Het alternatief is veel grootser en heet ‘democratisch confederalisme’.

Dat draait om ‘democratie van onderop’, waarin dorpen en buurtgemeenschappen beslissen over alles wat hen aangaat. Alleen als het echt noodzakelijk is, worden op een hoger niveau besluiten genomen, in een getrapt systeem van vertegenwoordiging. Democratisch confederalisme is niet alleen goed voor Turkije, maar voor het hele Midden-Oosten, ja, voor de hele wereld. Op deze manier vervagen grenzen en wordt de natiestaat overbodig (dus ook een eigen Koerdische staat).

Het gaat allemaal met veel grote woorden gepaard. De door Öcalan gepropageerde ‘revolutie’ zal een eind maken aan kapitalisme, imperialisme, fascisme, ecologisch verval, kolonialisme en patriarchaat. Vrouwen spelen een belangrijke rol in de omwenteling. Als niet-westerse variant van het feminisme wordt de doctrine van ‘jineologie’ omarmd – ‘jin’ is Koerdisch voor vrouw.

Dit alles brengt de politieke partij DEM in een spagaat. Ze kan niet echt afstand nemen van bovenstaand gedachtegoed. Sterker, veel leden onderschrijven het. Anderzijds werkt de partij in de praktijk aan eisen die reëler en uitvoerbaarder zijn dan Öcalans ideologische luchtfietserij: taalrechten voor de Koerden, onderwijs in het Koerdisch, erkenning van de Koerdische identiteit in de grondwet van Turkije, meer zeggenschap voor lokale overheden, respect voor de mensenrechten.

Het probleem in de strategie van DEM is ook dat een streven naar lokale autonomie voor de Koerden in Turkije, zoals bijvoorbeeld de Koerden in Irak dat hebben, niet past binnen het KCK-dogma. De decentralisatie zou immers voor héél Turkije moeten gelden. Maar heeft de andere 90 procent van het politieke spectrum in Turkije wel behoefte aan zo’n bestuurlijk experiment? Nee. Dus dat maakt onderhandelen over die eis lastig.

De guerrillastrijders in het Iraakse Qandilgebergte hebben daar geen boodschap aan. De PKK is een sektarische club geworden, met leiders die na decennia in de bergen de voeling met de maatschappelijke werkelijkheid in Turkije kwijt zijn, ook die in het Koerdische zuidoosten. Om maar te zwijgen van de in volledig isolement levende Öcalan.

‘De PKK heeft nooit realiteitszin gehad’, zegt hoogleraar Coskun. ‘Als je kijkt naar haar historie, zie je steeds iets anders. Eerst één Koerdische staat, toen federalisme, toen democratisch confederalisme. Het is een utopie, een politieke fantasie. Helaas gaat DEM in veel van die ideologische clichés mee. Ik zie alle PKK-strategieën als extreem totalitair. Onder al hun mooie democratische woorden zit een totalitaire structuur.’

Koerdische taal gaat verloren

Een ander fenomeen dat de Koerdische beweging zorgen moet baren, is de teloorgang van de Koerdische taal. Het Koerdisch wordt in Turkije steeds minder gesproken. Terwijl hun grootouders vaak alleen Koerdisch spreken, spreken veel kinderen in het zuidoosten van Turkije alleen Turks.

Dat heeft ook politieke betekenis. Het onderdrukken van de Koerdische taal – bij uitstek de belichaming van de Koerdische identiteit – was altijd dé aanjager van het Koerdisch verzet. Het schiep gevoelens van miskenning, achterstelling en vernedering. Wat blijft daarvan over als er in de praktijk geen onderdrukte taal meer is?

De PKK lijkt zich geen zorgen te maken, integendeel. ‘De PKK staat rechtop, sterker en dichter bij de overwinning dan ooit’, zei Duran Kalkan, een van de drie PKK-leiders in Qandil, in september in een interview met het Koerdische persbureau ANF. ‘De PKK groeit en breidt zich uit. Het verzet van de massa’s is heldhaftig in elk opzicht. Apo’s geschriften zijn in handen van vrouwen, jongeren, arbeiders en revolutionaire socialistische krachten over de hele wereld. Hij is in ieders gedachten en harten. Een historische overwinning is nabij.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next