Het buitenhuisje aan het Friesche Veen werd in 1932 gebouwd als plek waar de zusters van het Groningse Diakonessenhuis even konden bijkomen van hun werk. Op initiatief van architectuurhistoricus Marinke Steenhuis is het nu een – gratis te gebruiken – buitenverblijf voor mantelzorgers.
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
‘Wacht, nu moet je eerst even luisteren’, zegt architectuurhistoricus Marinke Steenhuis, terwijl ze halthoudt bij een zwart-wit houten huisje waarop in zwierige letters ‘De Til’ is geschilderd. Betoverend stil is het op deze plek in het bos, gelegen aan een spiegelglad meertje; je hoort hooguit het getjirp van vogels.
We staan aan het Friesche Veen, op het landgoed Vennebroek bij Paterswolde. Tien jaar geleden ontdekte Steenhuis deze oase van rust, toen ze in het verderop gelegen landhuis kwam wonen en werken. Met haar compagnons Paul Meurs en Vita Teunissen heeft ze een bureau voor cultuurhistorisch onderzoek.
Terwijl we naar het huisje wandelen, vertelt Steenhuis over de geschiedenis van het landhuis, dat in 1848 werd gebouwd als zomerverblijf voor de burgemeester van Groningen en later werd verkocht aan een kolenhandelaar. Diens schoondochter, mevrouw Camphuis-Pierson, liet De Til in 1932 bouwen voor de zusters van het Diakonessenhuis (nu Martini Ziekenhuis) in Groningen.
Zij zat in het bestuur van het ziekenhuis en zag dat de zusters, die intern woonden, nooit vakantie hadden; daarom wilde ze hun een plek bieden om bij te komen. Ze konden in het huisje theedrinken, op het terras in de zon zitten en met een roeiboot het meer op.
Nadat het landgoed in 1985 werd verkocht aan de stichting Natuurmonumenten, bleef De Til verbonden aan het Martini Ziekenhuis, maar het huisje raakte in onbruik en begon uiteindelijk te vervallen. Steenhuis vatte het idee op het te renoveren in de geest van de oorspronkelijke functie. ‘Ik dacht: wie zijn de zusters van vandaag? Dat zijn mantelzorgers.’
Voor deze doelgroep – en voor longcovidpatiënten – is De Til sinds vorig jaar kosteloos beschikbaar. ‘Bij mijn schoonvader, die zorgde voor zijn dementerende vrouw, zag ik hoe zwaar de zorg hem viel’, vertelt Steenhuis. ‘Aandacht voor degene die hulp biedt is belangrijk. Een dagje uit, met een overnachting erbij, even iets voor jezelf doen: dat kan hier.’
Hoewel het maar een klein huisje is, was het renoveren ervan nog een hele operatie. Steenhuis richtte allereerst een stichting op, zocht bestuursleden, wierf fondsen en vond een aannemer, Laurenshout, ‘met een passie voor panden met geschiedenis’.
‘Het huisje is geen architectonisch hoogstandje, maar wel heel charmant’, aldus Steenhuis. Het werd destijds gebouwd door een timmerman met oog voor details, zoals het sierlijke luchtrooster in de gevel.
Bijzonder was het kleurgebruik; dat ontdekte Steenhuis met hulp van historisch kleurenonderzoeker Lut Gielen. Achter lagen witte verf kwamen zwart met rode raamkozijnen, grijsgroene wanden en een zachtgeel plafond tevoorschijn. Die oorspronkelijke art-decotinten zijn teruggebracht, terwijl het – mettertijd weggerotte – balkon is herbouwd.
In een van de inbouwkasten is een wc geplaatst; die bevond zich vroeger buiten. Aan de achterzijde is in de bestaande uitbouw een bedstee gemaakt. De houten eettafel en rieten leunstoelen zijn vintage. Op de buffetkast, afkomstig uit het Martini Ziekenhuis, staan een cafetière, kopjes en water in jerrycans – het huisje heeft geen wateraansluiting. De verwarming is een elektrisch kacheltje, koken kan op een elektrisch plaatje.
De Til voelt knus én groots, dankzij het weidse uitzicht dat je aan drie zijden hebt over het Friesche Veen. Met een beetje geluk zie je er een ijsvogel, of de zeearend die op een eiland in het meer woont.
‘Dank voor de fraaie plek, de vluchtstrook voor mensen die al te lang 130 rijden’, staat in het gastenboek geschreven. Het huisje is het afgelopen jaar al regelmatig door mantelzorgers gebruikt. Vóór de lente zal het schelpenpad worden hersteld, ‘en dan is het echt af’, zegt Steenhuis. De vrijwilligers van Natuurmonumenten helpen met het buitenwerk.
Steenhuis zoekt nog een tweedehands roei- of fluisterboot voor in het haventje, waarmee gasten, net als vroeger, kunnen varen op het meer. ‘Als iemand een bootje beschikbaar heeft, zou dat fantastisch zijn.’
Huisje De Til is te boeken via een medewerker van het Martini Ziekenhuis.
Het initiatief voor de herbestemming van huisje De Til als ‘pauzeplek’ voor mantelzorgers staat niet op zichzelf. Zo heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2023 de Mantelzorgagenda 2023-2026 opgesteld. Doel is meer aandacht voor de positie van de vijf miljoen mantelzorgers die Nederland telt, alsook betere samenwerking met (zorg)organisaties en steun voor mantelzorgers die – door de combinatie van werk, studie en zorg – overbelast dreigen te raken. Dat zijn zo’n 460 duizend mensen.
In Lelystad kunnen zij terecht in een drietal ‘huiskamers’ voor mantelzorgers, waar ze onder het genot van (gratis) koffie op adem kunnen komen, gelijkgestemden ontmoeten en informatie over mantelzorg krijgen. Er bestaat ook logeeropvang; mensen die zorg nodig hebben, kunnen dan tijdelijk logeren in een zorginstelling, zodat mantelzorgers tot rust komen. Dit wordt (soms) vergoed vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant