Mathieu van der Poel is de enige crosser die het zich kan permitteren om pas aan te haken op driekwart van het seizoen. Vervolgens geeft hij zijn concurrenten ook nog eens meteen het nakijken. Het enige wat hem in het veldrijden nog écht kan motiveren, is een nieuwe wereldititel, te behalen op 2 februari in Frankrijk. Een tussenbalans.
Hij verwachtte er zelf niet al te veel van, want op de trainingen voelde het nog niet zo goed allemaal, maar toen het langverwachte eerste startschot van zijn veldritseizoen op 22 december had geklonken, degradeerde hij zijn tegenstanders als in zijn beste dagen.
Mathieu van der Poel (29) begon de befaamde wereldbekercross van Zonhoven op de derde startrij, omdat hij eerder in het seizoen nog geen punten had verzameld, maar dat deerde hem niet. Hij had er precies 1 minuut en 12 seconden voor nodig om zijn achterstand goed te maken en van pak ’m beet plek twintig naar de koppositie te rijden.
Toen hij de Belg Toon Aerts met speels gemak passeerde in ‘de kuil’, een van de meest technische afdalingen op de crosskalender vanwege de hoge snelheid waarmee de renners zich het mulle zand in laten vallen, ging er luid gejuich op van het publiek.
De meester was weer even terug op het terrein waar hij als jochie spelenderwijs van de fiets had leren houden, en dat werd na dat eerste machtsvertoon luidkeels gevierd, omdat de meeste crossfans weten dat zo’n surplus aan talent een zeldzaamheid is, iets wat misschien eens in de twee, drie generaties voorkomt. Bovendien zullen zijn optredens in het zand en de modder in de nabije toekomst wellicht minder frequent worden, omdat hij verzadigd zal raken, en geen doelen meer na te jagen heeft in de cross.
Van der Poel geeft inmiddels openlijk toe dat zijn belangrijkste drijfveer om ’s winters de Spaanse zon rond zijn woonplaats Moraira voor de Vlaamse kou te verruilen het record van Erik De Vlaeminck is. De Belg, in 2015 overleden, werd tussen 1966 en 1973 zeven keer wereldkampioen veldrijden. Van der Poel heeft nog maar één titel nodig om dat record te evenaren, en kan dat doen op zondag 2 februari in het Franse Liévin.
‘Dat record is het enige wat er voor mij nog te halen valt’, zei hij vlak voor zijn demonstratie in Zonhoven. ‘Anders was ik nu niet aan het crossen. Op het WK wil ik de beste versie van mezelf zijn.’ Vorig jaar, toen hij glansrijk wereldkampioen werd in het Tsjechische Tábor, was hij dat niet, zegt zijn vader Adrie van der Poel. Dat belooft wat.
Het valt te verwachten dat hij volgend jaar wil proberen in zijn eentje recordhouder te worden, als het WK veldrijden in het Zeeuwse Hulst wordt gehouden, niet ver van zijn vroegere trainingswegen, voor eigen publiek. Misschien is het daarna wel even gedaan met zijn aspiraties in de cross, zodat hij wat meer tijd heeft om verder te bouwen aan zijn toch al indrukwekkende erelijst op de weg, en ook werk kan gaan maken van de hiaten als mountainbiker.
Op die discipline ontbreken nog een wereldtitel en een olympische medaille. Dat laatste had alles te maken met die nare val tijdens de olympische mountainbikewedstrijd in Tokio, ruim drie jaar geleden, toen hij dacht dat er na een sprong een plankje lag en hij over de kop sloeg. Van der Poel heeft nog wat recht te zetten. ‘Bij die discipline ligt toch zijn hart’, zegt vader Adrie. ‘Dus ik kan me voorstellen dat hij na dat record eens een winter of twee in het veld overslaat. En dat hij dan in de laatste paar jaar van zijn carrière weer terugkeert als crosser.’
Eerst dat veldrijden maar eens uitspelen. Want behalve het record zijn er nog andere beweegredenen voor Van der Poel om vooralsnog te blijven crossen in de winter, weet zijn vader. ‘Als er iets is wat hij heeft geleerd, is het dat een paar veldritten rijden een mooie overbrugging van de lange winter is. Na het WK op de weg moeten de meeste wegrenners tot eind februari, begin maart wachten tot ze weer kunnen koersen. Dat is erg lang.’
De veldritten die Van der Poel rijdt, zijn inderdaad onderdeel van ‘een groter geheel’, bevestigt Christoph Roodhooft, sinds jaar en dag zijn ploegbaas bij Alpecin-Deceuninck. ‘We weten dat de cross een goede bijdrage levert aan zijn vorm in de voorjaarsklassiekers. Je moet die crossen zien als een inspanning, ruim een uur aan zowat de maximale hartslag, die door het competitie-element heel moeilijk na te bootsen is op een training. Door relatief veel wedstrijden in een korte periode te plannen, krijg je een intensief blok dat perfect aansluit op zijn lange periode van duurtraining daarvoor.’
Dus presenteerde zijn ploeg begin december een lijstje met elf crossen voor Van der Poel, drie minder dan vorig jaar. ‘Dat aantal had van ons best nog wat minder gemogen’, bekent Roodhooft. ‘Maar hij kwam aan met een paar wedstrijden die hij leuk vindt, qua parcours en ambiance. En dan moet je tot een consensus komen.’
Bij zijn rentree in Zonhoven had het gros van de concurrentie er al een half veldritseizoen op zitten, terwijl Van der Poel die tijd had gebruikt om rustig aan zijn duurvermogen te werken, in aanloop naar het nieuwe wegseizoen, dat vanaf eind februari, begin maart begint en waar hij ook weer grote doelen heeft liggen: een vierde zege in de Ronde van Vlaanderen, of een derde op rij in Parijs-Roubaix.
Hij was frisser dan de rest, maar had nog niet veel getraind op explosiviteit. Die hoefde hij ook nauwelijks aan te spreken. Na de kuil was hij vertrokken en kon hij in een strak tempo naar de finish soleren. Als het nog niet de beste Van der Poel was, daar in Zonhoven, dan lijkt de concurrentie bij voorbaat kansloos op het WK, over een kleine maand. Want na die spectaculaire inhaalactie op Toon Aerts zag niemand Van der Poel nog terug. Dat herhaalde hij in de veldritten daarna, zij het met iets minder overmacht.
In Mol, een dag later, kon de Belg Laurens Sweeck een paar rondjes met Van der Poel mee, tot hij besefte dat hij zichzelf aan het opblazen was en hij de wereldkampioen moest laten gaan. In Gavere, op tweede kerstdag, probeerde Michael Vanthourenhout hetzelfde. Aan de finish was hij trots dat hij Van der Poel een tijdje had kunnen volgen.
Fans van de cross hoopten dat Wout van Aert de volgende dag partij kon bieden, maar halverwege was ook de cross van Loenhout al in het voordeel van zijn kwelgeest beslist. Aangetekend moet worden dat Van Aert na een zware crash in de Ronde van Spanje vorig seizoen nog in opbouw is en het veldrijden net als Van der Poel gebruikt om in vorm te raken richting het voorjaar. Met lage verwachtingen. Van Aert doet vooralsnog niet eens mee aan het WK in Liévin. Alles staat voor hem in het teken van succes op de weg.
Van der Poel won in Loenhout zijn vierde cross op rij, maar toen de adrenaline zakte, kreeg hij last van zijn rib. In de voorlaatste ronde was hij door een lekke band in een modderige bocht weggegleden en met zijn flank tegen een houten paaltje gebotst. Twee dagen later won hij nog wel een van zijn favoriete veldritten in het Franse Besançon, maar daarna werd de door een gekneusde rib veroorzaakte pijn te hevig.
Hij zegde achtereenvolgens zijn deelnames af in Baal, Koksijde en Dendermonde, omdat maximaal inspannen niet ging. In plaats daarvan maakte hij in België wat lange duurtrainingen, om daarna weer in Spanje aan zijn herstel en WK-vorm te werken.
Roodhooft: ‘Gelukkig weten we van Mathieu dat hij na een periode van training goed is. Hij heeft eigenlijk nauwelijks wedstrijdritme nodig. Ja, de planning staat even op z’n kop. Maar dat is ook geen ramp. Er zijn weinig kalenderjaren waarin alles vlekkeloos verloopt. Die ribblessure is vervelend, maar zijn WK en voorjaar komen niet in gevaar.’
Zelf deed het Van der Poel vooral pijn dat hij de zandcross in Koksijde op 3 januari moest missen. ‘Het is een van mijn favoriete races. Ik won er mijn eerste wereldtitel (bij de junioren, red.). Maar mijn rib doet te veel pijn en ik heb geen andere keuze dan geduldig afwachten.’
Bij afwezigheid van Van der Poel werd het veldrijden voor de neutrale toeschouwer wel wat leuker om naar te kijken. Vooral de crossen in Diegem en Gullegem, op 1 en 4 januari, leverden strijd op tot in de laatste ronde, met publiekslieveling Wout van Aert als winnaar op zaterdag. Je zou kunnen betogen dat het veldrijden als sport beter af is als Van der Poel niet al te vaak aan de start verschijnt.
Het nadeel van zijn hegemonie is dat de amusementswaarde na een eerste, kortstondige fase van bewondering inzakt. Bij de wielerpers en ook wel bij fans trad razendsnel gewenning en daarna verveling op vanaf het moment dat Van der Poel de rest overklaste, meestal al na een ronde of drie in de wedstrijd. In het verleden sloeg dat nog weleens om in afgunst, waardoor de regenboogtrui soms met bier en urine werd besmeurd.
Het zijn aspecten die het veldrijden minder leuk voor hem maken. ‘Dat uurtje cross stelt niet zo veel voor en dat doet hij graag’, zegt vader Adrie. ‘Het is alles eromheen wat het minder leuk maakt. Er staan vaak tweehonderd mensen om zijn handtekening te vragen. Die geeft hij altijd, maar een uur kan hij daar niet voor nemen. Er zijn altijd mensen die misnoegd zijn als hij hen overslaat.’
Oud-veldrijder Gerben de Knegt, bondscoach offroad bij de KNWU, kent Van der Poel al van kinds af aan en denkt dat die heldenstatus hem op den duur zou kunnen opbreken. ‘Als hij bij de cross arriveert, staan al die mensen hem op te wachten. Dat kost hem best wat energie en zal hem, denk ik, een keer doen overwegen om de cross een jaartje te skippen.’
Van der Poel is de enige crosser die het zich kan permitteren om pas aan te haken op driekwart van het seizoen en zijn concurrenten dan meteen het nakijken te geven. Hij is ook de enige die een privéjet kan huren om naar een veldrit te vliegen, zoals hij op 29 december deed voorafgaand aan de wereldbeker van Besançon. ‘Oeps, is dat ook al uitgelekt’, reageerde hij betrapt in een interview.
En er is niemand die het hem nadoet om in een Lamborghini van een half miljoen euro naar de cross te komen, een sport voor het gewone volk, waar het leven voor en na de wedstrijd wordt gevierd in een feesttent, met bier en worst. Zo bezien is hij de discipline waarin het voor hem allemaal begon, waarin hij groot werd, misschien wel een beetje ontgroeid.
Van Aert wint overtuigend in Dendermonde
Wout van Aert won zondag bij afwezigheid van Mathieu van der Poel, die nog altijd met de naweeën van een gekneusde rib kampt, de wereldbekerveldrit in het Belgische Dendermonde. De Belg hield de concurrentie ver achter zich in een modderpoel. De drievoudig wereldkampioen reed in de derde ronde weg bij zijn landgenoot Emiel Verstrynge. Bij de finish was het verschil 1 minuut en 20 seconden. Bij de vrouwen ging de zege naar de Nederlandse Lucinda Brand.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant