Home

Voor jongeren die niet willen of kunnen meedraaien in de keiharde Chinese werkcultuur biedt een kolenprijshuis uitkomst

Het wordt een ‘kolenprijshuis’ genoemd: een huis dat bij wijze van spreken niet meer kost dan een Chinese kool. De vraag naar deze gemankeerde en vaak afgelegen afdankertjes van de Chinese vastgoedmarkt groeit, vooral onder jongeren. Wat hopen ze er te vinden?

is correspondent China van de Volkskrant. Ze woont in Beijing. Voor deze reportage ging ze naar de provinciestad Fuxin, in het noordoosten van China.

Qin is moe en zit onder het stof. Hij woont al twee weken in een tent en snakt naar een bed. Maar als hij praat, verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Hij ziet er gelukkig uit, nu hij zijn hele leven heeft omgegooid.

Drie weken geleden woonde Qin nog in Beijing, in een kamertje van 10 vierkante meter, ver weg van het centrum. Hij werkte als programmeur voor een groot softwarebedrijf en moest vaak overwerken, tot diep in de nacht. Daarna deed hij er nog een uur over om thuis te komen. Hij zag dat veel van zijn collega’s rond hun 35ste werden afgedankt. Dat is niet ongebruikelijk in de Chinese IT-sector. Qin is zelf 31.

Jarenlang werkte hij zich uit de naad, maar eind oktober nam hij een besluit: hij nam ontslag en vertrok naar Fuxin, een provinciestad in het noordoosten, de Rust Belt van China. Met makelaars bezocht hij enkele koopwoningen en na drie dagen vond hij wat hij zocht: een casco driekamerappartement van 55 vierkante meter, voor omgerekend 3.400 euro. Hij hapte meteen toe.

‘Ik hou van het uitzicht, ik noem het mijn berglandschap’, wijst hij vanuit zijn kale appartement, waar hij te midden van zakken bouwafval zijn tent heeft neergezet. Hij is volop aan het renoveren. Door het raam van de woonkamer zijn alleen flatgebouwen te zien, maar in zijn slaapkamer heeft hij uitzicht op een dorre vlakte, met bergen in de verte. Hij straalt: ‘In Beijing ging ik alleen naar huis om te slapen, maar hier heb ik eindelijk mijn eigen plek.’

Qin is eigenaar geworden van wat in China een ‘kolenprijshuis’ wordt genoemd: een huis dat bij wijze van spreken niet meer kost dan een Chinese kool. Deze afdankertjes van de vastgoedmarkt – veelal opknapwoningen in economisch achtergebleven gebied – werden lange tijd als waardeloos gezien. Niemand had er ook maar één cent voor over.

Maar de laatste tijd trekken de kolenprijshuizen steeds meer jongeren aan, die op zoek zijn naar een woning voor 4.000 of 5.000 euro. Op Chinese sociale media worden volop aankooptips, ervaringen en opknapfilmpjes gedeeld. Hashtags over koopwoningen in Fuxin, op dit moment de populairste bestemming voor kolenprijshuizen, zijn tientallen miljoenen keren gedeeld.

Woondromen

De jonge kolenprijskopers vertellen online over waargemaakte woondromen en een ontspannen leven zonder huur of hypotheek. Maar achter die idylle lijken veel problemen schuil te gaan. Is een kolenprijshuis een buitenkans op de Chinese vastgoedmarkt of een onbezonnen miskoop? Of is er meer aan de hand?

‘Er is een goede school, een markt en een park met sportvelden en gymtoestellen’, zegt Shen. Ze neemt ons mee op haar ochtendwandeling door Fuxin, langs de oevers van de Xihe-rivier, waar een brede wandelboulevard is aangelegd. Half november vormt zich een eerste ijslaagje op het water, glinsterend in de winterzon.

De 35-jarige Shen – maanrond gezicht, bruingekleurd haar, trendy winterjas – valt uit de toon tussen de andere wandelaars, bijna allemaal gepensioneerden. Fuxin heeft een sterk vergrijsde bevolking. ‘Je raakt eraan gewend’, zegt Shen. ‘Ik heb vorig jaar yogales gevolgd met senioren. Ze waren allemaal leniger dan ik.’

Shen verhuisde vorig jaar naar Fuxin, nadat haar huwelijk spaak was gelopen. De rechter wilde de scheiding – wegens overspel van haar echtgenoot – niet erkennen, zoals vaker in China, en Shen moest eerst een jaar apart zien te wonen. In haar eigen stad Baoding – 750 kilometer van Fuxin – kon ze zich geen woning veroorloven, zeker niet met een slaapkamer voor haar zoontje. Dus ging Shen op zoek naar een kolenprijshuis.

Spijtaankopen

Aanvankelijk zocht ze in Hegang, een stad in het hoge noorden van China, tegen de Russische grens. Daar dook de term ‘kolenprijshuizen’ in 2019 voor het eerst op, toen op sociale media berichten opdoken van jongeren die er woningen van nog geen 2.000 euro kochten. Hegang werd synoniem voor gelukszoekers op de vastgoedmarkt, maar ook voor spijtaankopen. De winters in Hegang zijn koud en lang. Veel jongeren hielden het er niet lang vol.

Inmiddels – na drie jaar vastgoedcrisis – zijn er in China veel meer kolenprijsbestemmingen, ook in mildere klimaten. Volgens de Chinese nieuwssite Phoenix zijn er al 24 steden die bekendstaan om hun kolenprijshuizen. Het fenomeen doet zich vooral voor in oude mijnsteden, waar de grondstoffen uitgeput zijn.

Ook Fuxin is zo’n oude mijnwerkersstad. In 1951 werd de grootste open steenkoolmijn van Azië geopend, en trokken honderdduizenden landbouwers als arbeidskrachten hier naartoe. In de jaren negentig en nul – decennia van snelle industrialisering en urbanisering – werden er onafgebroken nieuwbouwwijken gebouwd, met eenvoudige flatgebouwen in eindeloze rijen.

Maar in 2005 sloot de mijn en daalde het aantal inwoners van Fuxin gestaag. De wijken rond de mijn liepen leeg, en vooral de bovenste etages – zes of zeven hoog, zonder lift – werden waardeloos. Aan de ramen hangen overal A4’tjes: ‘woning te koop’.

Ongezien kopen

Ook Shen kwam terecht in zo’n flatgebouw zonder lift, langs een spoorweg voor goederentreinen en met uitzicht op een elektriciteitscentrale. Ze kocht het online, zonder het gezien te hebben, nadat een eerste bezoek aan Fuxin niets had opgeleverd. Kostprijs: 4.600 euro voor 39 vierkante meter.

‘Ik kocht het omdat het in een goed schooldistrict lag, maar toen ik er kwam wonen, bleken de waterleidingen te lekken en zaten er kieren in de ramen’, zegt Shen, die haar zoontje in Fuxin op school wilde doen. Ze gaf nog eens 2.600 euro uit aan renovaties. ‘Ik woon nu redelijk comfortabel, maar ik zou niemand aanraden om online een huis te kopen.’

Shen doet haar best om haar leven in Fuxin positief voor te stellen. Ze heeft twee katten en een hond, en kan het goed vinden met haar gepensioneerde buren. Maar ze moet toegeven dat ze er iets cruciaals ontbreekt: ze heeft nauwelijks inkomen.

Het is het grootste nadeel van de kolenprijshuizen: ze liggen in steden waar amper werk is en waar de salarissen minimaal zijn. Een beveiliger in Fuxin verdient zo’n 230 euro per maand, een winkelbediende 500 euro. Voor dat bedrag moet ze ook in het weekend werken, met slechts twee of drie rustdagen per maand.

Veel jonge kolenprijskopers proberen online te werken, maar dat is niet eenvoudig. Shen doet wat online klussen, waarvoor ze per uur wordt betaald, en verdient wat zakgeld met advertenties op sociale media, waar ze verslag doet van haar leven in Fuxin. Op de lange termijn is dat onvoldoende. ‘Ik heb een beetje spaargeld, en het leven is hier niet duur’, zegt ze. ‘Maar mijn uitgaven zijn hoger dan mijn inkomsten.’

All in op het kolenprijsbestaan

‘Ik heb uitgebreid onderzoek gedaan en met vijf huizen moet het lukken’, zegt Yang, een 33-jarige ondernemer uit Qinghai, in het noordwesten van China. Yang – boomlange gestalte, vlotte prater – is ervan overtuigd: een kolenprijsbestaan is wél financieel haalbaar. Hij heeft er zelf dubbel en dwars op ingezet.

Yang woont al twee jaar in Fuxin en heeft er drie kolenprijshuizen gekocht, voor respectievelijk 5.000, 5.300 en 10.600 euro. Hij verhuurt er twee, en woont zelf in het derde. Dat heeft hij strak gerenoveerd, met een home-cinemasysteem en een zwarte keuken die zo van Instagram lijkt te komen. Op het dressoir staat een bordje met een gekalligrafeerde spreuk: ‘Mannen mogen niet arm zijn.’

Yang is een typische kleine zelfstandige, altijd op zoek naar nieuwe deals. Hij heeft een eigen aannemersbedrijfje gehad, een eigen barbecuerestaurant en een eigen huis: een duur nieuwbouwappartement mét lift. Maar hij raakte alles kwijt nadat hij een dodelijk auto-ongeval had veroorzaakt en hoge schadevergoedingen moest betalen. Yang bleef achter met diepe schulden en chronische rugpijn.

Via een vriend kwam hij in Fuxin terecht. Zijn doel is om vijf kolenprijshuizen te kopen en er vier van te verhuren. Hij heeft de rekensom gemaakt: als hij arbeidsongeschikt zou worden door zijn rugpijn, kan hij net van de huurinkomsten leven.

Yang lijkt te bewijzen dat een kolenprijsbestaan wel een succesverhaal kan zijn, maar naarmate hij langer praat, klinkt een ander geluid door: eenzaamheid. Hij woont in een prachtig appartement, maar wordt omringd door lege woningen en bejaarde buren. Veel kolenprijswijken zijn zo afgelegen dat er zelfs nauwelijks maaltijd- en pakjesbezorgers komen, ondenkbaar in China.

Misleiding

Een kolenprijshuis is goedkoop, maar komt vaak met een laag inkomen en met sociaal isolement. En toch komen er steeds meer jongeren op af. Makelaar Liu, die in Fuxin werkt, verkocht er de voorbije twee jaar meer dan veertig, tot zijn eigen verbazing. ‘Wij lokale inwoners willen die huizen niet’, zegt hij. ‘We vinden het een beetje dwaas van die buitenstaanders.’

Liu ziet maar één reden voor de populariteit van de kolenprijshuizen: de kopers laten zich misleiden. ‘Buitenstaanders hebben een ander begrip van afstand dan wij’, zegt hij. ‘Zij wonen in grote steden met metro’s, en denken dat 10 kilometer niet ver is. Maar hier maakt 10 kilometer veel uit. Iedereen verhuist hier van de buitenwijken naar het centrum, waarom zou je dan een huis in een buitenwijk kopen?’

Het kolenprijsbestaan wordt op sociale media bovendien erg mooi voorgesteld. Omdat veel nieuwkomers geen werk vinden in Fuxin, proberen ze een bestaan als influencer op te bouwen. Ze maken video’s waarin ze kolenprijshuizen aanprijzen, en hun volgers aanmoedigen er zelf een te kopen. Daar krijgen ze commissie voor. Liu heeft extra reden om kritisch te zijn: hij heeft nu meer concurrentie.

In Fuxin gaan ook verhalen over oplichters die online kolenprijshuizen verkopen, op basis van foute informatie. ‘Die buitenstaanders creëren een hype en gebruiken hun status om vertrouwen te winnen’, zegt Liu. ‘Maar het is riskant om zaken met hen te doen. Ze hebben geen vergunning en als er problemen ontstaan is niemand verantwoordelijk.’

Vlucht

Naïeve jongeren die zich beet laten nemen: het lijkt een logische verklaring, maar het is niet het hele verhaal. Dat blijkt als we Fuxin een tweede keer bezoeken. Chinezen praten niet graag over hun problemen, maar in een tweede gesprek delen Qin, Shen en Yang meer over hun leven. Hun kolenprijshuis blijkt niet zozeer een droom, maar eerder een vlucht.

Qin is niet alleen naar Fuxin verhuisd om te ontsnappen aan de werkdruk, maar ook aan de druk van zijn ouders om te trouwen. De sociale norm in China schrijft een huwelijk vóór je 30ste voor. ‘Ik heb mijn ouders niet verteld dat ik hier ben komen wonen’, zegt hij. ‘Ze willen dat ik terug naar huis ga, zodat ze me kunnen koppelen. Maar voor iemand met sociale angst zoals ik is dat een regelrechte nachtmerrie.’

Shen heeft haar scheiding erdoor gekregen, maar moest het ouderlijk gezag over haar zoontje opgeven. En ze is met haar eigen familie in een rechtszaak over geld verwikkeld. ‘In mijn geboortestreek hebben ouders een sterke voorkeur voor jongens’, zegt ze. ‘Mijn ouders hebben alle familie-eigendommen aan mijn jongere broer gegeven. Ze willen dat ik naar huis terugkeer en opnieuw trouw. Dan kunnen ze een bruidsschat voor me krijgen.’

Ook Yangs ouders willen dat hij naar huis terugkeert om te trouwen, maar hij vreest dat zijn schuldeisers daar achter hem aan zullen komen. Zijn vriendin in Fuxin is door haar ouders aan een betere partij gekoppeld. Een huwelijk wordt in China als een economische verbintenis tussen twee families gezien, en een stabiel inkomen is een must.

Sociale norm

Veel kolenprijskopers blijken niet in staat of niet bereid om aan de sociale norm van hard werken, trouwen en een gezin stichten te voldoen. Een kolenprijshuis is hun manier om aan de hogedrukketel van de Chinese maatschappij te ontsnappen. Of – al wordt dat niet uitgesproken – te bekomen van een depressie of burn-out. Psychische problemen zijn een taboe in China.

De druk in China is nog toegenomen door de economische achteruitgang. De vastgoedprijzen zijn ingezakt, jongeren vinden geen werk, en werknemers worden gekort op hun salaris en moeten langer werken. Veel jongeren willen of kunnen niet langer meedraaien in de keiharde Chinese werkcultuur, met zijn ‘996-werkweken’: van 9 uur ’s ochtends tot 9 uur ’s avonds, zes dagen per week. Ze zien er het nut niet meer van in, het levert toch niets op.

Door het politieke systeem kunnen Chinezen moeilijk protesteren, maar hun onvrede uit zich op andere manieren. Sinds 2021 is in China de term tangping (letterlijk te vertalen als ‘platliggen’) in opkomst, voor mensen die zo weinig mogelijk werken. Daarnaast weigeren veel jongeren te trouwen of kinderen te krijgen, omdat ze geen vertrouwen hebben in de toekomst. Ze noemen zichzelf ‘de laatste generatie’.

Een kolenprijshuis is in zekere zin ook zo’n vorm van passief verzet. Een weigering om nog langer aan alle maatschappelijke verwachtingen te voldoen. Het valt ook op: Qin, Shen en Yang wonen in huizen die door anderen waardeloos worden geacht, maar ze zijn niet ontevreden. Ondanks hun problemen hebben ze iets gewonnen: ze hebben hun leven in eigen hand genomen en – niet vanzelfsprekend in China – gaan hun eigen weg.

Zekerheid

Yang is soms eenzaam, maar zou zijn kolenprijsbestaan niet willen inruilen. ‘Ik heb hier minder stress’, zegt hij. ‘In mijn vorige woonplaats maakte ik me altijd zorgen of ik mijn huur zou kunnen betalen. Hier heb ik een gevoel van zekerheid. Ik zal misschien niet in weelde leven, maar ik hoef ook niet te worstelen.’

Ook Shen wil niet weg uit Fuxin, al is het moeilijk om rond te komen. Ze koestert haar eenvoudige leven en kijkt uit naar de wintervakantie, als haar zoontje op bezoek komt. ‘Ik voel me hier gelukkig’, zegt ze. ‘En bovendien, ik kan nergens anders heen.’

En Qin? Die is nog volop aan het renoveren, en oogt moe maar tevreden. Hij kijkt door het raam van zijn slaapkamer, naar de berg in de verte, en glundert. ‘Ik ben hier gekomen voor rust en vrede’, zegt hij. ‘De rest zie ik later wel.’

Alle geïnterviewden wilden enkel met hun familienaam in de krant.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next