Hoe bestrijd je andermans irrationaliteit en wat zijn de neveneffecten? De wetenschapper David Robert Grimes schreef het boek Good Thinking, waarin hij ons wil verlossen van kwaadaardige dwalingen. Arnon Grunberg las het en concludeert: ons verlangen naar charlatans is onuitputtelijk.
schrijft voor de Volkskrant over verlangen, politiek en ondergang.
Immoraliteit die online tot ons komt, roept heftigere reacties op dan diezelfde immoraliteit die ons via zogenoemde traditionele media bereikt (kranten, televisie), zo blijkt uit een onderzoek uit 2014.
Tegelijkertijd weten wij, dit keer dankzij een onderzoek uit 2017, dat berichten online vaker worden gedeeld naarmate ze meer emotie oproepen. Wie politieke boodschappen doelmatig wil verspreiden, moet ze verpakken in retoriek waarin moraal en emotie verstrengeld zijn.
An sich is dat niets nieuws, maar technologie heeft ervoor gezorgd dat de verspreiding sneller gaat. Zo zijn wij, internetgebruikers, verworden tot ‘verontwaardigingsmachines’, aldus de Ierse wetenschapper en natuurkundige David Robert Grimes (40), die beide onderzoeken aanhaalt in zijn boek Good Thinking.
De verontwaardiging kan worden veroorzaakt door berichten die waar genoemd kunnen worden – Gaza, Oekraïne, om twee voorbeelden te geven – vaak springt de verontwaardigingsmachine aan door berichten die geheel of gedeeltelijk onwaar zijn.
Zo was er een Britse maag-darmarts, genaamd Andrew Wakefield, die in 1998 samen met enkele coauteurs in het gerespecteerde medische tijdschrift Lancet een artikel over autisme publiceerde, aan de hand van een onderzoek met twaalf autistische kinderen. Ergens in het artikel werd gesuggereerd dat het bmr-vaccin (bof, mazelen, rodehond) autisme veroorzaakt.
Niet alleen weerlegden alle andere onderzoeken de conclusie van Wakefield en de zijnen, later bleek ook nog dat Wakefield van plan was testen te gaan verkopen die de fictieve bijwerkingen van het bmr-vaccin aan het licht konden brengen. Zo zou Wakefield mogelijk financieel gewin kunnen slaan uit zijn slordige onderzoek, waarvan Lancet zich snel distantieerde. De General Medical Council concludeerde dat Wakefield ernstige professionele fouten had begaan.
De gevolgen waren niettemin desastreus. De vaccinatiegraad daalde in het Verenigd Koninkrijk tot 62 procent. Dat veel mensen Wakefield toch geloofden, zonder vermoedelijk ooit van Wakefield te hebben gehoord, komt vanwege de misvatting die post hoc, ergo propter hoc wordt genoemd, oftewel: hierna, daarom hierdoor (Grimes houdt van Latijn). Omdat autisme herkenbaar wordt rond de leeftijd dat kinderen met het bmr-vaccin worden gevaccineerd, concluderen sommige mensen dat het een met het ander te maken moet hebben.
Het geloof in zogenoemde samenzweringstheorieën heeft vele oorzaken. Nogal wat sociologen en psychologen hebben zich op dit fenomeen gestort, maar Grimes meent dat de onmacht – of de onwil, voeg ik eraan toe – om logisch te redeneren een van de oorzaken is van wijdverspreide misvattingen. Zonder expliciet het geloof aan te hangen dat onderwijs een wondermiddel is, wil Grimes zijn lezer toch bij de hand nemen om stapsgewijs de wereld van de logica te betreden.
In hoeverre de verspreiding van logica zal leiden tot minder samenzweringstheorieën valt te bezien, aangezien intelligentere mensen vatbaarder blijken te zijn voor dergelijke theorieën dan hun minder intelligente buren. Maar laten we onze eigen intelligentie niet overschatten en nog even luisteren naar wat Grimes te zeggen heeft.
Een redenering bestaat uit een aantal stellingen met een conclusie. Soms is een van de stellingen overduidelijk onjuist, soms mislukt de sprong naar de conclusie. Om een hedendaags voorbeeld te geven: 1. Ali is antisemitisch. 2. Ali is een moslim. Conclusie: alle moslims zijn antisemitisch. Ja, daar gaat iets mis.
Logisch redeneren is niet de enige hobbel, meent Grimes, ook het onvermogen om betrekkelijk simpele wiskunde te begrijpen ligt aan menig misvatting ten grondslag. Het tellen van asielzoekers ging niet iedereen goed af. De formulering ‘nareiziger op nareiziger’ bleek voor enkele politici een instinker, waarna het gevóél van een asielcrisis doorslaggevend werd.
Ja, als het gevoel doorslaggevend is, dan moeten we misschien ook accepteren dat experts niet meer van charlatans te onderscheiden zijn en dat in sommige gemeenschappen vaccins werkelijk autisme veroorzaken. De vraag is rond welke charlatans wij ons willen verzamelen. Met welke charlatans kunnen wij leven en met welke niet?
Grimes merkt in een terzijde terecht op dat overal waar mensen geleden hebben, charlatans zijn opgestaan om dat lijden zogenaamd te verminderen. Vaak voor eigen financieel gewin, maar de charlatan is niet per definitie een succesvolle zakenman, anders zouden we allang zijn uitgestorven. En wat zouden literatuur en filmkunst zijn geweest zonder charlatans? Om over religie te zwijgen. Evolutionair gezien zijn er allicht veel valse profeten nodig om af en toe tegen een kwaliteitsprofeet aan te lopen.
Uiteraard heeft de aantrekkingskracht van samenzweringstheorie niet alleen te maken met onmacht en onwil om logisch te redeneren, maar ook met de behoefte de wereld van betekenis te voorzien en het verlangen je uitverkoren te voelen. Grimes stipt dat terloops aan, misschien te terloops.
Velen zijn blind, maar ik heb eindelijk het licht gezien en begrepen dat big pharma mij met vaccins blootstelt aan enorme risico’s uit pure hebzucht. De verontwaardigingsmachine produceert tevens ook vijandbeelden. Van neoliberalisme, via kapitalisme en big pharma, tot asielzoekers, moslims, Joden, communisten et cetera.
Grimes benadrukt dat big pharma wandaden begaat en heeft begaan. Hij noemt het farmaceutische bedrijf GlaxoSmithKline dat enkele jaren geleden een boete van 3 miljard dollar werd opgelegd door het Amerikaanse ministerie van Justitie. Maar al met al heeft big pharma het lijden van de mensen verminderd. Conclusie: de risico’s zijn, gezien de positieve effecten, verantwoord. En wat is zonder risico? Denk in dit verband aan snelwegen.
En zoals de econoom Adam Smith al wist: een bakker bakt geen brood omdat hij van zijn medemensen houdt, maar omdat hij wat geld wil verdienen. Met de filosoof Bernard Mandeville zou ik durven beweren dat hebzucht meer goeds heeft gedaan voor de mensheid dan naastenliefde. Waarmee ik overigens naastenliefde niet wil verbieden, noch stel ik dat hebzucht geen regulering behoeft.
Zolang er menselijke samenlevingen hebben bestaan zullen mensen verontwaardiging en vijandbeelden hebben geproduceerd. Naarmate de samenlevingen complexer werden, zal de productie van verontwaardiging zijn toegenomen. Waarin deze tijd verschilt van vroeger is dat verontwaardiging een middel tot een heel ander doel is geworden, namelijk winstmaximalisatie.
Het moderne gezegde luidt: als iets op het internet gratis, is de gebruiker het product. Eigenlijk zou je moeten zeggen: de internetgebruiker is een verontwaardigingsmachine in handen van de emotie-industrie. En de hebzucht stelt ons bloot aan risico’s, maar zonder hebzucht zouden we nu nog armoedige jagers en verzamelaars zijn.
Wat statistiek en kansberekening aangaat, leunt Grimes op het werk van de Israëlisch-Amerikaanse psycholoog Daniel Kahneman (1934-2024), die in 2002 de Nobelprijs voor Economie werd toegekend, onder meer omdat hij had aangetoond dat de homo economicus op cruciale momenten een irrationele tweebener is. Overigens heet het boek van Grimes in het Verenigd Koninkrijk The Irrational Ape.
Grimes haalt een van Kahnemans voorbeelden aan. Een honkbal en een honkbalknuppel kosten samen 110 dollar. De knuppel kost 100 dollar meer dan de bal. Hoeveel kost de bal?
De meeste mensen zullen, net als ik, antwoorden: 10 dollar. Fout. Hoeveel tijd wij nodig hebben om ons antwoord te corrigeren blijft een open vraag.
Met het zogenoemde Monty Hall-probleem, bedacht door de statisticus Steven Selvin, wordt het ingewikkeld. Er zijn drie deuren, achter twee deuren bevindt zich een geit, achter de derde een auto. Wie de goede deur kiest, die van de auto, mag de auto hebben.
U zegt: ‘Deur 1.’
De quizmaster, die weet wat er achter de deuren te zien is, opent deur 3, een geit wordt zichtbaar, vervolgens vraagt hij: ‘Zal ik deur 2 voor u openen of blijft u bij deur 1?’
Wat moet u doen? De meeste mensen zeggen, zo blijkt: ‘Ik blijf bij deur 1.’
Terwijl je volgens de kansberekening zou moeten zeggen: ‘Open die tweede deur maar.’
Het contra-intuïtieve antwoord is het beste antwoord. Al voelt de situatie vertrouwder met 100 deuren waarvan de quizmaster er 98 opent, die andere deur krijgt dan toch iets imposants, en de eerste gok blijft een eerste gok. Wat als de quizmaster de indruk wekt niet te weten wat er achter de deuren zit, en hij ze opent nadat hij een tarotkaart heeft geraadpleegd? Wisselen?
Grimes heeft weinig fiducie in het placebo-effect (positieve effecten worden waargenomen omdat die verwacht worden) of het nocebo-effect (negatieve bijwerkingen treden in omdat die verwacht werden).
Overigens blijkt dat duiven, die het Monty Hall-probleem op eigen wijze voorgelegd kregen, beter zijn in het oplossen ervan dan mensen.
Hier dreigt weer een logische fout. 1. Duiven zijn goed in het oplossen van het Monty Hall-probleem. 2. Mensen zijn er niet goed in. Conclusie: duiven zijn betere wiskundigen dan mensen.
Je zou denken dat de Universiteit van Amsterdam een duif tot docent wiskunde moet benoemen. Menig ethicus zal dat behagen (gelijkwaardigheid) maar ik vrees dat hier ergens de wetten van de logica met voeten zijn getreden.
Een ander voorbeeld dat Grimes geeft. Stel dat u een hiv-test ondergaat, de test biedt 99,99 procent accurate resultaten, u test positief, wat zijn de kansen dat u hiv heeft? De meeste mensen, ook ik, zeggen: 99,99 procent.
Neen.
Waarom? In het geval van hiv heeft doorgaans slechts een op de tienduizend mensen de ziekte. Stel dat tienduizend mensen de test doen, dan zijn er twee positieve testen, waarvan er slechts één een echte positieve test is. U hebt in dit geval dus bij een positieve test 50 procent kans echt hiv te hebben. Stel dat de test wordt gedaan onder drugsverslaafden bij wie naar verwachting van de tienduizend mensen 150 personen positief zullen testen, is de kans dat een positieve uitslag geen vals-positieve uitslag is alweer meer dan 99 procent.
Dit alles weten we dankzij het theorema van Bayes, dat Grimes niet wil uitleggen omdat hij het theorema en de uitleg ervan ‘onnodig intimiderend’ noemt. Waarom onnodig? Soms lijkt Grimes op een charlatan, het soort charlatan voor wie ik uiterst gevoelig ben. Wie wil niet van zijn eigen irrationaliteit worden genezen?
Wetenschap, zo benadrukt ook Grimes, is een methode om fouten te corrigeren. Helemaal ontkomt hij niet aan wetenschapsfetisjisme, zo parafraseert hij de filosoof Karl Popper dat elke stelling die niet falsificeerbaar is een onzinnige stelling is. Dinsdag aanstaande gaat het regenen. Het regent niet. De stelling bleek vals. Op die manier zou de helft van de filosofie weggegooid kunnen worden.
Ook de wetenschapper drukt zich uit in menselijke taal, en taal is niet bedoeld om na te gaan of stellingen falsificeerbaar zijn of niet. Wij zijn geen machines, dat erkent ook Grimes. Hoe kun je de stelling ‘ik houd van je’ falsificeren? Je kunt zeggen: ‘Ik lag gisteren in bed met een ander’, maar dat is niet per definitie een falsificatie van de stelling.
Hoe komt het, dat is een andere vraag van Grimes, dat wij zo slecht van onze fouten leren? Ons vaak op noodlottige wijze vastklampen aan onwaarheden die wij als zodanig hadden kunnen ontmaskeren?
Mijn antwoord luidt: het verlangen te geloven is niet voorbehouden aan zogenoemde religieuze medemensen.
Filosoof Mark de Kesel meent dat monotheïsme per definitie ook religiekritiek is, kritiek op andere goden, en dat het moderne geloven neerkomt op het geloof in ‘de onuitputtelijkheid van de kritiek’. Religie is religiekritiek. Geloven is kritiek op het geloven. Maar die onuitputtelijkheid kan zich niet in de waarheid nestelen.
Waar waarheid gevonden wordt, begint het dogma.
Toch moet je van goeden huize komen om het theorema van Bayes te weerleggen, schijnt. Of je kunt het theorema accepteren met de woorden, uitleg is onnodig intimiderend.
Anders gezegd: je kunt de irrationaliteit alleen bestuderen vanuit een positie die zelf ten dele ook irrationeel is. Dat is het voorbehoud van al het kritische denken.
Maar wie het kritische denken wil beoefenen zonder de traditie ervan serieus te nemen, zal zijn eigen blinde vlekken altijd weer voor waarheid aanzien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant