Home

‘Na drie keer vragen zei ze: ‘Ik sta op de spoorwegovergang in Doetinchem. Ik wil dood’’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Centralist José Timmerman (62) kreeg een suïcidaal meisje aan de lijn dat op het spoor stond.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘De gekste gesprekken krijgen wij soms binnen op het politienummer 0900-8844. Er zijn ook veelbellers. Zo werd ik geregeld gebeld door een verwarde man die overal smurfen zag. Zoiets moeten wij wel serieus nemen. Hij zei eens dat hij slecht sliep omdat smurfen steeds het bestek in zijn keukenla door elkaar gooiden. Ik antwoordde: ‘Als u het zelf door elkaar gooit voordat u gaat slapen, hoeft u daar niet meer over na te denken.’ Hij vond dat een goed plan. Ik heb hem daarna nooit meer gehoord.

‘Eén gesprek zal me altijd bijblijven. Zes jaar geleden, ik zat hier op mijn werkplek in Apeldoorn, had ik net een grappig gesprek achter de rug toen er weer werd gebeld en een jonge vrouwenstem zei: ‘Ik sta op het spoor.’

‘Ze klonk totaal emotieloos. Ik wist meteen: dit is serieus. Ze stond ergens buiten, ik hoorde een auto voorbijrijden. Ze belde met een mobiele telefoon. Ik zag niet wie ze was of waar ze stond. Dus ik vroeg: ‘Waar sta je?’ ‘Op het spoor’, herhaalde ze.

‘‘Ik wil graag weten waar je precies bent en waarom je daar staat’, vroeg ik, om tijd te rekken. Eerst viel ze stil. Na drie keer vragen antwoordde ze: ‘Ik sta op de spoorwegovergang in Doetinchem. Ik wil dood.’

‘Eerst vroeg ik: ‘Waarom?’ Dat was natuurlijk een domme vraag, ik kreeg er ook geen antwoord op. Ondertussen typte ik in ons systeem: ‘Er staat een vrouw op het spoor. Doetinchem. Die-en-die kruising.’ De meldkamer leest mee terwijl ik praat, en stuurt er hulpverlening op af.

‘‘Ik wil dood’, herhaalde het meisje akelig kalm. Zulke gesprekken, die acuut ingrijpen vereisen, moeten wij volgens het protocol doorschakelen naar de 112-centralisten. Zij zijn er voor spoedgevallen, zij zijn getraind om psychologisch inhoudelijke gesprekken te voeren. Maar ik had sterk het gevoel: als ik dit meisje doorschakel, ben ik haar kwijt, ik móét haar aan de praat houden. Er was geen tijd om na te denken.

‘In een reflex zei ik: ‘Wat heb je aan?’ Ik hoorde door mijn headset dat ze met haar hoofd bewoog, ik hoorde iets ritselen. Ze keek vermoedelijk welke kleren ze aanhad, ze was even afgeleid. Op de achtergrond hoorde ik sirenes van collega’s die godzijdank dicht in de buurt waren. Ook hoorde ik ver weg een trein naderen. Ik vertel dit nu rustig, maar het ging allemaal supersnel.

‘‘Wat heb je aan’ is een belachelijke vraag, maar je moet íéts. Ik wilde haar triggeren, afleiden. ‘Iets paars’, antwoordde het meisje. ‘O, Ik hou niet zo van paars’, zei ik terug. Ook dat sloeg nergens op.

‘Op dat moment werd het heel hectisch. Collega’s waren vlakbij gestopt, renden naar haar toe en trokken haar van het spoor. ‘We hebben haar!’, hoorde ik door de telefoon van het meisje. ‘José, ze hebben haar’, zei Hans, de meldkamer-centralist, die mij goed kende. Kort daarop klonk keihard ‘Ting-ding-ding-ding’, de spoorbomen gingen dicht en een trein raasde langs.

‘Mijn hart klopte in mijn keel. Pfffff. Ik gooide mijn headset op mijn bureau. ‘Wat is er?’, vroeg mijn collega Anneke, die naast me zat. Ik zei: ‘Volgens mij heb ik net iemands leven gered.’ Daarna moest ik even bijkomen. Je realiseert je: als die collega’s niet op tijd waren gekomen, had ik gehoord hoe dat meisje werd overreden.

‘Van dit incident heb ik geleerd dat je, los van de regels, ook je instinct moet volgen. Mijn gevoel zei: hou haar aan de lijn. Centralisten hebben allemaal weleens zo’n gevoel, dat komt door onze ervaring. Dat gaf altijd discussie, daarom hebben we de mogelijkheid gekregen dat de meldkamer nu live met ons kan meeluisteren bij acute spoed. Dan kunnen ze geleidelijk het gesprek overnemen. Dan hoeven wij niet door te schakelen, waarna zij het gesprek weer helemaal opnieuw moeten beginnen.

‘Dat contact met het suïcidale meisje bleef door mijn hoofd spoken. Ik dacht: ik heb haar wel gered, maar misschien staat ze er volgende week weer. Totdat er iets moois gebeurde. Een week na dat incident had ik weer dienst met Anneke. Ze kwam naar me toe en zei: ‘Ik heb een jonge vrouw aan de lijn die zegt dat ze vorige week sprak met iemand over paarse kleding. Wil je haar spreken?’

‘Dat wilde ik. Toen Anneke me doorverbond, was ze weg. Maar nu hadden we wel haar nummer. Ik belde het en zei: ‘Jij vroeg net naar me. Ik ben die mevrouw van de politie, van de paarse kleding.’ Ze antwoordde: ‘Ik stond vorige week op het spoor. Zonder jou was ik nu dood, maar ik wil verder leven. Heel erg bedankt voor je hulp.’

‘Mijn dag kon niet mooier zijn.’

Praten over zelfdoding kan gratis, anoniem en 24/7 bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon: 0800-0113. Of chat op www.113.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next