Home

Wat ik leerde over groepsgedrag door 75 uur lang obsessief naar series en films over cults te kijken

Volkskrant-journalist Esma Linnemann is gefascineerd door sekten. Een obsessie die de laatste jaren gevoed werd door een hausse aan films en series over cults: van Netflix tot Disney Plus, alle grote platforms investeerden in hun sekte-repertoire. Daarom: zeven lessen die uit media over high control groups te destilleren zijn.

is redacteur van Volkskrant Magazine, ze maakt podcasts en schrijft geregeld essays en interviews.

In mijn geboortejaar, 1978, voltrok zich de grootste ramp in de geschiedenis van sektarische bewegingen. Meer dan negenhonderd mensen werden dood aangetroffen in de jungle van Guyana; ze hadden zichzelf en elkaar vergiftigd met een mengsel van frisdrank en cyanide. De massaslachting in Jonestown werd wereldnieuws: nooit eerder vonden zoveel Amerikaanse burgers tegelijkertijd de dood, dat sinistere record zou pas op 11 september 2001 worden verbroken.

Ik was als kind gefascineerd door de beroemde luchtfoto’s van het junglekamp, de levenloze lichamen in kleurige kleding, verspreid over een groener dan groen grasveld. Ik vond die foto’s in een jaaroverzicht in mijn vaders atelier. In 1978 was er heel wat naargeestigs gebeurd, maar ik bladerde steeds terug naar de mensen in Jonestown. Wat had ze gedreven om zoiets verdrietigs te doen, om zelfs hun eigen kinderen de dood in te sleuren? Jim Jones natuurlijk; de zonnebril dragende, diabolische dominee, die met zijn volgelingen was vertrokken naar Guyana om daar een utopie te stichten, en op het hoogtepunt van zijn paranoia alle kampbewoners opdroeg deel te nemen aan een ‘revolutionaire zelfmoord’.

Braaf geloven

‘Drinking the Kool-Aid’ luidt de cynische uitdrukking die sindsdien aan de lotgevallen van Jonestown is gekoppeld (in werkelijkheid dronken de sekteleden vergiftigde limonade van het merk Flavor Aid). Het betekent zoiets als: braaf geloven in een krankzinnige ideologie, door de sterke overtuigingskracht van een ander.

Ik ben al mijn hele leven gefascineerd door mensen die de spreekwoordelijke Kool-Aid achteroverslaan. Overigens zonder dedain of hoogmoed. Ik zie mezelf misschien niet zo snel eindigen op zo’n tropisch grasveld, maar ook ik ben wel eens over mijn eigen grenzen gegaan om erbij te horen. Ik wil deze mensen beter begrijpen. Waarom offeren ze al hun geld en tijd aan een leider? En wat gebeurt er met ze, dat ze in groepsverband soms in staat zijn tot ongekende wreedheden?

Ik ben niet de enige met deze fascinatie: de laatste jaren kenden een hausse aan sekteseries. Van Netflix tot Disney Plus, alle grote platforms investeren rijkelijk in documentaires en films over sekten en zogenoemde high control groups, gemeenschappen die een volledige loyaliteit eisen en kritisch denken afstraffen. De oerknal van dit nieuwe, uitdijende universum vormde ongetwijfeld de zes uur durende, maar weergaloos entertainende documentaire Wild Wild Country (Netflix, 2018), over de (gewelddadige) pogingen van de Bhagwan-beweging om in de Amerikaanse staat Oregon een grootschalige gemeenschap van sannyasins te stichten en beschermen. Wild Wild Country was een ongekend streamingsucces. Daarna stapten alle streamingsdiensten op de sektetrein.

Culty tijden

In die hausse aan sekteseries zien sommigen het bewijs dat we in ‘culty tijden’ leven. Westerse samenlevingen gaan gebukt onder grote maatschappelijke onzekerheid, dat uit zich in een geïntensiveerde zoektocht naar spiritualiteit en sterke leiders. Sommigen stemmen radicaal-rechts, anderen lopen achter een radicale wellnessgoeroe aan.

Maar er zijn ook banale oorzaken te bedenken voor de wildgroei aan sekteseries en -films. ‘Op een puur sensationeel niveau zijn deze verhalen ongelooflijk juicy’, schrijft tv-recensent Margaret Lyons in The New York Times. ‘Seks, liefde, moord, verlossing, extatische verbindingen en een verscheuring van het sociale weefsel. Geld, geld, geld. (...) Je zou gek zijn om er geen documentaire over te maken, over al die bizarre kapsels en dat vreemde taalgebruik, al die pijn en absurditeit.’

Veel sekten en high control groups hebben ook nog eens de neiging om hun dagelijks leven nauwgezet vast te leggen. Van dag- en logboeken, tot opgenomen telefoongesprekken en video’s: regisseurs kunnen vaak putten uit een stortvloed aan zinnenprikkelend archiefmateriaal. Daar zijn dankzij internet zoomgesprekken, livestreams en whatsappverkeer bijgekomen – nieuwe sekten maken veelvuldig gebruik van het internet, sommige high control groups opereren bijna uitsluitend online.

Al die sekteleiders

Dankzij al die aandacht kwam de laatste jaren een gevarieerd gezelschap van sekteleiders voorbij in mijn huiskamer. Van een christelijke afvalgoeroe met een duivels hoge beehive (Gwen Shamblin in The Way Down, HBO) en een blowende en zuipende reïncarnatie van Jezus en Marilyn Monroe (Amy Carlson, oftewel ‘Mother God’ in Love Has Won, HBO), tot een gehaaid duo van liefdescoaches (Escaping Twin Flames, Netflix).

In 2024 kwamen daar weer veel nieuwe intrigerende personages bij: een Koraans-Amerikaanse pastoor die een groep TikTok-influencers in zijn greep krijgt (Robert Shinn in Dancing For The Devil: Inside The 7M TikTok Cult, Netflix) een megalomane, steeds minder mobiel wordende kundalini-yogi die tijdens de pandemie overstapt naar de dark side (Katie Griggs in Breath of Fire, HBO). Een tuinbroek dragende afkickgoeroe met grootheidswaanzin (Charles ‘Chuck’ Dederich uit The Synanon Fix, HBO).

Leiders van sekten en high control groups laten zich zelden in de kaart kijken. Ze weigeren interviews, of zijn al dood tegen de tijd dat hun misstanden aan het licht komen – sekteleiders zorgen doorgaans niet goed voor hun gezondheid. Maar sekteseries, zeker empathisch gemaakte, schijnen wel degelijk licht op de technieken die leiders toepassen en de slachtoffers die ze zo in hun macht krijgen. Die blijken niet dom of goedgelovig: ze lijken opvallend vaak op de kijker zelf. Ze vormen tezamen een belangrijke waarschuwing over het verlies van autonomie.

Ik heb opgeteld ruim zeventig uur aan sekteseries en -films gekeken, en podcasts over het onderwerp beluisterd, zoals de indrukwekkende Volkskrant-podcast Een soort God, over een microsekte rondom een Nederlandse kungfuleraar. Dit is wat de indrukwekkendste documentaires mij hebben geleerd.

1. Alle sekteleiders lijken hetzelfde handboek te hebben uitgeprint

Cultleiders zetten opmerkelijk vergelijkbare strategieën in om hun volgers in hun macht te krijgen. En die lijken dan weer verdomd veel op psychisch partnergeweld. Het is allemaal samen te vatten onder de term ‘dwingende controle’: een instrumenteel gedragspatroon om de ander volledig in je macht te krijgen.

Het begint vaak met lovebombing: de leider, de groep, vertelt nieuwkomers hoe geweldig ze zijn, hoe bijzonder. Leiders geven hun volgelingen vaak het gevoel de ander volledig te begrijpen. Maar ook vertellen ze de nieuwkomer: jij hebt pijn, je bent gebroken. Vervolgens bieden de leiders een oplossing, een snelweg naar financieel succes, een slanke taille, eeuwige gezondheid, of TGV-tickets richting het eeuwige leven.

Taal is misschien wel het machtigste middel van een sekteleider. Bijna alle sekten hanteren unieke termen om hun ideologie te duiden, om tegenstanders te framen en om hun volgers te laten twijfelen aan hun eigen waarnemingen. Omdat sekteleiders niet dag en nacht een gewiekst antwoord klaar hebben, maken ze gebruik van zogenoemde thought-terminating clichés om tegenstanders monddood te maken. Denk aan dooddoeners als ‘gods wegen zijn ondoorgrondelijk’, of ‘laat je niet leiden door zelfbeperkende gedachten’.

De Amerikaanse linguïst Amanda Montell publiceerde in 2021 een boek over sektarisch taalgebruik, Cultish – The Language of Fanaticism. volgens haar doet ‘culty taalgebruik’ drie dingen: het geeft mensen het gevoel uniek te zijn, en tegelijkertijd verbonden met anderen; het maakt ze afhankelijk, en het zet ze aan om dingen te doen die indruisen tegen hun vroegere realiteit morele kompas en persoonlijkheid.

Veel geportretteerde sekteleiders zetten in op uitputting: in sekteland wordt weinig geluncht of gepauzeerd. In plaats van eten en bijslapen, moeten volgers zich onderwerpen aan urenlange vergaderingen of psychologische spelletjes. Wie zich daartegen verzet, is een (zelf)saboteur, een zwakkeling, iemand die zich laat manipuleren door de vijandige buitenwereld.

Ook een effectieve methode om mensen het zwijgen op te leggen: maak ze medeplichtig. In de Amerikaanse sekte Synanon, aanvankelijk een goedbedoeld afkickprogramma, moesten mensen elkaar soms de hele nacht uitschelden en vernederen, een ‘techniek’ die ‘the Synanon Game’ werd genoemd. Als meestermanipulator Larry Ray (Stolen Youth, Inside The Cult at Sarah Lawrence, Disney Plus) een van zijn slachtoffers ging ‘verhoren’, deed hij dat vaak in bijzijn van de hele groep.

In de aangrijpende, knap gemaakte Videolanddocumentaire Jehovah Van God los (2024) vertellen ex-Jehova’s hoe ze van de een op de andere dag buiten de gemeenschap worden geplaatst, en hun moeders of kinderen niet meer zien. Feitelijk gebeurt dit in veel high control groups: de leden worden ofwel gedwongen om elk contact met de buitenwereld en met uittreders te verbreken, of hun wordt wijsgemaakt dat hun familieleden hen hebben misbruikt, of dat ze anderzijds slecht voor ze zijn. Isolatie is vaak de laatste, maar efficiëntste techniek om mensen te breken.

2. Seks is zowel een leidmotief als een machtsmiddel

Het algemene beeld van sekteleiders is vaak: een vieze man met psychopathische trekken die vrouwen of kinderen dwingt tot seks. Dat stereotype wordt volledig bevestigd door de Amerikaanse Keith Raniere, die miljoenen verdiende aan de bullshit-zelfontplooiingsprogramma’s van zijn sekte NXIVM, totdat bleek dat een geheime groep vrouwen werd gebrandmerkt met zijn initialen en dienden als seksslaven. Ook andere sekteleiders, als Jim Jones, Warren Jeffs (leider van de Fundamentele Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen) en yogi Bikram Choudhury bouwden ijverig aan hun machtspiramide, om zo misbruik te kunnen maken van vrouwen en minderjarige meisjes. Maar het beroemde citaat van Oscar Wilde indachtig (‘Alles gaat over seks, behalve seks: dat gaat over macht’), worden deze leiders niet alleen gedreven door lust: ze zetten seks evenzo goed in als middel om hun volgers psychologisch kapot te maken. Dat geldt ook voor gender en seksuele geaardheid. Mensen worden verplicht tot een bepaald soort seks, bijvoorbeeld heteroseks, of tot een nieuwe genderidentiteit.

Overigens zijn lang niet alle sekten ‘sex cults’. Boven alles is het denken over seks vaak heel dogmatisch. Of leden moeten de hele dag copuleren in roterende schema’s, of zich juist onthouden van alle geneugten. Zoals dat in Heaven’s Gate het geval was (Heaven’s Gate, The Cult of Cults, HBO): de leden van van deze UFO-religieuze sekte wilden zichzelf transformeren tot onsterfelijke buitenaardse wezens, en moesten zich ontdoen van hun ‘menselijke aard’. Ze leefden daarom een strikt celibatair (en non-binair) bestaan. Vrouwelijke leiders lijken over het algemeen minder geïnteresseerd in seks als machts- en ruilmiddel, maar ervaringen met seksueel geweld lijken goeroes als kundalini-girlboss Katie Griggs wel vaak het spirituele pad op te hebben geduwd.

3. Sekten en high control groups ontstaan zelden in een vacuüm

De meeste sekten komen voort uit, of zijn een weerspiegeling van dezelfde maatschappij waartegen ze zich verzetten. De Amerikaanse dominee Jim Jones had nooit zo’n grote groep volgers gekregen als Amerika niet gebukt was gegaan onder een afbrokkelend geloof in de maakbare maatschappij, onder racisme en armoede. Synanonleider Charles E. Dederich bekommerde zich in de jaren vijftig zo’n beetje als enige om heroïnejunks, en wist zo zijn ‘culty’ imperium op te bouwen. De volgelingen van de Duitse dominee Paul Schäfer uit de prachtige maar ook doodenge film Songs of Repression (2020) hadden zichzelf niet afgezonderd op het platteland in Chili, en onderworpen aan wrede martelingen, als ze niet eerst volledig waren gedemoraliseerd in nazi-Duitsland.

Het New-Age echtpaar Jeff and Shaleia Divine uit Escaping Twin Flames maakt misbruik van hun naar liefde hunkerende cursisten, en weet sommige (niet transgender) vrouwen zelfs aan te zetten tot een geslachtsverandering om vervolgens als man de ideale liefde te ervaren. Maar de uitgekookte (en opvallend luie) Divine’s hadden nooit zo’n greep kunnen krijgen op hun cursisten, als die in de gewone maatschappij niet waren platgebombardeerd met ideeën over de ideale, romantische liefde.

En dezelfde vormen van discriminatie uit de westerse maatschappij, zijn vaak overvloedig aanwezig in sekten: van vrouwenhaat (in veel sekten tiert het patriarchaat welig) en antisemitisme, tot lhbti-onderdrukking en racisme.

4. Iedereen kan ten prooi vallen aan een sekte

Het beeld van sekte- of high control-groupleden is vaak: goedgelovig, kwetsbaar, armlastig. Maar in werkelijkheid zijn deze mensen niet zelden sociale en financieel bemiddelde avonturiers.

Sommige sekten bestaan bij uitstek uit succesvolle, ambitieuze volgers. Zoals NXIVM, dat zowel miljardairsdochters en presidentszonen, als Hollywoodsterren aantrok. In de podcast Dangerous Memories (2024) heeft de Britse pseudotherapeut Anne Craig het expliciet voorzien op een een groepje posh studenten, en praat ze hen valse incestherinneringen aan.

De kwetsbaarheid van sekteleden zit vaak in hun levensfase. Veel ex-leden vertellen over heftig liefdesverdriet, over een zoektocht naar (seksuele) identiteit, over loopbaanworstelingen. Larry Ray uit Stolen Youth, misschien wel de meest hartverscheurende sektedocumentaire, weet een groepje levenslustige studenten op ongelooflijke wijze te kneden tot gebroken (seks)slaven. Hun kwetsbaarheid zit enkel in hun vormende levensjaren. En nog vaker is de gevoeligheid voor sekten universeel van aard: het is een verlangen om erbij te horen, om een betekenisvol leven te leiden, houvast en veiligheid te ervaren.

5. Er is bedroevend weinig inzicht in dwingende controle

Sekteleiders kunnen vaak lange tijd ongestoord hun gang gaan, omdat ze hun strategieën geleidelijk toepassen. In bijna elke cultserie vertellen voormalig cultleden hoe ze niet doorhadden dat ze in een sekte zaten – totdat het te laat was.

Wat de meeste sekteseries overtuigend in beeld brengen, is dat deze mensen zichzelf volledig kwijt zijn. Sommige mensen weten niet eens meer wat hun lievelingseten is, of hun seksuele geaardheid. Het is allemaal weg, en de heropbouw van een persoonlijkheid duurt jaren.

De Disney Plus-documentaire Cult Massacre, One Day in Jonestown (2024) legt pijnlijk bloot hoe de volgelingen van Jim Jones door de geschiedenis tekort zijn gedaan. Zelfs nu nog wordt de afslachting in Jonestown beschreven als ‘collectieve zelfmoord’, terwijl Jones zijn volgelingen overduidelijk de dood in joeg: op archiefbeelden is te zien dat sommige slachtoffers werden vastgebonden of geslagen, en dat Jones op maniakale wijze inpraatte op iedereen die twijfelde, of probeerde weg te komen.

Dwingende controle heeft een uiterste vorm: moord. Maar er zijn vele andere, subtielere uitingen van geestelijke dwang, waar nog steeds te weinig oog voor is. Dwang die ertoe leidt dat mensen hun geld of arbeid offeren, het contact verbreken met hun naasten, hun uiterlijk en interesses aanpassen. In tegenstelling tot omringende landen als België, Engeland en Frankrijk is dwingende controle in Nederland niet strafbaar. Hierdoor kan zowel psychisch partnergeweld als sektarische dwang soms moeilijk worden vervolgd. Bewijs maar eens dat je niet uit vrije wil al je bezittingen hebt geschonken, of het contact met je familie hebt verbroken.

6. Godsdienstvrijheid biedt sekten (ook in Nederland) vrij spel

In Wild Wild Country besluit Bhagwan Shree Rajneesh om een gemeenschap op te zetten in Wasco County, Oregon. Hij is door westerlingen getipt over de Amerikaanse grondwet, die beschermt geloofsgroepen niet alleen stevig tegen overheidsinmenging, maar biedt ze ook nog eens een leuk belastingvoordeel.

Ook in Nederland kunnen high control groups zich soms verschuilen achter de vrijheid van godsdienst, en genieten sommige een ANBI-status. Dat wordt pijnlijk duidelijk in Jehovah Van God los. Uit die docu blijkt dat er mogelijk op grote schaal misbruik plaatsvindt, maar dat klachten hierover door de ouderlingen van de gemeenschap worden afgehandeld. Het OM kan niet succesvol tot vervolging overgaan omdat diezelfde ouderlingen zich kunnen beroepen op verschoningsrecht. Ook aan de wrede uitsluitingspraktijken kunnen Nederlandse autoriteiten niets doen. Het lijkt erop dat er in het liberale en godsdienstvrije Nederland niet genoeg politieke wil is om in te grijpen in dwingende, religieuze bewegingen.

7. High control groups lijken griezelig veel op bedrijven

In de podcast Sounds Like A Cult legt linguïst Amanda Montell ‘culty’ omgevingen onder de loep. En dat zijn niet zelden bedrijven. Zoals kledingmerk Lululemon, waarvan sommige ex-medewerkers klagen over een sektarische werkcultuur, en er eentje zelfs een moord beging.

Veel bedrijven hanteren een werkmethode die soms gevaarlijk dicht aanschuurt tegen het eerder beschreven sekteleidershandboek. Ze zetten in op dwingende rituelen om werknemers geestelijk aan zich te binden (onboardingprogramma’s, teamuitjes, verplichte bedrijfsyells, bedrijfsmuziek in kantines of wc’s). Ze schotelen hun werknemers in vaag geformuleerde ‘mission statements’ een hoger doel voor en gebruiken gaslighting om hun machtshiërarchie te bestendigen en werknemers onzeker te maken.

Sekteleiders hebben zich op hun beurt weer dikwijls laten inspireren door de regels van marketing, en dan vooral die van de netwerk- of multilevelmarketing van bedrijven als Herbalife en Healy, waarmee deelnemers producten afnemen en in eigen kring doorverkopen. Voor elke nieuwe verkoper die ze weten te strikken, krijgen ze een bonus, en zo ontstaat er feitelijk een piramidespel. Sekteleiders als Keith Raniere wisten volgens de regels van dit bedrijfsmodel rijkelijk hun zakken te vullen.

In de documentaire Brandy Hellville & the Cult of Fast Fashion (HBO, 2024) wordt fastfashionbedrijf Brandy Mellville vergeleken met een sekte. Dat is niet altijd even overtuigend. Ja, Brandy Melville promoot een borderline anorectisch schoonheidsideaal en buit werknemers uit. Maar uiteindelijk is het bedrijf vooral schoolvoorbeeld van hyperkapitalisme.

Dat gezegd hebbende: de belangrijkste les die ik heb geleerd van uren en uren cultseries verslinden: sekten lijken sprekend op families, op kerken, sportscholen, opleidingsinstituten, politieke partijen. En voor je het weet, heb ook jij je laten overtuigen om over je grenzen heen te gaan. ‘We realiseren ons niet dat sektepraktijken lijken op dingen die elke dag gebeuren’, zegt Nancy Salzman, Ranieres trouwste handlanger in de laatste aflevering van The Vow. ‘Mensen geven dingen op die ze graag willen, omdat ze geen ramp willen veroorzaken, omdat ze niet willen scheiden of ontslag willen nemen. En elke dag geven ze een beetje op, en weer een beetje, en weer een beetje, totdat ze zichzelf kwijt zijn.’ Salzman klinkt als een wijze vrouw. Maar op dat moment wordt ze ook afgevoerd naar de gevangenis, wegens samenzwering tot criminele organisatie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next