Morgen is het weer zover, na een aantal dagen in het moederland is het tijd om terug te keren naar mijn woonplaats in Oost-Afrika. Iedere keer wanneer die dag aanbreekt, rijst dezelfde vraag weer op: waarom koester ik een leven in de verte, weg van de warme omhelzing van familie en de vertrouwde stemmen van vrienden? Wat drijft mij steeds weer naar het onbekende, het onrustige, het verre?
Ik realiseer mij dat de huidige politieke wind aan het draaien is, en dat Nederlanders vinden dat Den Haag zich meer moet bezighouden met de problemen in het binnenland. Het Sociaal en Cultureel Planbureau stelt dat de verhouding tussen buitenland en binnenland zoek is. Wanneer men zich echter langdurig in een bepaalde constellatie bevindt, vervaagt niet zelden het bewustzijn van de inherente schoonheid en de voorrechten die deze omstandigheid eigen zijn.
Dit geldt ook voor de inwoners van ons Nederland. Doch, vanuit de verte, in het buitenland, openbaart zich een onmiskenbare waarheid: wat koesteren wij een overdaad aan welvaart in ons Nederland. Van de verfijnde structuur van ons zorg- en onderwijssysteem tot de schijnbaar alledaagse zegeningen: supermarkten binnen handbereik en openbaar vervoer dat de reiziger moeiteloos en veilig draagt. Van de vrijheid om alles te denken en te mogen zeggen, tot de kunst en cultuur die je elke dag opnieuw kunnen inspireren en intrigeren.
Waarom lever ik dat dan allemaal in voor een leven ver weg?
Over de auteur
Christiaan Pleijsier is ondernemer in Oeganda. In de maand januari is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Oeganda is anders. Waar Nederland heeft geprofiteerd van dat koloniale verleden, heeft bijna elk land in Afrika juist geleden onder datzelfde systeem. In 1960 werd Oeganda onafhankelijk en de jaren daarna waren bloedig. Mede hierdoor heeft het niet de rijkdom en infrastructuur die wij wel hebben. Mensen leven meer van dag tot dag en ‘bestaanszekerheid’ is een thema dat écht speelt.
Wij, Europeanen, denken vaak dat wij het continent Afrika veel te brengen hebben. Wij hebben die overheidstaken zogenaamd wel goed op orde en denken deze te kunnen exporteren naar Afrika. De decadentie en rijkdom, grotendeels opgebouwd door dubieuze handel (en een zorgvuldige roofstrategie) in de vorige eeuwen, geeft ons een gevoel van superioriteit. Dat gevoel komt schijnbaar zonder besef dat het opgebouwd is ten koste van anderen, en zonder in acht te nemen dat hier honderden jaren van inspanning overheen zijn gegaan.
Deze superioriteit is misplaatst. Deze superioriteit vertaalt zich ook in verkeerd beleid. Ik weet zeker dat Geert Wilders niet zo hard was geweest op migratie als hij had gewerkt met vluchtelingen uit bijvoorbeeld Soedan. Ik weet zeker dat Pieter Omtzigt minder stellig zou zijn over het niet verder helpen van vrouwen- en transgenderrechten als hij een aantal jaren zou werken in landen waar deze rechten minder vanzelfsprekend zijn.
Caroline van der Plas meent op te komen voor de boeren, maar als zij zou weten dat boeren op het Afrikaanse continent nú al niet rond kunnen komen dóór klimaatverandering, dan zou zij weten dat maatregelen de enige weg voorwaarts zou zijn. En na al die jaren in de Nederlandse politiek heeft Dilan Yeşilgöz, onze andere ‘leider’, een soort zwevende pol gemaakt die meewaait met alle populistische winden.
Die pol veroorzaakt bij mij een allergische reactie, waar is het fatsoen van de VVD gebleven? Onze leiders twijfelen niet meer, maar worden steeds stelliger in de opvatting. Die westerse vastberadenheid lijkt simultaan te zijn geëvolueerd met de materiële welvaart.
Naarmate onze rijkdom toenam, nam ook de overtuiging in het eigen gelijk exponentieel toe. Nu de welvaart in Europa aan het stagneren is, blijft deze zelfverzekerde houding echter onveranderd. Dit resulteert in steeds intensievere frictie binnen de politiek, met betrekking tot conflicten, klimaatkwesties en tal van andere domeinen.
Het zou voor ons allen verhelderend zijn om uit onze geïsoleerde gedachtewereld te breken, met name wanneer we een positie van invloed of macht bekleden.
Dáárom lever ik al dat goeds van Nederland in voor een leven ver weg. Ik koester niet de illusie dat ik iets wezenlijks kan bijdragen aan de maatschappij van mijn oude of nieuwe land. Volgens mij is dit een tijd dat ik nog (egoïstisch?) aan het leren ben van de mensen om mij heen. Het maakt mij een ander mens om te leven op een andere plek. Een rijker mens, nederiger en minder stellig. Nieuwsgierig naar andere perspectieven. Ik ontwikkel een dieper begrip voor andersdenkenden.
Volgens mij zei de Griekse filosoof Socrates meer dan twee millennia geleden al: ‘Ik weet één ding, en dat is dat ik niks weet.’ Vanuit mijn houding van twijfel ontstaan goede dingen, wellicht is dat dan een goed voornemen voor 2025.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant