Home

‘Avicii – I’m Tim’ schetst een aardig beeld van het ongemak van de Zweedse dj met het leven als superster

is popredacteur van de Volkskrant.

Nile Rodgers had nog nooit iemand gezien die zo natuurlijk melodieën schrijft, zegt hij in de Netflix-documentaire Avicii – I’m Tim. Deze zin over de Zweedse dj Tim Bergling wordt, in steeds net andere bewoordingen, zo’n tweehonderd keer herhaald. Iedereen die ooit met Bergling werkte, is onder de indruk van zijn talent om in een handomdraai aanstekelijke melodieën te maken.

Onder zijn artiestennaam Avicii deed hij dat behoorlijk succesvol: iedereen die in de jaren tien in aanraking is geweest met een radio kan zijn grootste hits Wake Me Up en Levels meeneuriën. In de documentaire zien we hoe dat allemaal op een stinkende puberkamer begon: samen met zijn beste vriend spijbelde Bergling dagenlang om met muzieksoftware te kloten.

Het geluk spat van zijn gezicht als het lukt, in de studio. Melodieën verzinnen en daar een aanstekelijk EDM-nummer van maken, dat is wat Bergling kan en waar hij blij van wordt.

Het pijnlijke is dat juist dat ontzettend lucratief bleek te zijn. En dus komen er bij deze vrolijke hobby algauw labelbazen om de hoek die hameren op een zo commercieel mogelijk geluid; ook komt er een moordend tourschema en een verpletterende werkdruk bij kijken. Het verschil tussen Berglings lach in de studio en zijn geforceerde lach voor de camera’s van tv-ploegen zegt alles.

We weten helaas al hoe dit verhaal eindigde: Bergling stapte in 2018 uit het leven. Door de vele, vele beelden van werkelijk iedere fase van Berglings leven (aan het begin van de film zie je zelfs een echo van de dj als foetus) en de audio van openhartige interviews die hij gaf in de laatste jaren van zijn leven, schetst de documentaire een aardig beeld van Berglings ongemak met het leven als superster.

De Zweed was een vrij verlegen en onzeker jochie, dat er niet van hield om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Helaas trok die muziekhobby van hem een miljoenenpubliek. Je ziet hoe zwaar Bergling het ermee heeft: op sommige beelden uit slechte perioden is de grote dj Avicii niet meer dan een verbeten jongen, kleren slobberend om zijn lijf, die met een geobsedeerde blik over zijn laptop gebogen zit. Zijn drank- en drugsgebruik is slechts een symptoom van een veel dieper gewortelde onvrede.

Een tragisch en helaas veelvoorkomend verhaal in de muziekindustrie, dat het verdient om goed verteld te worden. Zo zou de industrie er misschien lessen uit kunnen trekken, om niet eindeloze generaties getalenteerde muzikanten krampachtig in een zo winstgevend mogelijk malletje te drukken.

Helaas is de documentaire behoorlijk weeïg, met als hoogtepunt de interviews met de weeïgste mannen in de muziekindustrie: Coldplay-zanger Chris Martin en dj David Guetta. Of de eindscène, met quotes als ‘zijn muziek was meer dan alleen de muziek zelf’ over slowmotionbeelden van fans in tranen, met op de achtergrond aanzwellende violen.

Dat maakt een overdreven emo-attractie van een verhaal waar we niet alleen verdrietig van zouden moeten worden, maar vooral nog iets van zouden kunnen leren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next