Home

Om een heksenjacht te voorkomen, is het een goed besluit dat het collaboratie-archief niet online is in te zien

is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.

Kwaadwillenden kunnen achternamen vinden van mensen uit het heden die ze graag met foute voorvaderen willen verbinden.

De Tweede Wereldoorlog is nog springlevend, bleek afgelopen dagen. Sinds de openstelling van het collaboratie-archief in Den Haag, vorige week, zijn ettelijke Nederlanders in de donkerste jaren van de vaderlandse geschiedenis gedoken op zoek naar gegevens die een licht kunnen werpen op hun eigen familieverleden, of dat van anderen.

Het archief zit vol dossiers over mensen die met de Duitse bezetter hebben gecollaboreerd of daarvan werden verdacht. De 3,8 kilometer aan mappen bevatten 425 duizend namen van mannen en vrouwen die na de oorlog door hun buren of anderen werden aangegeven bij justitie. Nu, bijna acht decennia later, is dit Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging gedigitaliseerd en voor iedereen toegankelijk gemaakt.

Aanvankelijk was het idee om het hele gescande archief ook online te plaatsen. Volgens het ideaal van volkomen transparantie zou iedereen zo kunnen zien wie precies met de Duitsers heulde. Namen en rugnummers van de daders: de slachtoffers, waar ook ter wereld, hadden er recht op.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Op het laatste moment stak de Autoriteit Persoonsgegevens daar om privacyredenen een stokje voor. Sommige van de (vermeende) collaborateurs leven nog, en mogen nu niet ineens aan de schandpaal worden genageld, zeker niet via een makkelijk doorzoekbaar bestand. Wie meer wil weten, moet daarvoor moeite doen, en zich lijfelijk vervoegen bij het Nationaal Archief in Den Haag. Daar kunnen de dossiers fysiek worden ingezien.

Dat is een goed besluit. Het risico van een heksenjacht was te groot. Ook de nabestaanden van inmiddels overleden collaborateurs (of verdachten) zouden te makkelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor een vermeende voorouderlijke misdaad of dwaling. Zo’n lijst zonder voorbehouden biedt te veel mogelijkheden voor grootschalige naming and shaming.

Dat dit gevaar reëel is, blijkt wel uit de manier waarop sommige nijvere speurders nu gebruik maken van de informatie die wél online is gezet. Op de website oorlogvoorderechter.nl staan namelijk de namen van alle 425 duizend personen naar wie destijds onderzoek is gedaan. En ja, daar kunnen kwaadwillenden dus achternamen vinden van mensen uit het heden die ze graag met foute voorvaderen willen verbinden.

Want het is natuurlijk heerlijk om de goed/fout dichotomie van de Tweede Wereldoorlog te teleporteren naar het gepolariseerde nu, om daarmee iemand met wie je het niet eens bent, te kunnen wegzetten als het absolute kwaad.

Zo bezien heeft lang niet iedereen van de geschiedenis geleerd. Want als het archief iets duidelijk maakt, is het dat die simpele tegenstelling niet bestaat. Nog los van het feit dat veel van de personen in het archief niet zijn vervolgd en dat veel dossiers incompleet zijn, blijkt er eens te meer een groot grijs gebied waarin mensen om verschillende redenen verkeerde keuzes maakten. Goed en fout liepen soms zelfs in elkaar over – zoals de betere boeken en films over de oorlog al bijna acht decennia vertellen.

Ja, het absolute kwaad bestaat, en daar hebben duizenden Nederlanders aan meegewerkt. Maar de simpele aanwezigheid op een lijst namen is daarvan geen bewijs.

Te hopen valt dat iedereen wiens interesse in een bepaalde persoon is gewekt, zich naar Den Haag begeeft – als er weer plek is – om daar verder te lezen. En dan een doorkijkje krijgt naar de vele tinten duister die er bestaan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next