Ik heb Esmee aan de lijn. Esmee is 45 en arbeidsongeschikt vanwege chronische pijn. Ze is boos, overstuur, verontwaardigd. ‘Ze dreigen te stoppen met het vergoeden van mijn revalidatietraject! Dat kan ik nooit zelf betalen. Gaan ze me echt laten creperen?’
Je zal maar chronische pijn hebben. Elke dag wakker worden met pijn, douchen met pijn, werken met pijn, slapen met pijn, op vakantie met pijn. Helaas zijn er in Nederland tienduizenden mensen met chronische pijn. En nog ‘helazer’: de behandeling van chronische pijn is moeizaam. En nu is er gedoe over de vergoeding van de IMSR-behandeling van Esmee. IMSR, Interdisciplinaire Medisch Specialistische Revalidatie, bestaat uit een gecombineerde behandeling door bijvoorbeeld een psycholoog, een ergotherapeut en een psychosomatisch fysiotherapeut, onder regie van een revalidatiearts.
Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
IMSR-behandelingen zijn dure behandeltrajecten. Nu dreigt het Zorginstituut, die bepaalt welke zorg wordt vergoed, de vergoeding hiervoor te stoppen. Dus zijn de Vereniging van Revalidatieartsen en de revalidatiecentra die ISMR-behandelingen aanbieden boos. Woest, zelfs, volgens BNdeStem.
Maar het Zorginstituut heeft een prima reden om te overwegen de vergoeding te stoppen. Het probleem met de IMSR-therapie is namelijk dat niet duidelijk is of het werkt. Nederland heeft een zorgstelsel gebaseerd op solidariteit, waarbij elke Nederlander recht heeft op een basisaanbod aan zorg en dat wordt dan ook voor iedereen vergoed. Om de zorg voor iedereen betaalbaar te houden, zijn daar allerlei grenzen aan gesteld. Zo zijn er maximumtarieven die de zorgverleners mogen declareren, de zorgverleners moeten een adequate opleiding hebben om de zorg te leveren en de werkzaamheid ervan moet ook bewezen zijn. Het Zorginstituut beoordeelt of zorgaanbod zinnig is.
In 2022 oordeelde het Zorginstituut op basis van meerdere studies naar de effectiviteit van de IMSR positief: het werkt, dus deze behandeling, geboden door vaak commerciële revalidatiecentra, hoort in het basisaanbod en wordt daarmee vergoed. Nu blijken twee van de drie belangrijkste studies, die
ten grondslag lagen aan dat oordeel, te zijn teruggetrokken door de wetenschappelijke tijdschriften waarin ze stonden. Het Zorginstituut heeft gekeken wat er aan bewijs overbleef, en geoordeeld dat er nu onvoldoende bewijs is voor de effectiviteit van IMSR.
De Vereniging van revalidatieartsen en de behandelcentra zijn het hier niet mee eens. Zij zeggen dat er overtuigend wetenschappelijk bewijs is voor de effectiviteit van IMSR en wijzen naar de tienduizenden patiënten die gedupeerd worden als hun IMSR-traject niet meer wordt vergoed. Ze dreigen het Zorginstituut met een kort geding.
Ik ga ervan uit dat de behandelcentra en revalidatieartsen overtuigend bewijs aan het Zorginstituut hebben geleverd. Anders vind ik dat ze bereid moeten zijn kritisch naar de behandeling te kijken – zeker gezien de zorgkosten die ermee zijn gemoeid en de tijdsinvestering die IMSR vraagt van patiënten. Ik hoop dat het Zorginstituut zich niet laat intimideren door de ophef en kritisch blijft kijken naar de bewijsvoering. Op 7 januari heeft het Zorginstituut een gesprek met alle betrokken partijen.
Ik vrees dat er emotionele druk op het Zorginstituut zal worden uitgeoefend om toch vooral te blijven vergoeden. Maar ik wil er als dokter en als patiënt op kunnen vertrouwen dat de behandelingen in het Nederlandse zorgaanbod goed zijn. Bovendien moet de zorg betaalbaar blijven, dus ja, Zorginstituut: zinnig en zuinig graag, ook als dat slecht valt bij patiënten die hun hoop op deze therapie hebben gevestigd en bij centra die er hun werkmodel op hebben ingericht.
Uiteindelijk is ook Esmee niet gebaat bij klakkeloze betaling van haar behandeltraject: als de therapie werkt, ligt het bewijs daarvoor vast op het bureau van het Zorginstituut en kan ze gewoon door met haar behandeling. Maar als het niet werkt, kan Esmee de 385 euro eigen risico die zij in de behandeling stopt wel beter gebruiken. En haar kostbare energie beter besteden aan een kansrijkere therapie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant