In het verleden werd de CIA vaak genoemd als de grote genius achter coups waarmee onwelgevallige leiders in Latijns-Amerika het veld moesten ruimen.
Maar tegenwoordig ligt hun lot in handen van Wall Street. Als de almachtige Noord-Amerikaanse vermogensbeheerders, die ook het geld van Nederlandse pensioenfondsen mogen beleggen, niet bereid zijn de staatsschuld van een land te financieren, is een economische janboel onafwendbaar en daarmee de toekomst van het regime even onzeker als die van een ondermaats presterende trainer van Manchester United.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Voor de mondiale financiële markten is de Braziliaanse president Lula vast niet een van de favoriete leiders. Zij bepalen, opererend vanuit New York, aan de hand van macro-economische modellen en politieke analyses of er geen risico bestaat dat landen afglijden naar de status van wanbetaler. En dat risico wordt hoog ingeschat voor Brazilië.
Sinds Lula in 2023 de macht overnam van zijn populistische voorganger Jair Bolsonaro, is de rente gestegen van 8 naar 14 procent. Omdat de president een steeds hogere rente moet betalen over de staatsschuld, is hij gedwongen te bezuinigen op andere uitgaven. Als hij dat weigert, krijgt hij geen kapitaal meer. Als hij de botte bijl in de uitgaven zet, kan hij zijn belofte om de sociale noden van de armsten te lenigen niet inlossen. En zal het electoraat hem laten vallen.
Lula staat bekend als een linkse politicus. Dat betekent niet dat de financiële markten zich automatisch tegen hem keren. Maar wel heeft hij daardoor veel minder krediet, vooral als de economische groei te wensen overlaat. Dan belandt zijn Brazilië al gauw in een negatieve spiraal waarbij de schulden oplopen en de rentes stijgen. De noodoplossing waarnaar Latijns-Amerikaanse leiders veelal grijpen, is het aanzetten van de bankbiljettenpers, waardoor de inflatie onhoudbaar wordt.
Gevreesd wordt dat dit proces al in gang is gezet. Brazilianen moeten nu ruim 6 real betalen voor 1 Amerikaanse dollar, één jaar geleden was dat 4,8 real. Dat betekent tevens dat dollarschulden steeds zwaarder op het land rusten. Er moeten meer reals worden verdiend om dollars te kopen.
Opvallend is de tegenstelling tussen Lula en zijn Argentijnse collega-president, Javier Milei. Deze ultrarechtse president lijkt met een nietsontziend bezuinigingsprogramma het vertrouwen in de financiële markten wél te hebben gewonnen. De val van de peso is tot staan gebracht: 1.000 Argentijnse peso is nu omgerekend 0,94 euro. Dat is ongeveer hetzelfde als in augustus van 2024. En de inflatie is teruggebracht van 25 naar 2,7 procent per maand. Dat de bezuinigingen ten koste gaan van het armste deel van de Argentijnse samenleving, zal de kapitaalverschaffers een zorg zijn – zo lang niet het risico wordt gelopen dat Argentinië, zoals eerder zo vaak het geval was, een wanbetaler op de buitenlandse schuld wordt.
Nu maakt ook voor Milei één zwaluw nog geen zomer. Maar het kapitaal stroomt wel weer een keer Argentinië binnen, in plaats van het land uit.
De Argentijnse beursindex Merval steeg in 2024 met 161 procent, die van Brazilië daalde met 8,5 procent. Wall Street regeert.
En de CIA ziet dat het goed is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns