Zeker dertig dolfijnen zijn gestorven door een groot olielek in de Straat van Kertsj, tussen het vasteland van Rusland en de door Rusland bezette Krim. Dit meldt Delfa, een Russische non-profitorganisatie voor de bescherming van dolfijnen.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De olie lekte uit twee tankers die half december door een storm ernstige schade leden in de zeestraat. Eén van de tankers brak doormidden en zonk, de ander kwam vast te zitten. Een bemanningslid overleefde de schipbreuk niet. Zo’n 3.700 ton mazoet, zware stookolie, kwam in het water terecht.
Sindsdien zijn ruim zestig zeezoogdieren dood aangespoeld, aldus Delfa. Ongeveer de helft daarvan is ‘hoogstwaarschijnlijk’ gestorven door de gelekte olie. Volgens de organisatie zijn dat vooral Azov-dolfijnen, die met uitsterven bedreigd zijn. Ook vele watervogels zijn gestorven nadat ze besmeurd raakten.
Na de schipbreuk spreidde de olievlek zich snel uit richting de stranden aan weerszijden van de Straat van Kertsj. Nu, drie weken later, zijn ook tientallen kilometers verderop de gevolgen van het olielek merkbaar. Zaterdag riep Rusland de noodtoestand uit op de Krim nadat de olie de kust bij Sebastopol had vervuild, een stad op zo’n 250 kilometer afstand van de plek waar de tankers ten onder gingen. Duizenden mensen zijn volgens Russische autoriteiten op de been om alle stranden weer schoon te krijgen.
Die schoonmaakacties zijn bij lange na niet toereikend, menen sommige Russische wetenschappers. De vrijwilligers zouden geen beschikking hebben over adequaat gereedschap om het vervuilde zand weg te krijgen. ‘Er zijn geen bulldozers, geen trucks. Ze hebben alleen een schep en zinloze plastic zakjes die scheuren’, zei Viktor Danilov-Danilyan, voormalig milieuminister van Rusland en huidig wetenschappelijk directeur van een Russisch expertisecentrum dat zich bezighoudt met waterhuishouding.
Volgens de Russische minister van Milieu is mogelijk zo’n 200 duizend ton zand vervuild door de stookolie. Hiervan zou inmiddels 86 duizend ton zijn opgeruimd. De Russische president Vladimir Poetin sprak eerder van een ‘ecologische ramp’.O
Vroeg in de ochtend van 15 december vorig jaar kwamen de twee Russische olietankers in een zware storm terecht. De Volgoneft 212, een 136 meter lang schip uit 1969, had volgens The Guardian net een restauratie ondergaan. Daarbij zou het middengedeelte van het schip verwijderd zijn, en de achter- en voorstevens aan elkaar gelast zijn. In de storm brak de Volgoneft 212 naar verluidt precies op die naad in tweeën.
Ook het tweede schip, de Volgoneft 239, was ruim vijftig jaar oud. De Russische krant Izvestia schreef dat het schip afgelopen zomer was afgekeurd, en dus niet de zee op had gemogen. Dmytro Pletentsjoek, woordvoerder van de Oekraïense marine, beschuldigde Rusland van roekeloosheid. ‘Je kunt met zo’n oude tanker niet de zee op als het stormt. Rusland breekt met de regels, met ongelukken tot gevolg.’
Het olielek doet sterk denken aan een eerdere ramp in de Straat van Kertsj, in 2007. Een tanker van hetzelfde type, de Volgoneft 139, lekte vierduizend ton olie. De biodiversiteit en het leven in het water hadden nog jaren te lijden onder de vervuiling, zei Natalia Gozak, directeur van het Oekraïense kantoor van Greenpeace tegen SkyNews.
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant