Voorafgaand aan de 48-uursetappe in de Dakar was het al duidelijk dat het een slagveld zou worden, en dat werd het ook. Carlos Sainz sr. en Sébastien Loeb werden getroffen door pech en ook Tim en Tom Coronel kwamen de eerste dag niet ongeschonden door. In een verklaring van het team staat dat beide heren de dag 'als een hel' omschreven.
Het ging al vroeg mis bij de tweelingbroers. In het begin van de etappe brak de achtervering af, waardoor de auto continu doorzakte. Dat maakte het lastig om goed door de duinensecties heen te komen. Om het nog erger te maken was er ook met de dempers van alles mis. Linksachter hadden twee het begeven, rechtsachter en linksvoor een. Genoeg schade dus voor de heren, die daardoor twee keer vast kwamen te zitten. Om de schade verder beperkt te houden besloten zij om het rustiger aan te doen en minder risico's te nemen.
Aan het einde van de dag kwamen de heren aan in bivak C, maar besloten ze toch door te rijden naar bivak D. De zon ging op dat moment onder, waardoor het niet makkelijker voor ze werd om goed te navigeren. Tel daarbij het ontbreken van de vering op en het werd een zware dag voor Tim en Tom. Om toch nog enigszins soepel door de dag heen te komen hebben ze een provisorische oplossing bedacht met slangenklemmen. Maandag willen de heren ervoor zorgen dat ze met de auto terug in Bisha aankomen, om dan de auto helemaal klaar te stomen voor de komende dagen. Om dat klaar te spelen moesten ze aan het begin van de dag nog 359 kilometer afleggen. Op het moment van schrijven komen ze net door op het meetpunt bij 782 kilometer. Dat betekent dat er nog zo'n 200 kilometer te gaan zijn.
Source: Motorsport